Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:brief_aan_een_fransman

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Volgende revisie
Vorige revisie
namespace:brief_aan_een_fransman [18/10/16 06:53]
defiance
namespace:brief_aan_een_fransman [06/05/19 05:55]
defiance
Regel 11: Regel 11:
 ---- ----
  
-===== =====+====== Brief aan een Fransman ====== 
 + 
 +===== I. =====
  
 Er zijn op dit moment in Parijs twee dingen die de revolutie belemmeren: aan de ene kant, bij de Bonapartisten,​ het patriottisme dat de reactie verhult en tot voorwendsel dient voor de meest despotische maatregelen;​ aan de andere kant, bij de revolutionairen,​ de volgens mij kinderlijke wens dat de opstand de buitenlandse inval zou steunen. De radicale afgevaardigden hebben zich getoond als wat ze zijn, praatjesmakers,​ mislukte bastaards van de jakobijnen van 1793. Ze hebben zich niet kunnen, niet durven meester maken van de macht. Het heeft hun evenzeer ontbroken aan durf als aan inzicht in de situatie. Ze hebben wel onwettig durven kletsen, maar geen onwettige daden voor het algemeen welzijn durven verrichten. Wat hadden ze moeten doen? Absolute voorwaarden stellen, zoals eerst hun bedoeling leek te zijn; vervolgens, indien de meerderheid zou weigeren, zich gezamenlijk terugtrekken,​ om niet solidair te zijn met dit reactionaire parlement dat niets kan redden dan Napoleon, en dat Frankrijk te gronde zal richten. Door dat gezamenlijke vertrek zouden ze, ook al waren ze maar met hun twintigen geweest, de Kamer in de ogen van heel Frankrijk aan de kaak gesteld hebben en op dat moment had heel Frankrijk achter hen gestaan. Wat hebben ze in plaats daarvan gedaan? Er zijn op dit moment in Parijs twee dingen die de revolutie belemmeren: aan de ene kant, bij de Bonapartisten,​ het patriottisme dat de reactie verhult en tot voorwendsel dient voor de meest despotische maatregelen;​ aan de andere kant, bij de revolutionairen,​ de volgens mij kinderlijke wens dat de opstand de buitenlandse inval zou steunen. De radicale afgevaardigden hebben zich getoond als wat ze zijn, praatjesmakers,​ mislukte bastaards van de jakobijnen van 1793. Ze hebben zich niet kunnen, niet durven meester maken van de macht. Het heeft hun evenzeer ontbroken aan durf als aan inzicht in de situatie. Ze hebben wel onwettig durven kletsen, maar geen onwettige daden voor het algemeen welzijn durven verrichten. Wat hadden ze moeten doen? Absolute voorwaarden stellen, zoals eerst hun bedoeling leek te zijn; vervolgens, indien de meerderheid zou weigeren, zich gezamenlijk terugtrekken,​ om niet solidair te zijn met dit reactionaire parlement dat niets kan redden dan Napoleon, en dat Frankrijk te gronde zal richten. Door dat gezamenlijke vertrek zouden ze, ook al waren ze maar met hun twintigen geweest, de Kamer in de ogen van heel Frankrijk aan de kaak gesteld hebben en op dat moment had heel Frankrijk achter hen gestaan. Wat hebben ze in plaats daarvan gedaan?
Regel 19: Regel 21:
 Maar al is het aan de ene kant zeker dat een nieuwe nederlaag van de Fransen de val van Bonaparte zal betekenen, het lijkt me even zeker dat de Parijzenaars geen radicale revolutie zullen beginnen, zelfs niet in politiek opzicht. Er zal een voorlopige, op verzoening gerichte regering komen, waarin Thiers de hand zal reiken aan Gambetta en generaal Trochu aan Pelletan of Jules Simon of Kératry, en die regering zal maar één programma hebben, de orde handhaven. Niet Parijs zal dit keer het initiatief kunnen nemen voor de echte revolutie, het initiatief zal bij de provincies liggen. Maar al is het aan de ene kant zeker dat een nieuwe nederlaag van de Fransen de val van Bonaparte zal betekenen, het lijkt me even zeker dat de Parijzenaars geen radicale revolutie zullen beginnen, zelfs niet in politiek opzicht. Er zal een voorlopige, op verzoening gerichte regering komen, waarin Thiers de hand zal reiken aan Gambetta en generaal Trochu aan Pelletan of Jules Simon of Kératry, en die regering zal maar één programma hebben, de orde handhaven. Niet Parijs zal dit keer het initiatief kunnen nemen voor de echte revolutie, het initiatief zal bij de provincies liggen.
  
-===== =====+===== II. =====
  
 //25 augustus ‘s avonds — of liever 26 augustus ‘s morgens// ​ //25 augustus ‘s avonds — of liever 26 augustus ‘s morgens// ​
Regel 192: Regel 194:
 In mijn derde brief zal ik aantonen dat het initiatief tot en de organisatie van de volksopstand niet meer aan Parijs kan zijn, dat die alleen nog mogelijk is in de provincies. In mijn derde brief zal ik aantonen dat het initiatief tot en de organisatie van de volksopstand niet meer aan Parijs kan zijn, dat die alleen nog mogelijk is in de provincies.
  
-===== =====+===== III. =====
  
 ==== 27 augustus ==== ==== 27 augustus ====
Regel 660: Regel 662:
   * [9] Onvolledige zin in Bakoenins manuscript.   * [9] Onvolledige zin in Bakoenins manuscript.
   * [10] Leest u de rede, de verklaringen van Gambetta in de vergadering van 23 augustus van de Kamer. Ze zijn van het hoogste belang en ondersteunen alles wat ik gezegd heb:   * [10] Leest u de rede, de verklaringen van Gambetta in de vergadering van 23 augustus van de Kamer. Ze zijn van het hoogste belang en ondersteunen alles wat ik gezegd heb:
-Gambetta: “Het is heel zeker, dat als een land als Frankrijk het smartelijkste uur van zijn geschiedenis doormaakt, er een tijd om te zwijgen is...” (Een belachelijke verontschuldiging voor zijn niet te verontschuldigen werkeloosheid.) Maar het is duidelijk, dat er ook een tijd om te spreken is...” (Dat is wanneer het duidelijk geworden is dat Palikao. Trochu en Thiers, die hij tot dan toe dwaas en verraderlijk gesteund had, hem niet in de Raad voor de Verdediging willen aanvaarden. Daar vond hij het nuttig en goed het handelen van het Parijse volk in naam van het patriottisme af te leiden en te verlammen. Hij liet zich in met de officiële leugen, nu protesteert hij.) Welnu, gelooft men dat de sluiting die door de heer minister gevraagd is en waarin we ons sinds enkele dagen schikken” (Interruptie) “werkelijk een antwoord is dat het land waardig is, te midden van zijn angsten en benauwdheden?​” (Luide interrupties.) ‘Als u geen angsten hebt, u van Parijs en die van heel Frankrijk die niet in stand, enkel omdat ze bang is, omdat ze weet dat de omverwerping daarvan het sein zou zijn voor de revolutie van het volk, voor de die de vreemdeling op het grondgebied van het vaderland hebt gebracht...” (Krachtige bijval van links. Luide protesten: “Tot de orde!” +  * Gambetta: “Het is heel zeker, dat als een land als Frankrijk het smartelijkste uur van zijn geschiedenis doormaakt, er een tijd om te zwijgen is...” (Een belachelijke verontschuldiging voor zijn niet te verontschuldigen werkeloosheid.) Maar het is duidelijk, dat er ook een tijd om te spreken is...” (Dat is wanneer het duidelijk geworden is dat Palikao. Trochu en Thiers, die hij tot dan toe dwaas en verraderlijk gesteund had, hem niet in de Raad voor de Verdediging willen aanvaarden. Daar vond hij het nuttig en goed het handelen van het Parijse volk in naam van het patriottisme af te leiden en te verlammen. Hij liet zich in met de officiële leugen, nu protesteert hij.) Welnu, gelooft men dat de sluiting die door de heer minister gevraagd is en waarin we ons sinds enkele dagen schikken” (Interruptie) “werkelijk een antwoord is dat het land waardig is, te midden van zijn angsten en benauwdheden?​” (Luide interrupties.) ‘Als u geen angsten hebt, u van Parijs en die van heel Frankrijk die niet in stand, enkel omdat ze bang is, omdat ze weet dat de omverwerping daarvan het sein zou zijn voor de revolutie van het volk, voor de die de vreemdeling op het grondgebied van het vaderland hebt gebracht...” (Krachtige bijval van links)   
-Voorzitter: “De heer Gambetta hoort de protesten die zijn woorden oproepen...” +  * Luide protesten: “Tot de orde!” 
-Girault (de boer): “Ja, wij willen protesteren,​ ons zwijgen heeft te lang geduurd.” +  ​* ​Voorzitter: “De heer Gambetta hoort de protesten die zijn woorden oproepen...” 
-Rouxin: “Dit is geen debat meer, dit is smaad...” +  ​* ​Girault (de boer): “Ja, wij willen protesteren,​ ons zwijgen heeft te lang geduurd.” 
-Vendré: “En de ergste smaad die men de Kamer kan aandoen...” +  ​* ​Rouxin: “Dit is geen debat meer, dit is smaad...” 
-Een stem: ‘Dit is burgeroorlog!” +  ​* ​Vendré: “En de ergste smaad die men de Kamer kan aandoen...” 
-Voorzitter: “Het kan niet toegestaan worden dat men het land door dergelijke woorden in beroering brengt...” +  ​* ​Een stem: ‘Dit is burgeroorlog!” 
-Gambetta: “Burgeroorlog,​ zegt men. Ik heb nooit geaarzeld middelen die niet door de wet erkend worden, te brandmerken,​ te veroordelen!...” (Ziedaar de advocaat en de moderne burger tegelijk.) “Vaderlandsliefde betekent niet de bevolking in slaap wiegen” (En toch heeft hij meer dan veertien dagen de hand gereikt aan degenen die hen in slaap wiegden), “hen voeden met dromen, maar hen erop voorbereiden de vijand te ontvangen, hem terug te drijven of onder de puinhopen begraven te worden. Wij hebben genoeg concessies gedaan” (Veel te veel!), “lang genoeg hebben wij gezwegen” (Te lang en vandaag is de tijd van mannen als Gambetta onherroepelijk voorbij), “het zwijgen heeft een sluier geworpen over de gebeurtenissen die elkaar snel opvolgen.,. Ik ben ervan overtuigd dat het land, zonder het te zien, naar de afgrond rolt!...” (De orde van de dag! De orde van de dag!) +  ​* ​Voorzitter: “Het kan niet toegestaan worden dat men het land door dergelijke woorden in beroering brengt...” 
-Voorzitter: "Ik verzoek de heer Gambetta geen onnodige woordenwisselingen uit te lokken, waar het eind van zoek is.” +  ​* ​Gambetta: “Burgeroorlog,​ zegt men. Ik heb nooit geaarzeld middelen die niet door de wet erkend worden, te brandmerken,​ te veroordelen!...” (Ziedaar de advocaat en de moderne burger tegelijk.) “Vaderlandsliefde betekent niet de bevolking in slaap wiegen” (En toch heeft hij meer dan veertien dagen de hand gereikt aan degenen die hen in slaap wiegden), “hen voeden met dromen, maar hen erop voorbereiden de vijand te ontvangen, hem terug te drijven of onder de puinhopen begraven te worden. Wij hebben genoeg concessies gedaan” (Veel te veel!), “lang genoeg hebben wij gezwegen” (Te lang en vandaag is de tijd van mannen als Gambetta onherroepelijk voorbij), “het zwijgen heeft een sluier geworpen over de gebeurtenissen die elkaar snel opvolgen.,. Ik ben ervan overtuigd dat het land, zonder het te zien, naar de afgrond rolt!...” (De orde van de dag! De orde van de dag!) 
-Gambetta: “Er zou geen nuttiger woordenwisseling kunnen zijn dan die, die zou betekenen dat men zich op mannelijke wijze rekenschap gaf van de toestand.” +  ​* ​Voorzitter: "Ik verzoek de heer Gambetta geen onnodige woordenwisselingen uit te lokken, waar het eind van zoek is.” 
-Champagny: “En die aan de vijand bekendmaakte.” +  ​* ​Gambetta: “Er zou geen nuttiger woordenwisseling kunnen zijn dan die, die zou betekenen dat men zich op mannelijke wijze rekenschap gaf van de toestand.” 
-Gambetta: “Onze vijanden kennen die al lang, wij zijn het die hem niet kennen.” +  ​* ​Champagny: “En die aan de vijand bekendmaakte.” 
-Arago: “Men verlangt wapenen, u stuurt staatsraden naar de departementen!” +  ​* ​Gambetta: “Onze vijanden kennen die al lang, wij zijn het die hem niet kennen.” 
-Gambetta: “WAT MIJ BETREFT, heren, ik ben me van mijn verantwoordelijkheid bewust. Mijn geweten zegt me dat de bevolking van Parijs voorgelicht moet worden, en wat IK WIL, is haar voorlichten.” (De orde van de dag! De orde van de dag!)'​ +  ​* ​Arago: “Men verlangt wapenen, u stuurt staatsraden naar de departementen!” 
-Het is duidelijk dat Gambetta nu het besluit genomen heeft - maar te laat — om met jakobijnse politiek te beginnen. Niets is vermakelijker dan te zien hoeveel vrees Gambetta alle reactionaire kranten van Frankrijk en ook van Italië aanjaagt. (MB)+  ​* ​Gambetta: “WAT MIJ BETREFT, heren, ik ben me van mijn verantwoordelijkheid bewust. Mijn geweten zegt me dat de bevolking van Parijs voorgelicht moet worden, en wat IK WIL, is haar voorlichten.” (De orde van de dag! De orde van de dag!)'​ 
 +  ​* ​Het is duidelijk dat Gambetta nu het besluit genomen heeft - maar te laat — om met jakobijnse politiek te beginnen. Niets is vermakelijker dan te zien hoeveel vrees Gambetta alle reactionaire kranten van Frankrijk en ook van Italië aanjaagt. (MB)
   * [11] Als Rus zie ik me voor de onaangename noodzaak gesteld mijn vrienden, de revolutionaire socialisten van Frankrijk, tegen de Poolse leiders te waarschuwen. Ik ken een massa Polen en ik heb onder hen maar twee of drie oprechte socialisten ontmoet. De overgrote meerderheid is aartsnationalistisch. De overgrote meerderheid van de Poolse emigranten is tot op de dag van vandaag de Napoleons toegewijd geweest, omdat ze zo dwaas was te hopen dat van de Napoleons de bevrijding van hun vaderland zou komen. De Polen zijn conservatieven door hun positie en uit traditie. De vooruitstrevendste zijn militaire democraten. Hun roodste kranten wijzen eenstemmig het socialisme af, waarvan bijna alle Polen een afkeer hebben, — behalve het Poolse volk ongetwijfeld,​ dat nog nooit een stem of enige invloed heeft gehad en welks natuurlijke neigingen socialistisch zijn, zoals over het algemeen de natuurlijke neigingen en de belangen van alle volksmassa’.. (MB)   * [11] Als Rus zie ik me voor de onaangename noodzaak gesteld mijn vrienden, de revolutionaire socialisten van Frankrijk, tegen de Poolse leiders te waarschuwen. Ik ken een massa Polen en ik heb onder hen maar twee of drie oprechte socialisten ontmoet. De overgrote meerderheid is aartsnationalistisch. De overgrote meerderheid van de Poolse emigranten is tot op de dag van vandaag de Napoleons toegewijd geweest, omdat ze zo dwaas was te hopen dat van de Napoleons de bevrijding van hun vaderland zou komen. De Polen zijn conservatieven door hun positie en uit traditie. De vooruitstrevendste zijn militaire democraten. Hun roodste kranten wijzen eenstemmig het socialisme af, waarvan bijna alle Polen een afkeer hebben, — behalve het Poolse volk ongetwijfeld,​ dat nog nooit een stem of enige invloed heeft gehad en welks natuurlijke neigingen socialistisch zijn, zoals over het algemeen de natuurlijke neigingen en de belangen van alle volksmassa’.. (MB)
   * [12] Hautefaye ligt in het arrondissement Nontron, vandaar dat Bakoenin even verderop spreekt over de ‘misdaad van Nontron’.   * [12] Hautefaye ligt in het arrondissement Nontron, vandaar dat Bakoenin even verderop spreekt over de ‘misdaad van Nontron’.
Regel 682: Regel 685:
   * [16] Hier en in het vervolg wordt met de verwijzing naar ‘december’ steeds gedoeld op de staatsgreep van Louis Bonaparte in december 1851, die een jaar later gevolgd werd door zijn proclamatie tot keizer Napoleon III. Vormt ‘december’ het feitelijke einde van de Republiek van 1848, ‘juni’ (waaraan Bakoenin ook herhaaldelijk refereert) betekent het feitelijke einde van de revolutie van 1848 in Frankrijk: in juni 1848, vijf maanden na de Februarirevolutie,​ werd de opstand van het Parijse proletariaat bloedig neergeslagen met medewerking van de gematigde republikeinen.   * [16] Hier en in het vervolg wordt met de verwijzing naar ‘december’ steeds gedoeld op de staatsgreep van Louis Bonaparte in december 1851, die een jaar later gevolgd werd door zijn proclamatie tot keizer Napoleon III. Vormt ‘december’ het feitelijke einde van de Republiek van 1848, ‘juni’ (waaraan Bakoenin ook herhaaldelijk refereert) betekent het feitelijke einde van de revolutie van 1848 in Frankrijk: in juni 1848, vijf maanden na de Februarirevolutie,​ werd de opstand van het Parijse proletariaat bloedig neergeslagen met medewerking van de gematigde republikeinen.
   * [17] Het ministerie heeft eindelijk toegegeven dat het geen wapens aan het volk wil geven, en wel in de opmerkelijke vergadering van 25 augustus, naar aanleiding van het voorstel de wetten die het verkopen en fabriceren van wapens en munitie verbieden, en die het dragen van wapens zonder vergunning van de regering beboeten, niet af te schaffen, maar alleen buiten werking te stellen. Na een levendig debat is dat voorstel, dat al afgewezen was door de natuurlijk door de Bonapartistische meerderheid van de Kamer gekozen commissie, verworpen met 184 tegen 61 stemmen. Het debat heeft zeer belangwekkende woorden en onthullingen opgeleverd. Jules Ferry (de indiener van het voorstel): ‘Het rapport veroordeelt de wetten en geeft de aanbeveling ze voorlopig te handhaven, juist vandaag nu de opschorting ervan noodzakelijk en vanzelfsprekend is voor iedereen. Het land heeft behoefte aan wapens om zich te verdedigen, die behoefte is zeer dringend. Wat moest men doen? Het verbod afschaffen, zoals voor graan in een tijd van gebrek... Niet alleen bewapent men niet, maar er zijn prefecten die de wapens die men hun stuurt, weigeren. Ik ken er één die geantwoord heeft: ‘Geen geweren, geen vrijwilligers. Ik heb alle weerbare mannen het departement uit gestuurd.” Als er politieke redenen zijn om het volk niet te bewapenen, laat men het dan zeggen. Als men bang is dat de wapenen in de handen van de vijanden] van de regering terechtkomen,​ moet men het zeggen. Men moet weten dat als er iets de nationale verdediging verlamt, dus in het belang van de dynastie is.'   * [17] Het ministerie heeft eindelijk toegegeven dat het geen wapens aan het volk wil geven, en wel in de opmerkelijke vergadering van 25 augustus, naar aanleiding van het voorstel de wetten die het verkopen en fabriceren van wapens en munitie verbieden, en die het dragen van wapens zonder vergunning van de regering beboeten, niet af te schaffen, maar alleen buiten werking te stellen. Na een levendig debat is dat voorstel, dat al afgewezen was door de natuurlijk door de Bonapartistische meerderheid van de Kamer gekozen commissie, verworpen met 184 tegen 61 stemmen. Het debat heeft zeer belangwekkende woorden en onthullingen opgeleverd. Jules Ferry (de indiener van het voorstel): ‘Het rapport veroordeelt de wetten en geeft de aanbeveling ze voorlopig te handhaven, juist vandaag nu de opschorting ervan noodzakelijk en vanzelfsprekend is voor iedereen. Het land heeft behoefte aan wapens om zich te verdedigen, die behoefte is zeer dringend. Wat moest men doen? Het verbod afschaffen, zoals voor graan in een tijd van gebrek... Niet alleen bewapent men niet, maar er zijn prefecten die de wapens die men hun stuurt, weigeren. Ik ken er één die geantwoord heeft: ‘Geen geweren, geen vrijwilligers. Ik heb alle weerbare mannen het departement uit gestuurd.” Als er politieke redenen zijn om het volk niet te bewapenen, laat men het dan zeggen. Als men bang is dat de wapenen in de handen van de vijanden] van de regering terechtkomen,​ moet men het zeggen. Men moet weten dat als er iets de nationale verdediging verlamt, dus in het belang van de dynastie is.'
-Picard: ‘De geschiedenis zal dit debat niet begrijpen. Wij vragen u de opschorting van een wet die een misdrijf maakt van het bezit van wapens en munitie, en u weigert ons dat op het moment dat de vijand nadert.'​+  * Picard: ‘De geschiedenis zal dit debat niet begrijpen. Wij vragen u de opschorting van een wet die een misdrijf maakt van het bezit van wapens en munitie, en u weigert ons dat op het moment dat de vijand nadert.'​
 Minister (voorzitter van de Staatsraad):​ ‘U wilt waarschijnlijk de krachten van het land organiseren. Wij ook. Maar wij willen de wapens waarover wij beschikken — en die zijn talrijk — in handen stellen degenen die ze het beste kunnen gebruiken. Wij willen de krachten bundelen en u wilt ze versnipperen...'​Picard:​ ‘Bewapent de nationale garde, goed. Bewapent de burgerwacht,​ goed. Maar hebt u een land (gezien), een land waarin de vijand binnengedrongen,​ waar men tot de burgers zegt: “U hebt niet het recht een wapen te kopen; als de wapenhandelaar het u verkoopt, schendt hij de wet"?'​ Minister (voorzitter van de Staatsraad):​ ‘U wilt waarschijnlijk de krachten van het land organiseren. Wij ook. Maar wij willen de wapens waarover wij beschikken — en die zijn talrijk — in handen stellen degenen die ze het beste kunnen gebruiken. Wij willen de krachten bundelen en u wilt ze versnipperen...'​Picard:​ ‘Bewapent de nationale garde, goed. Bewapent de burgerwacht,​ goed. Maar hebt u een land (gezien), een land waarin de vijand binnengedrongen,​ waar men tot de burgers zegt: “U hebt niet het recht een wapen te kopen; als de wapenhandelaar het u verkoopt, schendt hij de wet"?'​
-J. Favre: ‘Men wil ons kunnen veroordelen,​ zelfs nu, als we de wapens grijpen om ons te verdedigen. Wat mij betreft, ik verklaar u dat ik deze wet, als u haar handhaaft, zal schenden.’+  * J. Favre: ‘Men wil ons kunnen veroordelen,​ zelfs nu, als we de wapens grijpen om ons te verdedigen. Wat mij betreft, ik verklaar u dat ik deze wet, als u haar handhaaft, zal schenden.’
 De minister: ‘Het komt me voor dat de kwestie niet zoveel vuur nodig maakt.’ De minister: ‘Het komt me voor dat de kwestie niet zoveel vuur nodig maakt.’
 Favre: ‘Wilt u dat wij kalm blijven totdat de Pruisen in Parijs zijn? ‘Het voorstel van de heer J. Ferry wordt verworpen met een meerderheid van 184 tegen 61 (links en centrumlinks) stemmen.’ (MB) Favre: ‘Wilt u dat wij kalm blijven totdat de Pruisen in Parijs zijn? ‘Het voorstel van de heer J. Ferry wordt verworpen met een meerderheid van 184 tegen 61 (links en centrumlinks) stemmen.’ (MB)
Regel 695: Regel 698:
   * [24] Bakoenin doelt op de Fraternité. Vergelijk ook zijn brief aan Albert Richard van I april 1870, waar hij zijn geheime organisatie omschrijft als een Alliantie met weinig, maar goede, energiek discrete en trouwe leden’ (Michael Bakoenin, Over anarchisme staat en dictatuur, Amsterdam 1976, p. 79).   * [24] Bakoenin doelt op de Fraternité. Vergelijk ook zijn brief aan Albert Richard van I april 1870, waar hij zijn geheime organisatie omschrijft als een Alliantie met weinig, maar goede, energiek discrete en trouwe leden’ (Michael Bakoenin, Over anarchisme staat en dictatuur, Amsterdam 1976, p. 79).
   * [25] Een term uit de revolutie van 1848, waarmee de reactie ‘hen die verdelen’,​ dat wil zeggen communisten en socialisten aanduidde.   * [25] Een term uit de revolutie van 1848, waarmee de reactie ‘hen die verdelen’,​ dat wil zeggen communisten en socialisten aanduidde.
-  * [26] Ik kan me niet weerhouden nog enkele opmerkingen over die brief maken, die ik met des te meer aandacht gelezen heb omdat hij afkomstig is van de vandaag nagenoeg erkende leider van de republikeinse partij in Parijs, van de man die met Thiers en Trochu wordt beschouwd als de heer en meester van het lot van het Frankrijk waarin Pruisen zijn binnengedrongen. Ik heb nooit veel waarde gehecht aan Gambetta, maar ik geef toe dat deze brief me heeft laten zien dat hij nog onbeduidender en kleurlozer is dan ik me had voorgesteld. Hij heeft zijn rol van gematigde, wijze, redelijke republikein volkomen ernstig genomen en op zo’n verschrikkelijk moment, op het moment dat Frankrijk instort en ondergaat en het alleen nog gered kan worden als alle Fransen in vuur en vlam raken, vindt de heer Gambetta de nodige tijd en inspiratie om een brief te schrijven waarin hij begint met te verklaren dat hij van plan is op waardige wijze vast te houden aan de rol van democratische,​ GOUVERNEMENTELE oppositie. Hij spreekt over het tegelijk republikeinse en behoudende program dat hij zich sinds 1869 heeft voorgehouden’:​ het program dat de aan het algemeen kiesrecht ontleende politiek doet prevaleren’ (Maar dat is die van het plebisciet van Napoleon III), ‘wil bewijzen dat de republiek onder de huidige omstandigheden voortaan een noodzakelijke voorwaarde is voor de redding van Frankrijk en het Europese evenwicht dat er geen veiligheid is, geen vrede, geen vooruitgang buiten VERSTANDIG gebruikte republikeinse instellingen’ (zoals in Zwitserland). Dat men Frankrijk niet kan REGEREN tegen de middenklassen,​ dat men het niet kan leiden zonder een GROOTMOEDIG verbond met het proletariaat in stand te houden’ (Grootmoedig van welke kant? ongetwijfeld van de kant van de bourgeoisie). Alleen republikeinse regeringsvorm maakt een harmonische verzoening mogelijk tussen de gerechtvaardigde verlangens van de arbeiders en eerbied voor de geheiligde rechten van de eigendom. Het juiste midden is een verouderde politiek. Het cesarisme is de verderfelijkste,​ de bedrieglijkste oplossing. Het droit divin is voorgoed afgeschaft. Jakobijns is voortaan een belachelijk en ongezond woord. Alleen de op de rede gegronde, POSITIVISTISCHE democratie (Hoor die charlatan!) kan alles verzoenen, alles organiseren,​ alles bevruchten. (Zullen we eens zien hoe?). ‘1789 heeft de beginselen opgesteld’ (Niet alle, verre van dat, de beginselen van de burgerlijke vrijheid, ja — maar die van gelijkheid, die van de vrijheid van het proletariaat,​ nee), 1792 heeft ze doen zegevieren’ (en het is ongetwijfeld daardoor dat Frankrijk vrij is), ‘1848 heeft ze bevestigd door het algemeen kiesrecht’ (in juni ongetwijfeld?​). ‘Het is de huidige generatie die het betaamt de republikeinse regeringsvorm te verwezenlijken’ (Zoals in Zwitserland) op de grondslag van rechtvaardigheid’ (Welke rechtvaardigheid?​ juridische rechtvaardigheid ongetwijfeld?​) ‘en het verkiezingsbeginsel rechten van de staatsburger en de functies van de staat in een progressieve en vrije maatschappij te verzoenen. Om dat doel te bereiken, zijn er twee dingen nodig: men moet de angst van de ene groep doen verdwijnen en het wantrouwen van de andere groep tot bedaren brengen. De bourgeoisie liefde voor de democratie en het volk vertrouwen in zijn oudere broeders bijbrengen.’ ​(Waarom ​dan geen vertrouwen de adel, die nog ouder is dan de bourgeoisie?​)  +  * [26] Ik kan me niet weerhouden nog enkele opmerkingen over die brief maken, die ik met des te meer aandacht gelezen heb omdat hij afkomstig is van de vandaag nagenoeg erkende leider van de republikeinse partij in Parijs, van de man die met Thiers en Trochu wordt beschouwd als de heer en meester van het lot van het Frankrijk waarin Pruisen zijn binnengedrongen. Ik heb nooit veel waarde gehecht aan Gambetta, maar ik geef toe dat deze brief me heeft laten zien dat hij nog onbeduidender en kleurlozer is dan ik me had voorgesteld. Hij heeft zijn rol van gematigde, wijze, redelijke republikein volkomen ernstig genomen en op zo’n verschrikkelijk moment, op het moment dat Frankrijk instort en ondergaat en het alleen nog gered kan worden als alle Fransen in vuur en vlam raken, vindt de heer Gambetta de nodige tijd en inspiratie om een brief te schrijven waarin hij begint met te verklaren dat hij van plan is op waardige wijze vast te houden aan de rol van democratische,​ GOUVERNEMENTELE oppositie. Hij spreekt over het tegelijk republikeinse en behoudende program dat hij zich sinds 1869 heeft voorgehouden’:​ het program dat de aan het algemeen kiesrecht ontleende politiek doet prevaleren’ (Maar dat is die van het plebisciet van Napoleon III), ‘wil bewijzen dat de republiek onder de huidige omstandigheden voortaan een noodzakelijke voorwaarde is voor de redding van Frankrijk en het Europese evenwicht dat er geen veiligheid is, geen vrede, geen vooruitgang buiten VERSTANDIG gebruikte republikeinse instellingen’ (zoals in Zwitserland). Dat men Frankrijk niet kan REGEREN tegen de middenklassen,​ dat men het niet kan leiden zonder een GROOTMOEDIG verbond met het proletariaat in stand te houden’ (Grootmoedig van welke kant? ongetwijfeld van de kant van de bourgeoisie). Alleen republikeinse regeringsvorm maakt een harmonische verzoening mogelijk tussen de gerechtvaardigde verlangens van de arbeiders en eerbied voor de geheiligde rechten van de eigendom. Het juiste midden is een verouderde politiek. Het cesarisme is de verderfelijkste,​ de bedrieglijkste oplossing. Het droit divin is voorgoed afgeschaft. Jakobijns is voortaan een belachelijk en ongezond woord. Alleen de op de rede gegronde, POSITIVISTISCHE democratie (Hoor die charlatan!) kan alles verzoenen, alles organiseren,​ alles bevruchten. (Zullen we eens zien hoe?). ‘1789 heeft de beginselen opgesteld’ (Niet alle, verre van dat, de beginselen van de burgerlijke vrijheid, ja — maar die van gelijkheid, die van de vrijheid van het proletariaat,​ nee), 1792 heeft ze doen zegevieren’ (en het is ongetwijfeld daardoor dat Frankrijk vrij is), ‘1848 heeft ze bevestigd door het algemeen kiesrecht’ (in juni ongetwijfeld?​). ‘Het is de huidige generatie die het betaamt de republikeinse regeringsvorm te verwezenlijken’ (Zoals in Zwitserland) op de grondslag van rechtvaardigheid’ (Welke rechtvaardigheid?​ juridische rechtvaardigheid ongetwijfeld?​) ‘en het verkiezingsbeginsel rechten van de staatsburger en de functies van de staat in een progressieve en vrije maatschappij te verzoenen. Om dat doel te bereiken, zijn er twee dingen nodig: men moet de angst van de ene groep doen verdwijnen en het wantrouwen van de andere groep tot bedaren brengen. De bourgeoisie liefde voor de democratie en het volk vertrouwen in zijn oudere broeders bijbrengen.’ ​   
-Door deze brief te schrijven heeft Gambetta duidelijk een politieke daad willen stellen: de bourgeoisie aan het woord republiek te doen wennen. Maar zou het niet nog politieker geweest zijn, op dit moment, van het hoogste gevaar, in plaats van zulke brieven te schrijven mannelijk te handelen (om een geliefde term van Gambetta te gebruiken) en een regering ten val te brengen die Frankrijk op een in het oog lopende manier verraadt en in het verderf stort, zodat ieder moment dat men haar langer aan de macht laat, een misdaad tegenover natie wordt van de kant van hen die de onbetwistbare plicht en gelegenheid hebben haar ten val te brengen, en haar niet ten val breng waarschijnlijk omdat ze bang zijn hun reputatie van gematigdheid verliezen? — Werkelijk, hoe meer ik over die mensen nadenk, hoe meer ik hen veracht. Hun vaderlandsliefde,​ hun burgerzin, hun verontwaardiging uiten ze in woorden en ze zijn zo doortastend in woorden, dat ze geen kracht meer overhouden voor daden. Het is een verschrikkelijk ogenblik. Zeer waarschijnlijk wordt Mac-Mahon verslag en teruggedrongen naar België. Nog een paar dagen en Parijs wordt belegerd door een leger van 400.000 man. En dan? — als de provincies niet opstaan, is Frankrijk verloren. (M B)+  * Ongeordende lijstWaarom ​dan geen vertrouwen de adel, die nog ouder is dan de bourgeoisie?​ Door deze brief te schrijven heeft Gambetta duidelijk een politieke daad willen stellen: de bourgeoisie aan het woord republiek te doen wennen. Maar zou het niet nog politieker geweest zijn, op dit moment, van het hoogste gevaar, in plaats van zulke brieven te schrijven mannelijk te handelen (om een geliefde term van Gambetta te gebruiken) en een regering ten val te brengen die Frankrijk op een in het oog lopende manier verraadt en in het verderf stort, zodat ieder moment dat men haar langer aan de macht laat, een misdaad tegenover natie wordt van de kant van hen die de onbetwistbare plicht en gelegenheid hebben haar ten val te brengen, en haar niet ten val breng waarschijnlijk omdat ze bang zijn hun reputatie van gematigdheid verliezen? — Werkelijk, hoe meer ik over die mensen nadenk, hoe meer ik hen veracht. Hun vaderlandsliefde,​ hun burgerzin, hun verontwaardiging uiten ze in woorden en ze zijn zo doortastend in woorden, dat ze geen kracht meer overhouden voor daden. Het is een verschrikkelijk ogenblik. Zeer waarschijnlijk wordt Mac-Mahon verslag en teruggedrongen naar België. Nog een paar dagen en Parijs wordt belegerd door een leger van 400.000 man. En dan? — als de provincies niet opstaan, is Frankrijk verloren. (M B)
   * [27] Onvolledige zin in Bakoenins manuscript.   * [27] Onvolledige zin in Bakoenins manuscript.
   * [28] Hier volgt wat de Volksstaat, het orgaan van de sociaaldemocratische arbeiderspartij in Duitsland (nr. 69, 27 augustus) over de stemming van de radicale linkerzijde zegt: ‘De voornaamste reden die tot op heden het uitroepen van de republiek heeft belet, ligt in de kleingeestige gewetensbezwaren van de beschaafde republikeinen die, gedreven door de afgrijselijke angst die het democratische socialisme hun inboezemt, de ministers formeel beloofd hebben dat ze niet aan een verandering van regeringsvorm zullen denken, zolang er nog een vijand op het Franse grondgebied blijft. Ze noemen dat vaderlandsliefde. Maar achter die vaderlandsliefde verbergt zich maar al te graag het verlaten van, en de ontrouw aan de beginselen.’ (M B)   * [28] Hier volgt wat de Volksstaat, het orgaan van de sociaaldemocratische arbeiderspartij in Duitsland (nr. 69, 27 augustus) over de stemming van de radicale linkerzijde zegt: ‘De voornaamste reden die tot op heden het uitroepen van de republiek heeft belet, ligt in de kleingeestige gewetensbezwaren van de beschaafde republikeinen die, gedreven door de afgrijselijke angst die het democratische socialisme hun inboezemt, de ministers formeel beloofd hebben dat ze niet aan een verandering van regeringsvorm zullen denken, zolang er nog een vijand op het Franse grondgebied blijft. Ze noemen dat vaderlandsliefde. Maar achter die vaderlandsliefde verbergt zich maar al te graag het verlaten van, en de ontrouw aan de beginselen.’ (M B)
namespace/brief_aan_een_fransman.txt · Laatst gewijzigd: 16/10/19 10:14 (Externe bewerking)