Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen

namespace:de_russische_revolutie_en_de_communistische_partij

De Russische Revolutie en de Communistische Partij

Door Alexander Berkman, Alexej Borovoj, Emma Goldman, Alexander Schapiro

  • Originele titel: Die Russische Revolution und die Kommunistische Partei, Russische
  • Verschenen: 1921
  • Bron: Die Russische Revolution und die Kommunistische Partei, Berlijn, Der Syndikalist, 1921
  • Vertaling: C.E van Amerongen-van Straten

De Oktoberrevolutie is geen legitiem gevolg geweest van het traditionele marxisme. Rusland vertoonde weinig overeenkomst met een land waar volgens Marx ‘de centralisatie van de productiemiddelen en de vermaatschappelijking van de arbeid een punt bereikt hebben waar zij onverenigbaar worden met hun kapitalistische omhulsel. Dit barst, en … [1]

In Rusland barstte ‘het omhulsel’ onverwachts; het barstte in een fase van geringe technische en industriële ontwikkeling, op een moment dat de concentratie der productiemiddelen nog niet erg ver was voortgeschreden. Rusland was een land met een slecht georganiseerd transportsysteem, met een zwakke bourgeoisie en een zwak proletariaat, maar met een numeriek sterke en maatschappelijk belangrijke boerenbevolking. Kortom: het was een land waar kennelijk geen sprake kon zijn van een onverzoenlijke vijandschap tussen ontwikkelde industriële krachten en een volledig gerijpt kapitalistisch systeem.

De samenloop der omstandigheden in het jaar 1917 had echter vooral in Rusland een uitzonderlijke toestand teweeggebracht, die een rampzalige ineenstorting van de totale industriële organisatie in dat land veroorzaakte. En Lenin heeft dan ook terecht geschreven: ‘Het was gemakkelijk voor Rusland, in de bijzondere uitgangssituatie van het jaar 1917, met de sociale revolutie te beginnen.’

Die bijzonder gunstige voorwaarden voor het begin van de sociale revolutie waren:

  • 1. De mogelijkheid om het doel van de sociale revolutie te verbinden met het verlangen van het volk naar beëindiging van de imperialistische wereldoorlog, die een buitengewone uitputting en ontevredenheid onder de massa had veroorzaakt.
  • 2. De mogelijkheid om op zijn minst enige tijd na beëindiging van de oorlog buiten de invloedssfeer van de kapitalistische machten in Europa te blijven, daar deze de wereldoorlog voortzetten.
  • 3. De kans om nog tijdens deze korte periode aan het werk van de interne organisatie te beginnen en de grondslag te leggen voor de revolutionaire wederopbouw.
  • 4. De ongewoon gunstige situatie waarin Rusland zich bevond door de enorme uitgestrektheid van het land en het tekort aan transportmiddelen in geval van een mogelijk nieuw ingrijpen van het West-Europese imperialisme.
  • 5. De voordelen van deze situatie in geval van een burgeroorlog.
  • 6. De mogelijkheid om de fundamentele behoeften van de revolutionaire plattelandsbevolking vrijwel onmiddellijk te bevredigen, ondanks het feit dat het in wezen democratische standpunt van de boerenbevolking volstrekt verschilde van dat van de socialistische ‘partij van het proletariaat’, die de regeringszaken op zich nam.

Bovendien bezat het revolutionaire Rusland het voordeel van een belangrijke ervaring — de ervaring van 1905, het jaar waarin de tsaristische autocratie de revolutie met succes had neergeslagen omdat deze een uitgesproken politiek karakter droeg, waardoor zij noch de boeren had kunnen meeslepen, noch het enthousiasme had kunnen wekken van een aanzienlijk deel van het proletariaat.

De wereldoorlog had door het volledig bankroet van de constitutionele regering te onthullen de grote volksbeweging voorbereid en versneld — een beweging die zich vanuit haar diepste wezen alléén kon ontwikkelen tot een sociale revolutie.

Vooruitlopend op de maatregelen van de revolutionaire regering, en heel vaak zelfs in strijd daarmee, was de revolutionaire massa op eigen initiatief — reeds lang voor de Oktoberdagen — begonnen met de realisatie van haar maatschappelijke idealen. Zij nam het laad in bezit, de fabrieken, mijnen, bedrijven en alle productiemiddelen en ontdeed zich van de gehate en gevaarlijke vertegenwoordigers van regering en gezag. In haar grootse ontwaken vernietigde zij elke vorm van politieke en economische onderdrukking. In het hart van het Russische volk en m de uitgestrektheid van het Russische land brandde reeds de sociale revolutie toen in de hoofdsteden Moskou en Petrograd de Oktoberrevolutie plaatsvond.

De Communistische Partij heeft in haar streven naar dictatuur de situatie vanaf het eerste begin juist beoordeeld. Om de massabeweging te kunnen controleren zette zij de democratische beginselen overboord en proclameerde met grote nadruk de sociale revolutie. In de daarop volgende ontwikkeling van de revolutie hebben de Bolsjewiki concrete vorm gegeven aan bepaalde principes en methoden van het anarchistische communisme, zoals het anti-parlementarisme, de onteigening van de bourgeoisie, de tactiek van de directe actie, de inbezitneming van de productiemiddelen, de instelling van arbeiders- en boerensovjets en dergelijke. Bovendien maakte de Communistische Partij gebruik van alles wat het volk in die tijd eiste (beëindiging van de oorlog, alle macht aan het revolutionaire proletariaat, het land aan de landarbeiders, enzovoort). Dat was niet meer dan demagogie (zoals we later zullen zien), maar het bleek een ongelooflijk psychologisch effect te hebben op de versnelling en intensivering van het revolutionaire proces.

Maar zo het gemakkelijk was, om met Lenin te spreken, de revolutie te beginnen, haar verdere ontwikkeling en inspanningen vonden onder moeilijke omstandigheden plaats.

Naar buiten bleef de situatie van Rusland, zoals Lenin halverwege het jaar 1918 gezegd beeft, 'buitengewoon gecompliceerd en gevaarlijk, en voor de aangrenzende imperialistische staten was deze verleidelijk door de lijdelijke zwakte van Rusland*. De socialistische Sovjet-republiek bevond zich ia een ‘buitengewoon onzekere, zonder meer kritieke internationale situatie'.[2]

Inderdaad is de gehele latere buitenlandse geschiedenis van Rusland vervuld van problemen die veroorzaakt waren door de noodzaak om een eindeloze strijd te voeren tegen da agenten van het wereldimperialisme, zeer vaak aan verschillende fronten en vaak zelfs tegen ordinaire avonturiers. Pas door de definitieve overwinning op de legers van Wrangel is een eind gemaakt aan de directe gewapende inmenging in de Russische aangelegenheden.

Niet minder moeilijk, gecompliceerd en zelfs chaotisch was echter de interne situatie in Rusland. Het volledig falen van de totale industriële organisatie, het falen van de economie, de desorganisatie van het transportsysteem, honger, werkloosheid, het relatief gebrek aan organisatie onder de arbeiders, de buitengewoon gecompliceerde en tegenstrijdige situatie in de agrarische sector, de psychologie van de kleine bezitters, de vijandigheid jegens de nieuwe Sovjet-regering, sabotage van het werk der sovjets door de technische intelligentsia, een groot tekort in de partij aan geschoolde arbeiders die op de hoogte waren van de plaatselijke omstandigheden, de praktische onbekwaamheid van de partijleiders en ten slotte (om met de erkende leider van de Bolsjewiki te spreken) ‘de grootst mogelijke haat en het wantrouwen van de massa’s jegens alles wat van de staat afkomstig was’ — dat waren de omstandigheden waaronder de revolutie haar eerste en moeilijkste schreden moest zetten.

Wij moeten daaraan toevoegen dat er nog meer problemen waren die de revolutionaire regering moest oplossen, namelijk de diepgewortelde tegenstellingen en zelfs vijandschap tussen de belangen en doeleinden van de verschillende maatschappelijke groeperingen in het land:

a) De meest progressieve groep van de fabrieksproletariaat, die in de industriële centra ook de meeste invloed uitoefende, streefde ondanks haar relatieve culturele en technische achterstand naar de toepassing van zuiver communistische methodes.

b) De economische houding van de numeriek machtige boerenbevolking was van beslissende aard, vooral in de tijd van de industriële ineenstorting en van de blokkade. Deze klasse stond wantrouwig en zelfs afkerig tegenover elke poging van de communistische regering haar bewaker te spelen en haar economische activiteiten te controleren.

c) De zeer grote en psychologisch invloedrijke (in de zin van openbare meningsvorming, al had deze vaak iets paniekerigs) groep van de stadsbevolking bestaat uit de restanten van de hogere bourgeoisie, uit technische specialisten, detailhandelaars en handelsagenten van allerlei aard. Dit is een zeer talrijke groep, waartoe ook behoren de ambtenaren van het oude regime, die zich hebben aangepast aan de nieuwe situatie en nu de Sovjet-regering dienen, maar hier en daar sabotage bedrijven. Voorts behoren tot deze groep elementen die de gelegenheid van de nieuwe maatschappelijke orde te baat nemen om carrière te maken, en personen die uit hun gewone levens- wijze gerukt zijn en letterlijk verhongeren. Deze klasse wordt geschat op zeventig procent van de employés van Sovjet-instellingen.

Natuurlijk bekeek elk van deze groeperingen de revolutie met eigen ogen, beoordeelde zij de verdere mogelijkheden vanuit het eigen standpunt en beïnvloedde elk op eigen wijze de beschikkingen van de revolutionaire regering.

Al deze tegenstrijdigheden, die het land verscheurden en vaak op bloedige onlusten uitliepen, werkten natuurlijk de contrarevolutie in de hand — een contrarevolutie die niet slechts een samenzwering of rebellie was, maar de gigantische stuiptrekking van een land dat tegelijkertijd door twee catastrofale wereldbewegingen geschokt was: de oorlog en de sociale revolutie.

Daardoor zag de politieke partij die de rol van dictator vervulde, zich gesteld tegenover ongehoord zware problemen. De Communistische Partij is echter niet teruggeschrikt voer de oplossing ervan, en dat is haar onsterfelijke historische verdienste.

Ondanks de vele diepgaande tegenstellingen en ondanks de ogenschijnlijke afwezigheid van de noodzakelijke premissen voor een sociale revolutie was het te laat om zich te beraden over het verjagen van de ongenode gast en een nieuwe, betere gelegenheid af te wachten. Slechts blinde, dogmatische of regelrecht reactionaire elementen konden denken dat men de revolutie 'anders had kannen maken’. De revolutie was niet het mechanische product van de abstracte menselijke wil en kon dat ook niet zijn. De revolutie was een organisch proces met elementaire kracht ontsproten aan de behoeften en noden van het volk, en bepaald daar de complexe samenloop der omstandigheden.

Van een terugkeer naar het oude economische en politieke regime van het industriële feodalisme kon geen sprake zijn. Dat was onmogelijk, vooral omdat daardoor de grootste verworvenheid van de revolutie, het recht van elke arbeider op een menswaardig bestaan, zou zijn geloochend. Onmogelijk was het tevens vanwege de fundamentele principes van de nieuwe economie: het oude regime stond traditioneel vijandig tegenover elke ontwikkeling van vrije maatschappelijke relaties; er was geen plaats voor initiatieven van de kant der arbeiders.

Het was volkomen duidelijk dat de enige rechtvaardige en totale oplossing die de revolutie zou redden van haar buitenlandse vijanden, van interne bloedige botsingen, de enige oplossing die de gedachte van de revolutie kon verbreiden en verdiepen, gezocht moest worden in het directe creatieve initiatief van de werkende massa’s van het volk. Alleen degenen die eeuwenlang de zwaarste last gedragen hebben, waren in staat door bewuste, systematische inspanning de weg te vinden naar een nieuwe, geregenereerde maatschappij. En dat zou het passende hoogtepunt van deze onvoorstelbare revolutionaire taak zijn geweest.

Lenin zelf heeft in een van zijn geschriften de vraag: ‘Hoe kan de discipline van de revolutionaire partij van het proletariaat behouden blijven, hoe kan deze versterkt worden?’ duidelijk en ondubbelzinnig beantwoord: ‘Doordat men weet hoe men de grote massa der arbeiders, voornamelijk die van hel proletariaat, maar ook de niet-proletarische arbeidersmassa's dient tegemoet te treden, hoe men hen kan verbinden, ja zelfs samensmelten.' Deze gedachte echter was en is nog steeds in strijd met de officiële bolsjewistische verklaring van de geest van het marxisme en zeer in het bijzonder ook met Lenins gezaghebbende uitleg daarvan. Na jaren getraind te zijn in hun eigen 'ondergrondse' maatschappijfilosofie, waarin een vurig geloof in de sociale revolutie op eigenaardige wijze verweven was met een niet minder fanatiek geloof in de gecentraliseerde staat, hebben de Bolsjewiki een gebed nieuwe tactische wetenschap uitgevonden, dia ter voorbereiding van de sociale revolutie behoefte heeft aan de organisatie van een afzonderlijke staf van samenzweerders, die uitsluitend bestaat uit de theoretici van de beweging; deze zijn toegerust met dictatoriale macht om met hun eigen conspiratieve methoden het klassenbewustzijn van het proletariaat op voorhand te verhelderen en te vervolmaken.

Zo werd de bolsjewistische filosofie in wezen gekarakteriseerd door wantrouwen jegens de massa van het proletariaat. Als men de massa aan zichzelf overliet, zo redeneerden de Bolsjewiki, zou zij slechts in staat zijn tot beperkte hervormingen.

Zo verlieten zij de weg die tot directe creativiteit van de massa leidt.

Volgens de bolsjewistische leer is de massa onwetend en geestelijk verminkt door eeuwen van slavernij; de massa is veelkleurig. Behalve de revolutionaire stoottroep behoren hiertoe de grote groep van onverschilligen en vele zelfzuchtige personen. De massa moet volgens de oude, maar nog steeds geldende maxime van Rousseau met geweld worden bevrijd, om de massa tot vrijheid op te voeden mag men met aarzelen dwang en geweld te gebruiken. ‘Proletarische dwang in al zijn verschijningsvormen,’ schrijft Boecharin, een van de meest vooraanstaande communistische theoretici, ‘te beginnen met executies en te eindigen met gedwongen arbeid is, hoe paradoxaal het ook mag klinken, een methode tot vorming van een nieuwe, communistische mensheid uit het mensenmateriaal van het kapitalistische tijdperk.'[3]

Deze cynische leer, deze fanatieke schijnfilosofie, op smaak gebracht met een communistisch pedagogisch sausje ai geholpen door de druk van 'heilig verklaarde ambtenaren' (een uitdrukking van de vooraanstaande communistische en arbeidersleider Sjljapnikov), vormt de feitelijke methode van de ‘partijdictatuur’, die het handelsmerk ’dictatuur van het proletariaat’ uitsluitend nog voor galavoorstellingen in eigen land en voor reclamedoeleinden in het buitenland voert.

Al in de eerste dagen van de revolutie, in het begin van 1918, toen Lenin zijn sociaaleconomisch program tot in de kleinste bijzonderheden aan de wereld presenteerde, waren de rollen van het volk en van de partij, die zij tijdens de revolutionaire wederopbouw moesten spelen, zeer nauwkeurig bepaald en definitief vastgelegd. Aan de ene kant stond een volstrekt onderdanige socialistische kudde en aan de andere zijde de alwetende, alles controlerende politieke partij. Wat voor alle anderen ondoorgrondelijk is, is voor de partij een open boek. In het land mag slechts één onbetwistbare bron van waarheid bestaan: de Staat. De communistische staat is echter naar aard en praktijk alleen de dictatuur van de partij — of liever: de dictatuur van het Centraal Comité van die partij.

Elke burger moet in de allereerste plaats dienaar van de staat zijn, een trouwe functionaris die zonder meer de wil van zijn meester uitvoert — zo niet uit overtuiging, dan toch uit angst. Alle andere initiatieven, zowel van het individu als van het collectief, zijn van het toneel verdwenen. De sovjets van het volk zijn omgezet in secties van de regerende partij. De sovjet-instellingen verworden tot zielloze bureaus, die zich beperken tot het doorgeven van de wil van het centrum aan de periferie. Alles wat de staat doet, moet voorzien zijn van het stempel van goedkeuring van het communisme zoals dat door de regerende fractie wordt uitgelegd. Al het andere wordt overbodig, nutteloos en gevaarlijk gevonden.

Dit systeem van kazerne-absolutisme, dat in stand wordt gehouden door geweerkogels en bajonetten, heeft iedere gedaante van het leven onderdrukt; het schrikt niet terug voor de vernietiging van de grootste culturele waarden, noch ook voor de meest verbijsterende vormen van verspilling van menselijk leven en menselijke energie.

Met de verklaring ‘l’Etat c’est moi' (Vert. ‘De staat, dat ben ik’) heeft de bolsjewistische dictatuur de volledige verantwoordelijkheid voor de revolutie en alle historische en ethische consequenties op zich genomen. Omdat de Communistische Partij alle opbouwende krachten van het volk verlamd had, kon zij in het vervolg alleen nog rekenen op haar eigen initiatieven. Wat waren de middelen die de bolsjewistische dictatuur wilde toepasten om zo veel mogelijk profijt te trekken van de bronnen van de sociale revolutie? Welke weg kozen zij om de massa met alleen mechanisch onder hun gezag te brengen, maar ook op te voeden, enthousiast te maken met progressieve, socialistische gedachten, en het volk, uitgeput als het was door de langdurige oorlog, door het economisch en politiek bankroet, te inspireren en te/ vervullen met een nieuw geloof in de socialistische wederopbouw? Wat heeft gediend als vervanging voor het revolutionair enthousiasme, dat eerst zo vurig brandde? Twee dingen zijn het geweest die het begin en het einde van de constructieve activiteiten van de bolsjewistische dictatuur markeren: 1. de theorie van de communistische staat; 2. de terreur.

In zijn redevoeringen over het communistisch program, in discussies tijdens conferenties en congressen en ten slotte in zijn beroemde brochure ‘Het linkse communisme: een kinderziekte’ heeft Lenin langzamerhand een beeld geschetst van de eigenaardige leer van de communistische staat, die voorbestemd was een dominerende rol te spelen in de opvattingen van de partij en die van beslissende betekenis zou zijn voor alle latere activiteiten van de Bolsjewiki in de sfeer van de praktische politiek. Het is de leer van een politieke zigzag- route, een weg van 'uitstel', van ‘de huik naar de wind hangen’, van het betalen van schatting en het sluiten van compromissen, van de voordelige en winstgevende terugtocht e» van de overgave — een waarlijk klassieke theorie van het compromis.

Met minachting voor al het ‘gelach en gekir van de lakeien van de bourgeoisie' roept Lenin de massa der arbeiders op ‘de huik naar de wind te hangen’, zich terug te trekken, waakzaam af te wachten, langzaam voort te gaan, enzovoort De ‘noodzakelijkheid van het ogenblik' is niet de vurige geest van het communisme, maar nuchtere handelsgeest die met succes een paar kruimelt socialisme afdwingt bij de nog steeds niet verslagen bourgeoisie. De eerste vereiste voor het ‘herboren’ volk is de versterking van de handelsgeest, de ontwikkeling van spaarzaamheid en winstgevende activiteit.

In de genoemde brochure drijft Lenin de spot met alle traditionele moraal en vergelijkt hij de tactiek van zijn partij met die van een militair commandant - en ziet bij over het hoofd dat de Bolsjewiki zo door een zee gescheiden werden van hun bedoelingen. Alle middelen die tot de overwinning leiden, zijn goed. Er zijn compromissen en compromissen. ‘De gehele geschiedenis van de Bolsjewiki, zowel vóór als na de Oktoberrevolutie’, predikt Lenin tot de ‘naïeve Duitse linkse communisten’[4], die in hun eigen revolutionaire ijver stikken, ‘is vol gevallen van laveren, van pacteren, van compromissen met andere, waaronder ook burgerlijke, partijen!’ Om deze bewering te staven somt Lenin uitvoerig allerlei voorbeelden op van onderhandelingen met burgerlijke partijen, te beginnen met het jaar 1905 tot aan het optreden der Bolsjewiki tijdens de Oktoberrevolutie, toen zij ‘het agrarische program van de Sociaal-Revolutionairen geheel en al, zonder enige wijziging overnamen’.

Opportunisme, tegemoetkomendheid en onderhandelingen, zaken die de Bolsjewiki alle andere fracties van het staatssocialisme terecht kwalijk hebben genomen, werden nu de ster van Bethlehem die de weg naar de revolutionaire wederopbouw wees. Natuurlijk moesten dergelijke methoden wel leiden naar het moeras van conformisme, huichelarij en beginselloosheid.

De vrede van Brest-Litovsk, de agrarische politiek met zijn krampachtige veranderingen van de armste klasse van de boerenbevolking tot aan de grootgrondbezitters, een verbijsterde, panische houding van de arbeidersbonden, een grillige politiek ten aanzien van het technisch kader, met theoretische schommelingen van gemeenschappelijk beheer in de industrie tot éénhoofdige leiding, nerveuze oproepen gericht tot het West-Europese kapitalisme, over de hoofden van het eigen en het buitenlandse proletariaat heen, en ten slotte het nieuwste: het inconsistente, maar onbetwistbare en vaststaande herstel van de verjaagde bourgeoisie — dat is het nieuwe systeem het bolsjevisme. Een systeem van een weergaloze onbeschaamdheid, op onvoorstelbare schaal ten uitvoer gelegd een politiek van en schandelijke dubbelhartigheid, waarbij de rechterhand van de Communistische Partij bewust en principieel over het hoofd ziet en zelfs loochent wat de linker doet, bijvoorbeeld wanneer enerzijds geproclameerd wordt dat de belangrijkste taak van het ogenblik is de strijd tegen de kleine burgerij (en daartoe behoren volgens de bolsjewistische kreten de anarchistische elementen) en anderzijds nieuwe decreten en bepalingen verschijnen die de technische, economische en psychologische voorwaarden scheppen die leiden tot herstel en versterking van diezelfde burgerij — dat is de bolsjewistische politiek die een eeuwig monument zal zijn van onoprechtheid en tegenstrijdigheid en alleen zichzelf, de opportunistische politiek van de communistische partijdictatuur, wil handhaven.

Hoe luidkeels deze dictatuur ook de grote successen van haar nieuwe politieke methoden verkondigt, het blijft een tragisch feit dat de revolutie de grootste, ongeneeslijke wonden zijn toegebracht door de dictatuur van de Communistische Partij.

Een onvermijdelijk gevolg van het communistische partijregime is ook de andere ‘methode' van de bolsjewistische leiding: het terrorisme.

Lang geleden heeft Engels al gezegd[5] dat het proletariaat de staat niet nodig heeft om de vrijheid te beschermen, maar om zijn vijanden te vernietigen. Zodra het mogelijk wordt van vrijheid te spreken, zal er geen regering meer zijn. De Bolsjewiki hebben deze maxime niet alleen aanvaard als hun sociaal-politiek axioma tijdens de ‘overgangsperiode’, maar hebben er een universele betekenis en toepassing aan gegeven.

Terreur was en is nog steeds het laatste middel waarnaar een regering grijpt aha zij om het naakte bestaan moet strijden. Terrorisme is verleidelijk omdat de mogelijkheden zo onvoorstelbaar zijn. In hopeloze situaties bood dit een mechanische oplossing. Psychologisch is het te verklaren als middel tot zelfverdediging, als da noodzaak om alle verantwoordelijkheid af te schuiven, om daardoor de tegenstander beter te kunnen raken. De beginselen van het terrorisme leiden echter onvermijdelijk tot fatale schade aan de vrijheid en de revolutie. Absolute macht corrumpeert, en vernietigt behalve de tegenstanders ook degenen die een dergelijke macht uitoefenen. Een volk dat geen vrijheid bezit, went aan dictatuur: in haar strijd tegen despotisme en contrarevolutie wordt de terreur zelf tot de school daarvoor.

De regering die de weg van de terreur bewandelt, zal steeds vervreemden van het volk. Zij moet de groep mensen die uit naam van de staatsveiligheid met buitengewone macht bekleed is. tot het uiterste minimum beperken. En dan ontstaat wat men de paniek van het gezag zou kunnen noemen. De dictator en despoot is altijd laf. Overal vermoedt hij gevaar En hoe banger hij is, des te woester gaat hij te keer in zijn zieke verbeeldingskracht, die het ware gevaar niet meer kan onderscheiden van het denkbeeldige. Overal zaait hij ontevredenheid, vijandschap en haat. Een staat die eenmaal die weg is ingeslagen, is gedwongen hem tot aan het einde te gaan. Het Russische volk is blijven zwijgen, en uit naam van dat volk (onder het mom van een strijd op leven en dood met de contrarevolutie) heeft de regering een gruwelijke oorlog gevoerd tegen alle politieke tegenstanders van de Communistische Partij. Elk streven naar vrijheid is met wortel en tak uitgeroeid. Vrijheid van gedachten, vrijheid van drukpers en vergadering, zelfbeschikkingsrecht van arbeiders en arbeidersbonden, vrijheid van de vakbeweging: dat alles is verklaard tot oude rommel, tot doctrinaire onzin, ‘burgerlijk vooroordeel’, of intriges van de nog voortbestaande contrarevolutie. Wetenschap, kunst en onderwijs zijn verdacht gemaakt. De wetenschap werd nog slechts erkend voor zover zij de waarheid van de communistische staat onderwees en steunde. Scholen en universiteiten zijn in hoog tempo omgezet in partij- instellingen.

Tijdens verkiezingscampagnes (bijvoorbeeld tijdens de laatste verkiezingsstrijd voor de Moskouse sovjet in 1921) woeden de kandidaten van de oppositie dit de overheid niet aanstaan, opgepakt en gevangen gezet. Ongestraft geeft de regering alle niet-communistische kandidaten prijs aan publieke belediging en spot in officiële kranten en vlugschriften. Met ontelbare strategische foefjes worden de kiezers gevleid en bedreigd en uiteindelijk is het resultaat van de zogenaamde verkiezing het /volstrekte tegendeel van de wil des volks. Het staatsterrorisme wordt uitgeoefend door regeringsorganen die werken onder de naam ‘Buitengewone Commissie’.[6] Zij zijn toegerust met onbeperkte macht, niet afhankelijk van enige controle en hoeven praktisch nergens verantwoording voor af te leggen, zij hebben eigen ‘vereenvoudigde’ vormen van onderzoek en rechtspraak, en beschikken over een uitgebreide staf van onwetende, brute, corrupte medewerkers, en daardoor zijn deze ‘commissies’ in korte tijd niet alleen de schrik geworden van de reële of denkbeeldige contrarevolutionairen, maar ook — en in veel sterkere mate — de giftigste zweer op het revolutionaire lichaam van het land.

De alles doordringende methoden van de geheime politie en het daarmee gepaard gaande systeem van provocatie, de verdeling van de bevolking in goed- en slechtgezinde lieden, hebben zo langzaamaan de strijd om een nieuwe wereld veranderd in een woeste razernij van spionage, plundering en geweld.

Nooit heeft een reactionair regime het leven en de vrijheid van zijn onderdanen zozeer onderworpen aan willekeur en despotisme als de ‘dictatuur van het proletariaat'. Net als vroeger onder het tsarisme wordt het land geregeerd door de 'Ochrana’ (geheime politie). De Sovjet-gevangenissen zitten vol met socialisten en revolutionairen van alle schakeringen. Lichamelijke mishandeling van gevangenen en hongerstakingen zijn weer aan de orde van de dag. Terechtstellingen, niet alleen van enkelingen maar van hele bevolkingsgroepen, zijn een doodgewoon verschijnsel. De socialistische staat heeft met geaarzeld een systeem in te voeren dat zelfs de brutaalste bourgeoisstaat niet had aangedurfd: het systeem van de gijzeling. Verwantschap of toevallige vriendschap bleek voldoende reden voor gruwelijke vervolging en vaak ook strenge bestraffing.

Een ongelooflijke, nog nooit vertoonde en barbaarse minachting en beschimping van de meest elementaire mensenrechten is het axioma van de communistische regering geworden.

Met logische consequentie zijn de Buitengewone Commissies langzamerhand uitgegroeid tot een monstrueus autocratisch mechanisme, onafhankelijk, aan niemand verantwoording schuldig en bekleed met macht over leven en dood. Zelfs de hoogste organen van het staatsgezag staan machteloos tegenover deze Buitengewone Commissies, zoals helaas gebleken is uit bittere ervaring.

De Bolsjewistische Partij maakt er geen gewoonte van de neus op te trekken voor verdraaiingen van de waarheid als zij daardoor anti-bolsjewistische kritiek of protesten kan brandmerken als samenzwering van de rechtse socialistische partijen, de mensjewiki of de Sociaal-Revolutionairen. Op die manier proberen de communisten hun bloedige onderdrukking van ‘rechtse elementen’ te rechtvaardigen. Ten aanzien van de anarchisten echter kunnen de Bolsjewiki zich niet op die manier ‘rechtvaardigen’.

Wij willen op dit punt, zij het ook in het kort, eerst de wederzijdse relatie van Bolsjewiki en anarchisten tijdens de revolutie schetsen.

Toen in de eerste dagen van de revolutie (1917) de werkende massa begon met de eliminatie van het systeem van de particuliere eigendom en de regering, werkten de anarchisten zij aan zij met hen samen. De Oktoberrevolutie ging instinctief de weg van de grote volksopstand en weerspiegelde op natuurlijke wijze anarchistische tendensen. De revolutie vernietigde het oude staatsapparaat en proclameerde in het politieke leven de beginselen van de federatie der sovjets. Om de kapitalistische particuliere eigendom op te beffen paste men de methode van de directe onteigening toe: de boeren en arbeiders namen de grootgrondbezitters hun eigendom af, verjoegen de financiers uil de banken en namen fabrieken, mijnen, bedrijven en werkplaatsen over. Op het terrein van de economische wederopbouw vestigde de revolutie de beginselen van de federatie van bedrijfs- en fabriekscomités om leiding te geven aan de productie. Huiscomités stelden zich tot taak de woningen op nuttige wijze te verdelen.

In deze eerste fase van de Oktoberrevolutie hebben de anarchisten het volk geholpen op alle mogelijke manieren; zij werkten hand in hand met de Bolsjewiki om de nieuwe beginselen te steunen en verder te ontwikkelen. Van de talloze enthousiaste strijders voor de revolutie die tot het einde toe trouw zijn gebleven aan de idealen en methoden van het anarchisme, noemen wij hier slechts Joestin Zjoek, de stichter van de befaamde Schlüsselburg-kruitfabriek, die zijn leven gegeven heeft tijdens de vervulling van zijn revolutionaire dienstplicht; en daarnaast Zjeleznjakov, die met zeldzame kracht en invloed de Constituerende Vergadering heeft ontbonden en later gesneuveld is in de strijd tegen de contrarevolutionaire interventionisten.

Zodra de Bolsjewiki echter gewonnen hadden en de volksbeweging onder controle kregen, nam het werk voor de maatschappelijke wederopbouw een scherpe wending naar de geest en naar de vorm.

Vanaf die tijd hebben de Bolsjewiki onder het mom van dictatuur van het proletariaat alle moeite gedaan om een gecentraliseerde bureaucratische staat op te bouwen. Allen die de sociale revolutie bleven beschouwen als zelfbeschikking van de massa en de invoering van een vrij, regeringloos communisme eisten, werden nu aan vervolging prijsgegeven. Deze vervolging richtte zich vooral tegen de kritiek van de 'linkse’ anarchisten. In april 1918 besloot de regering alle anarchistische organisaties te ontbinden. Zonder enige waarschuwing werd in de nacht van 12 april de Anarchistische Club in Moskou omsingeld door artillerie en machinegeweren. Men eiste dat de aanwezigen zich overgaven en op degenen die verzet boden werd geschoten. De woningen van de anarchisten werden doorzocht en de volgende dag was de gehate anarchistische pers verboden.

Sindsdien heeft de vervolging van de anarchisten en hun organisaties een systematisch karakter gekregen Aan da ene kant sneuvelden onze kameraden aan de militaire fronten in de strijd tegen de contrarevolutie, aan de andere kant werden zij door de bolsjewistische staat via de Buitengewone Commissie vermoord.

Hoe verder de regerende partij zich verwijderde van de lijnen die de Oktoberrevolutie had uitgestippeld, des te meer werden de andere revolutionaire elementen onderdrukt, en zeer in het bijzonder de anarchisten. In november 1918 werd de conferentie der anarcho-syndicalisten in Moskou in corpore gevangen genomen. De andere anarchistische organisaties werden ontbonden en met terreur bedreigd. Omdat legale activiteiten volstrekt ónmogelijk waren, besloten enkele anarchisten in het geheim bijeen te komen om acties voor te bereiden. Enkelen van hen besloten samen met linkse Sociaal- Revolutionairen tevens tot terreur over te gaan. Op 25 september 1919 hebben zij in het gebouw waar het Moskouse comité van de partij in zitting bijeen was (Leontevstraat), een bom tot ontploffing gebracht. De Moskouse anarchistische organisatie die terreur niet beschouwde als oplossing in deze situatie, verklaarde openlijk het niet eens te zijn met de tactiek van deze ‘ondergrondse’ groep. De reactie van de regering richtte zich echter tegen alle anarchisten. Veel leden van de geheime groep zijn terechtgesteld; een aantal Moskouse anarchisten is gearresteerd en in de provincies is elk levensteken van de anarchistische beweging de kop ingedrukt. Als bij huiszoekingen boeken werden aangetroffen die tot de anarchistische literatuur behoren, bijvoorbeeld werken van Kropotkin of Bakoenin, was dat een reden om tot arrestatie over te gaan.

Alleen in de Oekraïne, waar de macht van de Bolsjewiki door toedoen van de opstandige boerenbeweging, die men naar de leider, de anarchist Machno, de machnovsjtsjina noemt, relatief gering was, konden de anarchisten op vrij grote schaal actief blijven. Toen Wrangel opmarcheerde naar het hart van de Oekraïne en het Rode Leger niet in staat bleek hem tegen te houden, was dat voor Machno aanleiding om zijn strijd tegen de Bolsjewiki voor vrije sovjets en zelfbeschikkingsrecht voorlopig op te geven. Hij bood aan de Bolsjewiki te helpen bij de bestrijding van de gemeenschappelijke vijand Wrangel. Zijn aanbod werd aanvaard en tussen de Sovjet-regering en het leger ven Machno werd een officiële overeenkomst gesloten.

Wrangel werd verslagen, zijn leger ontbonden, en het aandeel van Machno in deze grote militaire overwinning was niet onaanzienlijk. Zodra Wrangel geliquideerd was, werd Machno echter overbodig en gevaarlijk voor de Bolsjewiki. Besloten werd hem uit te schakelen en een eind te maken aan de ‘machnovsjtsjina’ in het bijzonder en de anarchisten in het algemeen. Machno werd door de bolsjewistische regering bedrogen: eenheden van het Rode Leger omsingelden Machno’s leger op verraderlijke wijze en eisten dat het zich zou overgeven. Tegelijkertijd[7] arresteerde men de afgevaardigden die in Charkov waren gearriveerd voor het anarchistencongres dat officieel was toegestaan; een zelfde lot ondergingen terzelfder tijd alle anarchisten die in Charkov woonden en de kameraden die nog onderweg waren naar die stad.

Ondanks al deze provocerende en terroristische praktijken van de Bolsjewiki hebben de anarchisten in Rusland zich tijdens de gehele periode van de burgeroorlog onthouden van protesten, gericht tot de arbeiders van Europa en Amerika, en zelfs van een beroep op de Russische arbeiders; zij vreesden dat zo iets nadelig zou zijn voor de Russische Revolutie en de gemeenschappelijke vijand, het wereldimperialisme, in de kaart zou spelen.

Toen de burgeroorlog voorbij was, werd de situatie der anarchisten echter nog slechter. De nieuwe politiek van de Bolsjewiki, namelijk regelrechte compromissen met de burgerlijke wereld, werd steeds duidelijker en steeds meer bleek hoezeer zij gebroken hadden met de doelstellingen en de inspanningen van de revolutionaire massa. De strijd tegen het anarchisme, die sinds die tijd vaak gevoerd is ais wijd tegen banditisme dat zich vermomd zou hebben als anarchisme, werd nu een openlijke oorlog tegen de anarchistische denkbeelden en idealen als zodanig.

De gebeurtenissen in Kroonstad waren voor de Bolsjewiki de gewenste aanleiding voor een volledige liquidatie van de anarchisten. In heel Rusland vonden op grote schaal arrestaties plaats. Ongeacht de fractie waartoe zij behoorden, werden vrijwel alle anarchisten gevangen in de netten van de politie. Tot op de dag van vandaag bevinden onze kameraden zich in de gevangenis zonder dat enige aanklacht tegen hen is ingediend. In de nacht van 25 op 26 april 1921 werden alle bewoners van de Boetyrki-gevangenis in Moskou, ongeveer vierhonderd in getal, bestaande uit leden van de rechtse en linkse socialistische partijen en leden van anarchistische organisaties, met geweld naar andere plaatsen overgebracht. Bij deze gelegenheid kregen veel gevangenen bruut geweld te verduren. Vrouwen werden aan hun haren de trappen afgesleurd en een aantal gevangenen liep ernstige verwondingen op. De gevangenen werden vervolgens in groepen verdeeld en over gevangenissen in de provincie verspreid. Over hun verder lot hebben wij tot op heden geen duidelijke informatie kunnen krijgen.

Zo luidt dus het antwoord van de Bolsjewiki op het revolutionair enthousiasme, het vurig geloof dat de massa bij het begin van haar grootse strijd voor vrijheid en recht vervuld had — een antwoord dat in het buitenland tot uitdrukking is gekomen als een politiek van compromissen en binnenslands als een schrikbewind.

Deze politiek is noodlottig gebleken: hierdoor is de revolutie corrupt geworden en gedesintegreerd, vergiftigd, de ziel is vermoord, de geestelijke en morele betekenis van de revolutie is vernietigd. Door haar despotisme, haar hardnekkige en kleinzielige patriarchale houding, door trouweloosheid die het voormalig revolutionair idealisme moest vervangen, door star formalisme en misdadige onwetendheid ten aanzien van de belangen en doelstellingen van de massa, door haar laffe verdachtmakingen en het wantrouwen jegens het gehele volk is de ‘dictatuur van het proletariaat’ nu door een onoverbrugbare kloof gescheiden van de werkende massa's.

Het proletariaat mag niet meer rechtstreeks deelnemen aan het constructieve revolutionaire werk, het wordt hij iedere stap gehinderd en is het slachtoffer van aanhoudende bevoogding en controle door de partij, en daardoor is het eraan gewend geraakt de revolutie en haar verder lot te beschouwen als een particuliere aangelegenheid van de Bolsjewiki. Tevergeefs probeert de Communistische Partij door middel van allerlei nieuwe verordeningen haar positie in het land te handhaven. Het volk heeft echter ingezien wat partijdictatuur in werkelijkheid inhoudt; het volk heeft het geborneerde egoïstische dogmatisme van die partij leren kennen en het laffe opportunisme; het volk weet dat deze partij vanbinnen verrot is en kent de intriges achter de schermen. In het land waar na drie jaar van ongelooflijke inspanningen, na verschrikkelijke, heldhaftige offers, de wonderbloem van het communisme had moeten opbloeien, zijn zelfs de knoppen gedood en verstikt in wantrouwen, apathie en vijandigheid.

Daardoor is de revolutie tot stilstand gekomen, onvruchtbaar geworden; dat kan door de methoden van geen enkele partij hersteld worden, maar blijkt op schrikwekkende wijze uit de totale sociale ineenstorting. Het moeras der compromissen waarin de boljevistische dictatuur is verzonken, is noodlottig gebleken voor de revolutie - de revolutie is vergiftigd door de schadelijke dampen van dat moeras; tevergeefs noemen de Bolsjewiki de imperialistische wereldoorlog de oorzaak van het economisch bankroet in Rusland, tevergeefs geven zij de schuld aan de aanvallen van de contrarevolutie. De ware oorzaken van de ineenstorting moet men niet zoeken in wereldoorlog, blokkade of contrarevolutie.

Geen blokkade, geen oorlog tegen buitenlandse revolutionairen heeft dit revolutionaire volk kunnen vernietigen of overwinnen, een volk dat met onvoorstelbare heldenmoed, dat zelfopoffering en volharding al zijn buitenlandse vijanden heeft overwonnen. Het is integendeel zelfs waarschijnlijk dat de burgeroorlog de Bolsjewiki nog vaster in het zadel heeft geholpen. De oorlog heeft ertoe bijgedragen dat het enthousiasme van het volk niet wegzakte, en de hoop gewekt dat na de beëindiging van de oorlog de regerende Communistische Partij de nieuwe revolutionaire beginselen zou verwerkelijken en de brede volksmassa de vreugden en de vruchten van de revolutie zou brengen De massa zag uit naar het vurig verlangde moment waarop de sociale en economische gelijkheid werkelijkheid zou worden. Hoe paradoxaal het ook klinkt, het is een feit dat de bolsjewistische dictatuur geen betere bondgenoot had kunnen vinden ter versterking en verlenging van haar bestaan dan de reactionaire krachten waartegen zij streed. Pas door de beëindiging van de oorlog hebben wij een volledig overzicht gekregen van de economische en zedelijke demoralisatie die de blinde despotische politiek over ons land gebracht heeft. Duidelijk is gebleken dat het grootste gevaar voor de revolutie niet van buitenaf komt, maar binnen het land zelf leeft; dit gevaar is een gevolg van de aard der sociale en economische verordeningen die de huidige ‘overgangsperiode’ karakteriseren.

Wij erkennen ten volle dat het een grote vergissing van de burgerlijke economie is als deze de bestudering van de industriële ontwikkeling vanuit historisch-sociaal standpunt opzettelijk negeert en in zijn domheid het systeem van het staatskapitalisme verwart met dat van de socialistische dictatuur. De Bolsjewiki hebben volkomen gelijk als zij beweren dat deze beide vormen van sociaaleconomische ontwikkeling ‘in wezen diametraal tegengesteld zijn’. Toch is het verkeerd en zinloos als men doet alsof het industriële leven, zoals het zich onder de proletarische dictatuur heeft ontwikkeld, in wezen iets anders is dan staatskapitalisme. Het is een feit dat de proletarische dictatuur zich in haar huidige vorm in niets onderscheidt van het staatskapitalisme.

Het specifieke kenmerk van dat laatste, de inherente sociale tegenstellingen, is in de Sovjet-republiek slechts formeel opgeheven. In werkelijkheid zijn deze tegenstellingen blijven bestaan, en zij zijn zeer diep geworteld. De uitbuiting der arbeid, de slavernij van de werkende bevolking in industrie en boerenbedrijf, de ontwaarding van het individu als menselijk wezen, als persoon, en de omvorming van het individu tot microscopisch onderdeel van het economisch mechanisme, dat enkel en alleen aan de regering toebehoort, het ontstaan van bevoorrechte groepen die door de staat begunstigd worden, het systeem van gedwongen arbeidsdienst en de daarmee verbonden repressieve instellingen — dat zijn de karakteristieke trekken van het staatskapitalisme.

Al deze verschijnselen treft men aan in het huidige systeem van Rusland. Het zou van een onvergeeflijke naïviteit of van een nog on vergeeflijker huichelarij getuigen als men beweerde - gelijk bolsjewistische theoretici, vooral Boecharin - dat algemeen gedwongen arbeidsdienst in het systeem van de proletarische dictatuur het tegendeel is van staatskapitalisme en neerkomt op ‘zelforganisatie van de massa’s ten dienste van de arbeid’, of dat de bestaande ‘mobilisatie van de industrie’ betekent dat ‘het socialisme versterkt wordt’ en dat ‘staats- dwang onder het systeem van de proletarische dictatuur een methode is om de communistische maatschappij op te bouwen.’

Een jaar geleden is Trotski op het Tiende Congres van de Communistische Partij van Rusland uitgevaren tegen de ‘burgerlijke gedachte’ dat dwangarbeid niet productief zou zijn.[8] Hij trachtte zijn toehoorders ervan te overtuigen ‘dat de arbeider niet door uitwendige dwangmiddelen bij het productieproces betrokken moet worden, maar door inwendige psychologische noodzaak’. Bij de verklaring echter van de concrete toepassing van dit principe ontwikkelde hij een ‘zeer gecompliceerd systeem, dat zowel methoden van ethische aard als premies en straffen behelsde; zo moet de productiviteit van de arbeid, gecombineerd met de principes van de dwang, die de basis van ons totale economische leven vormen, worden opgevoerd’. Dit experiment is ten uitvoer gelegd en heeft verrassende resultaten opgeleverd. De ‘burgerlijke gedachte* is in het gelijk gesteld, óf de nieuwste vorm van socialisme is niet in staat gebleken de arbeiders ‘inwendig, psychologisch en onder dwang’ door middel van premies, straffen enzovoort bij het productieproces te betrekken. De arbeiders hebben geweigerd zich te laten vangen door de verleidelijke formulering ‘psychologische dwang*. Het is zonneklaar dat zowel de ideologie als de praktijk van het bolsjewisme de arbeiders ervan overtuigd heeft dat de sociaaleconomische idealen der Bolsjewiki niet meer zijn dan een stap verder op de weg van intensieve uitbuiting van de arbeid. Het bolsjewisme is er in de verste verte niet in geslaagd het land te redden van de ondergang, en in geen enkel opzicht zijn de levensomstandigheden van de massa verbeterd; integendeel, dit systeem tracht de horigen en lijfeigenen van gisteren te veranderen in regelrechte slaven.

Hoe weinig de communistische staat zich bekommert om het welzijn van de arbeiders blijkt uit de bewering van een vooraanstaand communistisch afgevaardigde op het Tiende Partijcongres. Hij zei: ‘Tot op heden is de Sovjet-politiek gekarakteriseerd door de volledige afwezigheid van enig plan om de levensomstandigheden der arbeiders te verbeteren.’ En: ‘Alles wat in dit opzicht gedaan is, is toevallig, nu en dan gebeurd, als de lokale overheid door de massa zelf gedwongen werd.’

Is dat nu een systeem van proletarische dictatuur of van staatskapitalisme?

De moderne proletariërs zijn onder de dictatuur van de Communistische Partij geketend aan hun arbeid, op straffe van gevangenis of terechtstelling wegens ‘desertie van de arbeid’, beroofd van het recht ontslag te nemen, bevoogd en beloerd door bewakers uit de partij, ingedeeld in gekwalificeerde schapen (vaklieden) en ongekwalificeerde bokken (ongeschoolde arbeiders), zij lijden honger, ontvangen niet allen hetzelfde levensmiddelenpakket, gaan slecht gekleed en zijn beroofd van het recht om te protesteren of te staken. Is een dergelijke ‘zelforganisatie’ van de werkende massa niet een stap terug, een terugkeer naar de feodale lijfeigenschap of naar de negerslavernij? Is de beulshand van de communistische staat minder wreed dan de zweep van de opzichter op de plantage? Alleen scholastisch denken of blind fanatisme kan in deze gruwelijkste vorm van slavernij de emancipatie van de arbeid zien, of ook maar de geringste benadering van dit doel. Het is een summum van tragedie dat het staatssocialisme de wereld niets anders te bieden had dan de verergering van hetzelfde boosaardige systeem dat uit zijn contradicties het socialisme heeft doen geboren worden.

De partijdictatuur past overal dezelfde politiek toe, ook tegenover de boerenbevolking. Ook hier is de staat een heerser die alles regelt en bepaalt. Ook hier dezelfde politiek van gedwongen arbeidsdienst, onderdrukking, spionage en systematische beslaglegging op de vruchten van de arbeid hetzij door middel van de aloude invordering, waardoor de boeren zeer vaak beroofd worden van het aller nodigste, of door de onlangs ingevoerde, maar niet minder rooflustige voedingsmiddelenbelasting; de zinloze, enorme verspilling van levensmiddelen door het systeem van centralisatie en de bolsjewistische voedingsmiddelenpolitiek; de manier waarop complete plattelandsdistricten veroordeeld zijn tot een langzaam verhongeren, tot ziekte en dood; strafexpedities die boerengezinnen massaal afslachten en dorpen met de grond gelijk maken vanwege zeer gering verzet tegen de roofzuchtige politiek van de communistische dictatuur — dat zijn de methoden van het bolsjewistische bewind.

Noch de economische, noch de politieke uitbuiting van het industriële en agrarische proletariaat is dus afgeschaft. Alleen de manier van uitbuiting is veranderd. Was de uitbuiting vroeger zuiver kapitalistisch, nu draagt zij het stempel van de ‘regering van boeren en arbeiders’, en heeft zij de naam ‘communistische economie’ gekregen; zij is staatskapitalistisch geworden.

Dit moderne systeem van staatskapitalisme is echter niet alleen verderfelijk omdat het levende wezens verandert in zielloze machines; het vertoont nog een ander, niet minder vernietigend element: dit systeem is in zijn diepste wezen uitermate agressief. Het wil volstrekt niet het militarisme (in de beperkte zin van het woord) afschaffen, maar past de principes van de militarisatie met alles wat daarbij hoort — kadaver- discipline, onverantwoordelijk gezag en onderdrukking — toe op alle verschijnselen van menselijke activiteit. Socialistisch militarisme wordt niet alleen toegestaan, maar door de theoretici van de partij verdedigd en gerechtvaardigd. Zo schrijft Boecharin in zijn werk Economie van de overgangsperiode het volgende: 'De arbeidersstaat streeft ernaar, als hij zich in staat van oorlog bevindt, de economische basis waarop hij ontstaan is, dat wil zeggen: da socialistische productieverhoudingen, uit te breiden en te versterken. (Daaruit volgt onder andere in beginsel de toelaatbaarheid van revolutionaire, socialistische aanvalsoorlogen.)’ En inderdaad hebben wij reeds kennis mogen maken met een reeks ‘imperialistische’ aanmatigingen van de dictatuur van de 'arbeiders’.

Zo zijn 'burgerlijke vooroordelen’, die men het raam uitgegooid had, door de voordeur weer binnengekomen. Het is duidelijk dat het militarisme van de ‘arbeiders’-dictatuur, net als elke andere vorm van militarisme, de vorming van een gigantisch leger van niet-productieve krachten eist. Bovendien moet een dergelijk leger onderhouden worden met technische middelen en levensmiddelen. Daardoor worden de producenten, dat wil zeggen de arbeiders in industrie en boerenbedrijf, nog zwaarder belast.

Een ander zeer groot gevaar vormt — de dictatuur zelf. De dictatuur die zich in haar despotisme en wreedheid boven de massa heeft verheven en zich door deze heeft laten voeden, heeft initiatief en vrijheid gesmoord, evenals de scheppende geest die de toorts van de revolutie heeft ontstoken en voortgedragen, en onderdrukt en vergiftigt langzaam maar zeker het hart en de geest van Rusland.

Op die manier zaait een dictatuur zelf de contrarevolutie; het zwaard van Damocles wordt voor Rusland niet gevormd door de samenzweringen in het buitenland, de veldtochten van Denikin en Wrangel. Het eigenlijke grote gevaar is de teleurstelling die zich van het gehele land heeft meester gemaakt, het verzet en de haat jegens het bolsjewistische despotisme: de contrarevolutionaire opstelling van het volk als geheel, die een rechtstreeks gevolg is van de communistische dictatuur zelf. Zelfs onder het proletariaat groeit steeds meer het protest tegen de reactionaire politiek van machtsvertoon van het bolsjewisme.

De georganiseerde arbeidersbeweging in Rusland heeft zich onmiddellijk na de februari-opstand ontwikkeld. Men vormde comités in bedrijven en fabrieken, en dat was de eerste stap in de richting van een feitelijke controle op de ondernemingen der kapitalistische eigenaars. Een dergelijke controle kon echter niet algemeen worden ingevoerd zonder dat men contact opnam met de andere comités van dien aard; daarom heeft men de sovjets of algemene raden van bedrijfs- en fabriekscomités en het nationale Russische sovjet-congres in het leven geroepen. Daardoor zijn de bedrijft- en fabriekscomités de voorvechters geworden van de controle over de industrie, en het zag ernaar uit dat zij in de naaste toekomst de volledige leiding van de industrie in handen zouden nemen. Aan de andere kant hielden de arbeidersorganisaties zich bezig met de verbetering van de levensomstandigheden van hun leden en de bevordering van hun culturele emancipatie.

Na de Oktoberrevolutie is de situatie echter veranderd. De centralisatiemethoden van de Bolsjewiki zijn ook doorgedrongen tot de arbeidersorganisaties. De autonomie van de bedrijfscomités werd overbodig verklaard. De arbeidersbonden werden volgens industriële principes gereorganiseerd. De bedrijfscomités werden tot louter ‘embryo’s’ van de bonden gereduceerd en volledig aan het gezag van de centrale organen onderworpen. Zo is de arbeiders alle onafhankelijke actie en alle eigen initiatief ontnomen — dat alles werd overgedragen aan de vakbondsbureaucratie. Het resultaat van deze politiek is dat de arbeiders volstrekt onverschillig staan tegenover hun bonden en tegenover het lot van de industrie.

Vervolgens heeft de Communistische Partij de arbeidersbonden doen volstromen met eigen partijleden. De bureaus werden bezet. Dat ging des te gemakkelijker omdat alle andere politieke partijen officieel verboden waren en alleen de officiële bolsjewistische pers nog bestond. Het ia dan ook geen wonder dat na zeer korte tijd in alle provinciale en centrale uitvoerende comités de communisten de overweldigende meerderheid vormden en de leiding van alle arbeidersorganisaties in handen namen. Zij domineerden alle arbeidersbonden, zelfs organisaties waarvan de leden zich uitgesproken en verbitterd verzetten tegen de Bolsjewiki (bijvoorbeeld de Bond van Sovjet-employés). Telkens wanneer een bond weerspannig bleek (zoals de drukkersvakbond) en zich verzette tegen de 'inwendige psychologische overreding’, losten de communisten dat probleem eenvoudig op door het gehele bestuur ven zo'n organisatie van zijn functie te ontheffen.

Toen de Communistische Partij eenmaal de controle over de arbeidersorganisaties veroverd had, ging zij ertoe over in alle fabrieken eigen 'kleine kringen’ (communistische cellen) te organiseren, die het eigenlijke bestuur overnamen. Deze communistische cellen bezitten zoveel macht dat het fabrieks- comité, zelfs als het uit communisten bestaat, niets kan doen zonder goedkeuring van de ‘cel’. Zelfs het hoogste orgaan van de gehele vakbeweging, de Nationale Centrale Vakbondsraad, staat rechtstreeks onder controle van het Centraal Comité van de Communistische Partij.

Lenin en andere communistische leiders staan op het standpunt dat de vakbond in de allereerste plaats een ‘leerschool van het bolsjevisme’ moet zijn. In de praktijk is de arbeidersbond in Rusland veranderd in een automatische uitvoerder van de bevelen van de regerende partij.

Deze situatie wordt echter ondraaglijk, zelfs voor elementen die nog steeds geloven in de bevelen van het staatscommunisme. Zelfs in de gelederen van de Communistische Partij is oppositie ontstaan tegen de gemilitariseerde bevoogding en overheersing van de vakbonden. Deze nieuwe beweging, die bekend staat als de Arbeidersoppositie, onderkent ondanks haar trouw aan de communistische vader het verschrikkelijke van de hopeloze situatie, de ‘doodlopende steeg’ waarin de misdadig domme politiek der Bolsjewiki het Russische volk en de revolutie hebben gedreven.[9]

De Arbeidersoppositie wordt door de goed-orthodoxe communiste Kollontaj gekarakteriseerd als: ‘het meest geavanceerde deel van het proletariaat’, ‘gekenmerkt door hechte klasse- saamhorigheid, klassenbewustzijn en klassendiscipline’, een element dat de levende band met de in de vakbeweging georganiseerde arbeidersmassa’s niet heeft verbroken en niet in de sovjetbureaus is opgegaan’. Deze Arbeidersoppositie protesteert tegen de bureaucratisering, tegen de differentiatie in lager’ en ‘hoger’ volk, tegen de excessen van de partij-hegemonie en tegen de wisselvallige, kronkelige politiek van de centrale macht. ‘De grote scheppende en constructieve kracht van het proletariaat,’ zegt de Arbeidersoppositie, ‘kan niet domweg vervangen worden door het uithangbord van de dictatuur der werkende massa’ — van een dictatuur die op het laatste congres van de Communistische Partij door een vooraanstaand communist ‘de dictatuur van de partijbureaucratie’ is genoemd. De Arbeidersoppositie heeft inderdaad het recht te vragen: ‘Zijn wij, het proletariaat, waarlijk de ruggengraat van de klassedictatuur, of zijn wij een willoze kudde, arbeidsvee, die hun tot voetsteun dient die zich van de massa’s afgewend en onder de veilige beschutting van het partij schild begeven hebben, en nu zonder onze leiding, zonder ons scheppende ingrijpen als klasse, politiek bedrijven en de economie opbouwen?’ En deze Arbeidersoppositie groeit volgens Kollontaj, ‘zij groeit ondanks het vastberaden verzet van de invloedrijkste leiders van de partij en krijgt steeds meer aanhangers in geheel Rusland.’

Het Tiende Congres van de Russische Communistische Partij (maart 1921) heeft echter een beslissend veto uitgesproken over de Arbeidersoppositie. Sindsdien is deze officieel veroordeeld, elke discussie over hun gedachten is verboden vanwege hun ‘anarcho-syndicalistische neigingen’, zoals Lenin zelf ze heeft genoemd. Het partijcongres beeft besloten 'dat propagering van deze gedachten onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Communistische Partij’. Wie de leiding in de industrie in handen van het proletariaat wil leggen, is een misdadiger.

De Oktoberrevolutie is begonnen met de grote strijdkreet van da Eerste Internationale: ‘De bevrijding van de arbeidersklasse moet het werk van de arbeidersklasse zelf zijn.' Wij hebben echter gezien dat, toen de periode van constructieve destructie voorbij was, toen de bolwerken van het tsarisme geslecht weren en de burgerlijke orde ontbonden was, de Communistische Partij zich sterk genoeg waande om de leiding in het gehele land in handen te nemen. Nu begon de opvoeding van de arbeiders in een zeer strenge autoritaire geest, en stap voor stap werd de Sovjet-staat omgezet in een bureaucratische politiemachine, onvermijdelijk bijgestaan door de terreur.

Algemene onverschilligheid, haat en volstrekte maatschappelijke verlamming zijn het resultaat geweest van dit regeringssysteem. Een sfeer van slaafse onderdanigheid, die tegelijkertijd weerzinwekkend, afstotelijk werkt, trekt door het gehele land; het effect is verstikkend, zowel voor onderdrukten als onderdrukkers. Wat helpt het als de nuchtere Lenin, die steeds tot een compromis bereid is, elk van zijn redevoeringen begint met een biecht over de vele zware vergissingen van de regerende partij? Geen opsomming van vergissingen door de ‘geniale opportunist’, zoals Loenatsjarski Lenin eens heeft genoemd[10], ontmoedigt de voorvechters van het bolsjevisme, dronken als zij zijn van de politieke macht van hun partij. De vergissingen van hun leiders worden in de verklaringen van communistische theoretici en publicisten tot ‘volstrekte noodzaak’ verheven, en krampachtige pogingen om deze vergissingen recht te zetten (de hele agrarische politiek) worden gehuldigd als daden die getuigen van diep inzicht, grote menselijkheid en trouw aan de bolsjewistische beginselen. Tevergeefs heeft Kollontaj ongeduldig uitgeroepen: ‘De angst voor kritiek, die inherent is aan ons bureaucratische systeem, krijgt soms karikaturale trekken.’ De mandarijnen van de partij hebben de Arbeidersoppositie gebrandmerkt als ketters, hun brochure De Arbeidersoppositie is verboden en Iljitsj zelf (Lenin) liquideert hen met enkele persoonlijke berispingen. Het syndicalistische ‘gevaar’ is ogenschijnlijk bezworen.

Intussen echter groeit de oppositie, zij wordt dieper en verbreidt zich over geheel Rusland.

Wat moet een onpartijdig waarnemer eigenlijk denken van het eigenaardige beeld dat het bolsjewistische Rusland biedt? Talrijke stakingen teisteren het land. Honderden arbeiders worden gevangen genomen en vaak zonder proces terechtgesteld. Opstanden onder de boerenbevolking, revolte en aanhoudende opstandige bewegingen in allerlei delen van het land zijn aan de orde van de dag. Is dat niet vreselijk tragisch, niet weerzinwekkend absurd? Is de rebellie der arbeiders, hoezeer het hun soms ook aan klassenbewustzijn ontbreekt, met een oprechte oorlog tegen de arbeiders- en boerenregering — een regering die vlees van hun vlees, bloed van hun bloed is, die gevormd is om de belangen van arbeiders en boeren te behartigen en die slechts zou mogen bestaan voor zover zij beantwoordt aan de behoeften en verlangens van de werkende massa?

Het publieke protest duurt voort, de oppositionele beweging groeit, en om zichzelf te verdedigen moet de partij van tijd tot tijd het volk sussen, zelfs ten koste van haar grondbeginselen. Overal echter waar het onmogelijk is het knagend verlangen van het volk naar brood en vrijheid te stillen met enkele toegeworpen brokken, worden de hongerige monden gesmoord met geweerkogels en bajonetten. En de officiële pers brandmerkt de protesterenden met de infame titel ‘contrarevolutionairen’ en verraders van de ‘arbeiders- en boerenregering’.

Dan is Rusland, het bolsjewistische Rusland, weer stil. Maar het is de stilte van een slagveld vol lijken. De geschiedenis van de afgelopen dagen is vervuld van gruwelijke illustraties van een dergelijke stilte. Een van die illustraties is Kroonstad — Kroonstad, waar de gruwelijkste misdaad van de partijdictatuur is begaan: een misdaad tegen het proletariaat, tegen het socialisme, tegen de revolutie. Een misdaad die verveelvoudigd, verhonderdvoudigd is door de weloverwogen, infame leugens die door de Bolsjewiki over de gehele wereld verbreid zijn.

De toekomst zal met deze ten hemel schreiende afrekenen. Wij willen hier slechts een kort overzicht van de gebeurtenissen in Kroonstad geven.

In de maand februari van het jaar 1921 gingen de arbeiders van de fabrieken in Petrograd in staking. Het was een ongewoon strenge winter voor hen: zij en hun gezinnen leden onder koude, honger en ontberingen. Zij eisten meer levensmiddelen, enige brandstof en kleding. Hier en daar gangen stemmen op om de Constitutuerende Vergadering bijeen te roepen en de handel vrij te maken De stakers hielden een demonstratie op straat en de overheid stuurde het leger op hen af — voornamelijk 'koersanty’, jeugdige communisten uit de militaire kadettenscholen.

Toen de matrozen in Kroonstad hoorden wat er in Petrograd gebeurde, verklaarden zij zich solidair met de stakers ten aanzien van hun economische en revolutionaire eisen, maar zij weigerden de roep om een Constituerende Vergadering en vrije handel te steunen. Op 1 maart hielden de matrozen in Kroonstad een massabijeenkomst, die tevens werd bijgewoond door de voorzitter van het nationale Centraal Uitvoerend Comité, Kalinin (de presiderende functionaris van de Russische republiek), de commandant van de vesting Kroonstad, Koezmin, en de voorzitter van de sovjet van Kroonstad, Vasiljev. De bijeenkomst, die plaatsvond met medeweten en toestemming van het Uitvoerend Comité van de sovjet van Kroonstad, stelde resoluties voor waarmee de matrozen, het garnizoen en de inwoners van Kroonstad, die met zestienduizend personen aanwezig waren, instemden. Kalinin, Koezmin en Vasiljev pleitten tegen deze resoluties. De hoofdpunten van de resoluties waren: vrijheid van spreken en vrijheid van drukpers voor de revolutionaire partijen, amnestie voor gevangen revolutionairen, nieuwe verkiezingen voor de sovjets via geheime stemmingen, zonder inmenging van de regering in de verkiezingsstrijd.

De autoriteiten in Kroonstad reageerden op deze resoluties door de voorraden levensmiddelen en munitie uit Kroonstad te laten weghalen. De matrozen verhinderden dit; ze bezetten de uitvalswegen van de stad en namen de weerspannige commissarissen gevangen. Kalinin mocht naar Petrograd terugkeren.

Zodra de autoriteiten in Petrograd hoorden van de resoluties in Kroonstad zetten zij een leugen- en lastercampagne in. Hoewel Zinovjev voortdurend telefonisch in contact stond met de presiderende functionaris van de sovjet van Kroonstad en van deze vernomen had dat alles in Kroonstad rustig was en dat de matrozen slechts bezig waren met de voorbereidingen voor de nieuwe verkiezingen, zond het radiostation van Petrograd ononderbroken berichten de wereld in omtrent een contrarevolutionaire samenzwering en een Wit-Gardistische opstand in Kroonstad. Tegelijkertijd wisten Zinovjev, Kalinin en hun bentgenoten bij de sovjet van Petrograd een resolutie door te drukken die een ultimatum aan Kroonstad behelsde: Kroonstad moest zich op straffe van volstrekte vernietiging onmiddellijk overgeven.

Een groep betrouwbare en te goeder naam en faam bekend staande revolutionairen[11], die het provocerend karakter van een dergelijke politiek inzag, wendde zich vervolgens tot Zinovjev en de Verdedigingsraad, waarvan Zinovjev vicevoorzitter was; zij schilderden het onrevolutionaire karakter van hun politiek en het grote gevaar dat daardoor de revolutie bedreigde. De eisen van Kroonstad waren duidelijk: Kroonstad was tegen de Constituerende Vergadering, tegen vrije handel en vóór de sovjet-vorm van de regering. De bevolking van Kroonstad kon echter, zoals uit hun vlugschrift duidelijk bleek, niet langer het despotisme van de partij dulden. Bovendien verlangden zij recht van spreken over hun zorgen en eisten zij de heroprichting van vrije sovjets. ‘Alle macht aan de sovjets!’ was weer hun leuze, zoals dat in 1917 de strijdkreet van het volk en van de Bolsjewiki was geweest. Kroonstad gewapenderhand te onderdrukken was het toppunt van dwaasheid: erger nog, het was een gruwelijk misdrijf. Het enige recht en de enige oplossing was te vinden in een inwilliging van het voorstel uit Kroonstad (door de matrozen telefonisch doorgegeven aan Zinovjev, maar door deze met meegedeeld aan de sovjets) om een onpartijdige commissie te kiezen en op die manier tot een aanvaardbaar vergelijk te komen.

Het appel van de groep revolutionairen uit Petrograd werd genegeerd. Veel communisten zagen heel goed hoe schandelijk reactionair het standpunt van da regering ten opzichte van Kroonstad was; omdat zij echter slaafs vernederd M moreel verminkt waren door het jezuïtisme van hun partij durfden zij hun mond niet open te doen, en daardoor hebben zij de misdaad gesteund en eraan deelgenomen.

Op 7 maart begon Trotski met het bombardement van Kroonstad, en op 17 maart waren vesting en stad ingenomen na talrijke hevige gevechten en na verraad, en na een afschuwelijke tol aan mensenlevens. Zo is Kroonstad ‘geliquideerd’ en de ‘contrarevolutionaire samenzwering’ in bloed gesmoord. De ‘verovering’ van de stad ging gepaard met gruwelijke wreedheden tegen de verdedigers, hoewel de matrozen van Kroonstad niet één van de gevangen communisten mishandeld of gedood hebben. Nog vóór het begin van de bestorming van Kroonstad hebben de Bolsjewiki talrijke soldaten van het Rode Leger zonder vorm van proces terechtgesteld omdat zij vanwege hun revolutionaire geest en solidariteit geweigerd hadden deel te nemen aan het bloedbad.

De ‘samenzwering’ en de ‘overwinning’ had de Communistische Partij nodig om een dreigende interne ontwrichting te voorkomen. Trotski, die door Lenin tijdens een discussie over de rol die de vakbonden moesten spelen (bij een gemeenschappelijke vergadering van de Communistische Partij en de Centrale Uitvoerende Raad van de vakbonden) behandeld was als een slechte leerling die zijn Marx niet goed bestudeerd had[30], was weer eens de redder van het ‘vaderland in gevaar’ gebleken. De eendracht was weer hersteld.

Enkele dagen na de ‘roemrijke overwinning’ op Kroonstad, op het Tiende Congres van de Russische Communistische Partij, verklaarde Lenin: ‘De matrozen wilden geen contrarevolutie — maar ons wilden zij ook niet.’ En — de ironie van de beul — op ditzelfde congres bepleitte Lenin de ‘voorlopige’ invoering van de vrije handel. Op 17 maart had de communistische regering haar bloedige overwinning op het proletariaat van Kroonstad voltooid, en op 18 maart herdacht zij plechtig de martelaren van de Parijse Commune. Alsof het niet zonneklaar was voor iedereen die ogen had en wilde zien, dat de misdaad tegen Kroonstad erger, monsterlijker was dan de slachting onder de Communards van 1871, want de misdaad tegen Kroonstad werd begaan uit naam van de socialistische revolutie en de socialistische republiek. Daarom zijn aan de smadelijke namen van Thiers en Gallifet toe te voegen: Trotski, Zinovjev, Dybenko en Toechatsjevski.

Zo zijn door de gigantische leugen, die nog steeds in omvang toeneemt en zich over de gehele wereld verbreidt en een net van leugens en verraad spint, mensenoffers gebracht aan de moloch van het bolsjevisme. Niet alleen vrijheid en leven van enkelingen zijn aan dit lemen afgodsbeeld geofferd, en ook niet alleen het welzijn van het land: vernietigd zijn de socialistische idealen en het lot van de revolutie.

Lang geleden heeft Bakoenin geschreven: ‘De macht van de tsaar berust op een leugen — een leugen in het land zelf en een leugen daarbuiten: op een kolossaal en kunstig systeem van leugens, zoals de totale geschiedenis van de mensheid misschien nog nooit heeft aanschouwd.’

Maar ook nu bestaat een dergelijk systeem. Het is het systeem van het staatscommunisme. Het revolutionaire wereldproletariaat mag de ogen niet sluiten voor de werkelijke situatie in Rusland. Het moet erkennen en inzien dat de heersende bolsjewistische partij door haar blinde en bloedige dictatuur Rusland en de Russische Revolutie naar een gruwelijke afgrond heeft gevoerd. Het wereldproletariaat moet luisteren naar de stemmen van de ware revolutionairen, mensen wier hoofddoel, wier enig doel niet de politieke macht van een partij is, maar het welslagen en de overwinning van de sociale revolutie, en voor wie revolutie gelijk staat met menselijke waardigheid, vrijheid en maatschappelijke vernieuwing.

Moge het proletariaat van Europa en Amerika, als de wereldrevolutie gekomen is, een andere weg kiezen dan de Bolsjewiki in Rusland. De weg van de Bolsjewiki leidt tol het ontstaan van een maatschappelijk regime met nieuwe klassentegenstellingen en klassenverschillen. Het bolsjevisme leidt tot staatskapitalisme, en alleen blinde fanatici kunnen dat zien als overgangsstadium naar een vrije maatschappij waarin alle klassenverschillen zijn opgeheven.

Staatscommunisme, de huidige Sovjet-regering is en kan nooit zijn de drempel voor een vrije, vrijwillige, niet-autoritaire communistische maatschappij, want het ware karakter van het regerings- en dwangcommunisme sluit een dergelijke ontwikkeling uit. De aanhoudende economische en politieke centralisatie, de bevoogdende bureaucratisering van alle sferen van menselijke activiteit en inspiratie, de onvermijdelijke militarisatie en degradatie van de menselijke geest verwoesten automatisch elke kiem van nieuw leven en vertrappen de inspiratie tot creatieve, constructieve arbeid.

De dictatuur van de Communistische Partij zelve is de grootste hinderpaal voor de verdere ontwikkeling en verdieping van de revolutie.

De historische strijd van de werkende massa om vrijheid voltrekt zich onvermijdelijk buiten de invloedssfeer van de regering. De strijd tegen onderdrukking — politiek, economisch en maatschappelijk — is altijd tevens een strijd tegen de regering zelf. De politieke staat, van welke kleur ook, en revolutionaire constructieve arbeid zijn onverenigbaar. Zij sluiten elkaar uit. Elke revolutie ziet zich tijdens haar ontwikkeling gesteld voor een alternatief: vrij, onafhankelijk en tegen de regering op te bouwen, of een regering te kiezen met alle beperkingen en vertragingen van dien. De weg van de sociale revolutie, de weg van het constructieve zelfvertrouwen van de georganiseerde bewuste massa loopt in de richting van regeringsloosheid, dat wil zeggen: anarchie. Niet de staat, niet de regering, maar een systematische, gemeenschappelijke sociale wederopbouw door de arbeiders is nodig voor het ontstaan van de nieuwe, vrije maatschappij. Niet de staat en zijn politieke methoden, maar de solidaire, gemeenschappelijke activiteit van alle werkende elementen, van het proletariaat, van de boerenbevolking, van de revolutionaire intelligentsia, die elkaar vrijwillig bijstaan, zal ons bevrijden van het bijgeloof in de staat en een brug slaan van de oude, afgeleefde beschaving naar het vrije communisme.

Niet op bevel van een of ander centraal gezag, maar organisch, vanuit het leven zelf moet een hechte federatie van de verenigde industriële, agrarische en andere associaties opkomen. Deze moet door de arbeiders zelf georganiseerd en geleid werden. En dan — alleen dan, zal het grootse verlangen van de arbeidersklasse naar maatschappelijke vernieuwing een gezonde, vaste grondslag krijgen. Alleen een dergelijke organisatie van de gemeenschap zal ruimte scheppen voor de waarachtig vrije, creatieve, nieuwe mensheid en alleen hier zal men de toegang vinden tot het onbevoogde, anarchistische communisme.

Zo, en zo alleen kunnen alle resten van de oude, stervende beschaving volledig weggevaagd worden, en hart en geest van de mens bevrijd worden van de talloze vergiften, van onwetendheid en vooroordeel. Het revolutionaire wereldproletariaat moet deze anarchistische stem kunnen horen die — zoals ook vroeger reeds — opstijgt uit de diepte van de kerker.

Het wereldproletariaat moet de grote tragedie van Rusland* werkers begrijpen: de hartverscheurende tragedie der arbeiders en boeren, die de toorts van de revolutie gedragen hebben en zich nu hulpeloos in de ijzeren klauwen van een alles verlammende staat bevinden. Het wereldproletariaat moet, voor het te laat is, deze wurgende strop losmaken. Als dat niet gebeurt zal Sovjet-Rusland, voorheen de haard van de socialistische wereldrevolutie, weer het bolwerk van de zwartste reactie worden.

Moskou, juni 1921

Voetnoten

  • [1] ‘Dit barst. Het uur van het kapitalistische privé-eigendom slaat. De onteigenaars worden onteigend.’ Das Kapital, hfdst. 24, uit de slotalinea’s.
  • [2] Deze, en vela andere aanhalingen van Lenin stammen uit zijn artikel De komende taken van de sovietmacht.
  • [3] Vgl. voor dit en alle latere citaten van Boecharin zijn Ökonomie der Transformationsperiode, Reinbek bei Hamburg, 1970
  • [4] Dat wil zeggen de groep die in oktober 1919 uit de KPD was uitgesloten en in april 1920 de Kommunistische Arbeiter Partei Deutschlands (KAPD) zou oprichten - de theoretici van het radencommunisme, waartoe ook de Nederlandse Anton Pannekoek en Herman Gorter werden gerekend.
  • [5] In zijn bekende brief aan August Bebel (18-28 maart 1875), waarin hij het program van Gotha bekritiseerde. Vgl. ook Lenin's Staat en Revolutie, hfdst. IV, 3.
  • [6] Voluit: Buitengewone Commissie voor de Bestrijding van de Contrarevolutie, Sabotage en Speculatie — de Tsjeka, naar de Russische afkorting van Tsjrezvytsjajanaja Komissija. De Tsjeka ontstond in december 1917 uit een informeel besluit van de Raad van Volkscommissarissen; haar bevoegdheden werden niet gedefinieerd.
  • [7] Deze gebeurtenissen speelden zich af in november 1920.
  • [8] Bedoeld wordt Trotski's rede op het Negende Congres van da partij (29 maart-4 april 1920). Enkele dagen daarna herhaalde hij zijn argumenten voor 'militarisatie van de arbeid' op het Derde Congres van Vakverenigingen, om ze vervolgens enige tijd binnen het transportwezen in praktijk te brengen.
  • [9] De Arbeidersoppositie ontstond eind 1920 en had Alexander Sjljapnikev en Alexandra Kollontaj als belangrijkste woordvoerders. Laatstgenoemde gaf ia een voor het Tiende Congres van de Communistische Partij (maart 1921) bestemde tekst, De Arbeidersoppositie, eest systematische uiteenzetting van de opvattingen van de groep; uit deze brochure wordt in het vervolg gactterrd. Vgl. hiervoor en voor de Arbeidersoppositie is het algemeen Arbeiterdemokratie oder parteidiktatur, uitg. Frits Kool en Erwin Oberländer, dl. l, München, 1972
  • [10] Vgl. A.V. Loenatsjarski, Revolutionary Silhouettes, London 1967, p. 47.
  • [11] Alexander Berkman, Emma Goldman, Perkoes en Petrovski. Vgl. voor hun brief aan Zinovjev van 5 maart 1921 Alexander Berkman, The Kronstadt Rebellion, Berlijn 1922, p. 98-99.
  • [12] Op 30 december 1920. Tijdens deze bijeenkomst ontwikkelde Lenin tegenover Trotski's 'militarisatie van de arbeid' de opvatting van de vakbonden als 'leerschool van het communisme', als schakel tussen de partij en de massa. Vgl ook Lenins brochure Nogmaals over de vakbonden, de huidige situatie en de fouten van Trotski en Boecharin, januari 1921.
namespace/de_russische_revolutie_en_de_communistische_partij.txt · Laatst gewijzigd: 24/01/17 07:25 door defiance