Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen

namespace:het_bestaan_van_egalitaire_samenlevingen_wordt_niet_meer_ontkent

“Het bestaan van egalitaire samenlevingen wordt niet meer ontkent”

Een interview met Hermann Amborn, door Thomas Wagner

  • Originele titel: ‘Herrschaftsfreie Gesellschaften werden nicht mehr geleugnet'
  • Verschenen: 2017
  • Bron: Junge Welt, 8-9 juli 2017
  • Vertaling: Tommy Ryan

Een vertaling uit Junge Welt, 8-9 juli 2017, originele titel: ‘Herrschaftsfreie Gesellschaften werden nicht mehr geleugnet' Een gesprek tussen Thomas Wagner en Hermann Amborn – Over een fout van Jürgen Habermas, de mislukking van socialistische modernisering in Zuid-Ethiopië en de terugkeer van anarchistische tradities.

Hermann Amborn: geboren in 1933 in Brabach (DE), emiritus professor in de etnologie. Hij deed een opleiding tot technisch tekenaar en werd daarna ingenieur. Na een lange reis kwam hij tot de etnologie en onderwees als professor in München. Voor onderzoek verbleef hij de afgelopen tijd regelmatig in Zuid-Ethiopië.


“Het bestaan van egalitaire samenlevingen wordt niet meer ontkent”

In uw afgelopen jaar verschenen boek “Das Recht als Hort der Anarchie” (vert. Het recht als broedplaats van de anarchie) stelt u dat “Anarchie geen project of een utopie is, maar wordt gepraktiseerd”. Dat is een fixe stellingname.

Maar die klopt. Als etnoloog heb ik, tijdens langere veldstudies in het zuiden van Ethiopië en het noorden van Kenia, kennis gemaakt met overheersingsvrije samenlevingen in de Hoorn van Afrika. Ook door ervaringen met mijn contactpersonen ben ik op het spoor gekomen van het anarchisme. In Ethiopië zijn er een groot aantal egalitaire etnische groepen. Men kan wat dat betreft een grens trekken tussen het noorden en het pas rond 1900 door het Ethiopische keizerrijk veroverde zuiden. In het zuiden is de grote bevolkingsgroep van de Oromo. Van de ongeveer 100 miljoen inwoners van Ethiopië, behoren ongeveer 40 tot 45 miljoen mensen tot de Oromo en groepen die aan hen verwant zijn. Ik reken daar bijv. ook de door mij onderzochte Burji-Konso toe. Dat is een meer dan 300.000 mensen tellend conglomeraat van 15 etnische groepen in Zuidwest Ethiopië.

Hoe ziet de economische organisatie van deze groepen eruit?

De grootste Oromo-subgroep in Zuid-Ethiopië zijn de Borana. Zij zijn vooral veehouders met een nomadisch herdersbestaan. Ze bewonen een gebied dat strekt tot aan de evenaar tot en met Kenia en Somalië. Ze behoren zeker tot de sterkst heerschappijvrij-georganiseerde bevolkingsgroepen. De Burji-Konso daarentegen zijn een bevolkingsgroep van bergboeren met vaste woonplek.

Men kan stellen dat die bevolkingsgroepen die behoren tot de Kuschitische taalfamilie, vergaand egalitair georganiseerd zijn. Deze samenlevingen hebben een acefale (hoofdloze), of, zoals ik liever zeg, een polycefale basisstructuur.

De uitdrukking ‘acefaal’ en ‘polycefaal’ moet je uitleggen

Acefaal is een begrip in de etnologie voor egalitaire samenlevingen breed gebruikt wordt. Ik gebruik deze echter niet graag. Acefaal betekend zoiets als hoofdloos. In deze samenlevingen kunnen echter vele hoofden besluiten maken. Hierom duid ik ze aan als polycefaal. Beide begrippen betekenen in de bases echter hetzelfde: een heerschappijvrije samenleving. Ook het iets agressievere begrip Anarchie is een treffende omschrijving. De meeste sociaal-wetenschappers menen dat iets als een heerschappijvrije samenleving niet mogelijk is. Is dit in de etnologie ook zo?

In de hedendaagse etnologie is dit andersom. Het bestaan van egalitaire samenlevingen wordt niet meer ontkent. De etnoloog David Graeber meent dat dit ons “kleine vuile geheimpje is”; dat er daadwerkelijk anarchistische samenlevingen zijn. Er zijn echter telkens weer etnologen die bijvoorbeeld kleine verschillen in de verdeling van de rijkdom, aangrijpen om te wijzen naar hiërarchische structuren.

Vaak wordt er gesteld dat, op z’n best, vooral kleine groepen zich zonder hiërarchische structuren kunnen organiseren.

Men beroept zich dan op zogenaamde jager- en verzamelaarssamenlevingen. Hier is het ontbreken van hiërarchie zelfs voor sceptici niet te ontkennen. Dat betekent echter niet dat grotere samenlevingen zich niet ook zonder hiërarchie kunnen organiseren. Bij de Oromo betreft het momenteel tegen de 12 miljoen mensen, die ik polycefaal zou noemen. De Somali’s hebben in Somaliland en Puntland twee stabiele gemeenschappen gesticht waarin traditionele polycefale structuren voorkomen. Dat zijn grote samenlevingen die zich al tientallen jaren geleden van het door oorlog getroffen Somalië hebben afgescheiden, maar door de wereldgemeenschap niet erkend worden. Al in de jaren ’40 van de 20ste eeuw hebben Britse etnologen, vertegenwoordigers van de Social Antropology, in opdracht van de koloniale regering een serie studies gedaan over egalitaire samenlevingen die meerdere honderdduizend mensen omvatte. Men wilde de manier waarop deze samenlevingen functioneerden begrijpen om ze beter te kunnen controleren. Daarbij heeft men echter belangrijke kennis opgedaan over horizontale structuren.

Sinds de 18de eeuw wordt gezegd dat egalitaire stammensamenlevingen verleden tijd zijn. U beschrijft in uw boek hoe zulke structuren in Zuid-Ethiopië afgeschaft waren, maar hoe deze heden ten dage weer in opkomst zijn.

In het Ethiopische keizerrijk werden de aanhangers van egalitaire volkeren onderdrukt, men kan zelfs zeggen, tot slaaf gemaakt. Na de verovering van de vrije volkeren van het zuiden, wat ongeveer rond 1900 een feit was, werd elke soldaat 20 mensen als arbeidskrachten toebedeeld. Men heeft toen van boven doorgevoerd dat mensen die religieuze ambten bekleedde, politieke macht toebedeeld kregen. Dit waren door de regering ingezette ‘stamhoofden’ die men eerder niet had. Zij waren verantwoordelijk tegenover de regering. Hoewel het gros van de bevolking in slavernij leefde, kregen deze stamhoofden bepaalde privileges toebedeeld. Deze toestand werd in 1974 door de Revolutie beëindigd.

Hoe is de Marxistische regering met deze samenlevingen in het zuiden omgegaan?

Zij hebben geprobeerd een socialistische maatschappelijke orde in te voeren, zonder door te hebben of rekening te houden met het feit dat zij te maken hadden met samenlevingen waarbinnen nog altijd basisdemocratische verhoudingen voorhanden waren. Er werden campagnes doorgevoerd waarbij studenten en scholieren uit de hoofdstad Addis Abeba naar het platteland gestuurd werden om de nieuwe ideologie te verspreiden en door te voeren. Daarbij zijn ze aan de ene kant tegen de door het oude regime ingezette stamhoofden ingegaan. Aan de andere kant hebben ze ook de traditionele religie zeer sterk bestreden, welke nog nauw verbonden was met de egalitaire structuren die in de samenleving bestonden. De bevolking heeft zich hierop getracht te verzetten tegen de initiatieven van de nieuwe regering. Nadat in 1991 de socialistische regering vervangen werd, en er een federalistisch systeem ingevoerd werd, traden de traditionele structuren weer meer op de voorgrond. Deze werden door de centrale regering nauwelijks opgemerkt. Met uitzondering van zware criminaliteit ligt de jurisdictie bij de individuele communes op het platteland.

Vaak wordt gezegd dat er, waar er geen ‘verlichting’ is geweest, er ook geen vrije en democratische samenleving zijn kan.

Dat is een argument dat bijvoorbeeld door de filosoof Jürgen Habermas ingebracht werd, die een theorie voor een heerschappijvrij discours ontwikkeld had. Ik houd dit echter voor onzin.

De mensen die ik heb mogen leren kennen, beoefende een communicatie zonder hiërarchie. Voor hen is de aanduiding van “Zoon Politikon” (“politiek dier”, Aristoteles’s definitie van mensen; Junge Welt) gepast. Het gaat hier om werkelijk politieke mensen. Ze zijn in communicatiestructuren opgegroeid waarbij men gewend is aan strijd en discussie. Ze moeten zich intellectueel met ingewikkelde problemen bezighouden, die ontstaan wanneer er een veelvoud aan instituties, belangen en meningen bij elkaar komen. De structuren zijn zeer flexibel en worden levendig gehouden. De Borana roepen bijvoorbeeld elke acht Fjaar een grote bijeenkomst uit waarbij 3000 afgevaardigden van dit volk voor meerdere maanden bij elkaar komen om de huidige maatschappelijke spelregels en richtlijnen de toetsen. In geval dit nodig is worden ze aangepast of worden nieuwe regelingen opgesteld. Daarbij speelt de mondelinge overdracht een grote rol. De afspraken kunnen zo beter onthouden worden en er bestaat de mogelijkheid tot variatie en verdere ontwikkeling.

Wanneer regels niet zwart op wit nagelezen kunnen worden, is het toch gemakkelijker om mensen op te lichten. Schept de mondelinge overdracht niet vooral de mogelijkheid tot manipulatie?

Nee, want als iedereen het gelijke rechten heeft en niemand ontzegd wordt diens mening te uiten, blijft er voor manipulatie niet veel speelruimte over. Er wordt altijd op gelet, dat niemand zich boven de ander verheft. Dat geld in bijzondere mate voor de voor mensen met belangrijke functies. Het ergste vergrijp is ambtsmisbruik. Daarmee wordt niet, zoals bij ons, gedoeld op corruptie, maar op machtstoe-eigening. Wanneer iemand met zo’n functie de gestelde speelruimte overschrijdt wordt dit zeer zwaar bestraft. In het ergste geval verstoot men hen zelfs uit de gemeenschap.

Hoe is het met de verhouding tussen mannen en vrouwen gesteld?

Er zijn kringen waarin mannen en vrouwen gezamenlijk zitten. Er zijn er ook die alleen uit mannen bestaan, net als dat er raden bestaan met enkel vrouwen. Ik herinner me dat ik in 1974 voor het eerst een bijeenkomst van de Burji-Konso bijwoonde. Het ging om clan-aangelegenheden. Ik woonde toentertijd bij een familie in hun boerderij. De bijeenkomst vinden afwisselend in de boerderijen plaats. Ditmaal was het bij mijn gasthuis thuis. Ik beheerste toen de taal nog niet. Ik dacht eerst dat ik bij een vrouwenbijeenkomst aanwezig was. De vrouwen waren namelijk de hele tijd aan het woord. De mannen hebben alleen af en toe afwijzend of instemmend geknikt of gebromd.

Ik heb daarna toevallig, later ook bewust, bijeenkomsten bijgewoond waarbij problemen van politieke en gerechtelijke aard werden behandeld. Daarbij kon ik zien hoe de mensen met elkaar omgegaan zijn. Er werd een brede openheid gecreëerd waarbij mannen en vrouwen van verschillende leeftijden en ongeacht hun sociale verschillen vrij met elkaar konden communiceren.

Normaliter vragen sociaal-wetenschappers zich af waarom deze samenlevingen het niet lukt een staat te stichten.

Ik heb precies de omgekeerde vraag gesteld, en die luid: “Hoe lukt het hen, zich tegen de staat te weren?” Bij de samenlevingen die ik heb leren kennen, ging het om een zeer bewuste afwijzing van autoritaire verhoudingen. Men let bijvoorbeeld op dat de kleine economische ongelijkheid niet te groot wordt. Ook bij ons wordt gesteld dat rijkdom verplicht. Daar worden rijken daadwerkelijk verantwoordelijk gehouden. Gierigheid wordt bestraft. Als iemand van gierigheid wordt beschuldigd, kan het zijn dat jonge mannen diens huis binnendringen, de persoon aan een paal in het huis vastbinden, een van zijn geiten slachten en alles opeten wat ze kunnen vinden. Zo’n actie wordt dan niet als overtreding van de regels behandeld, maar doorgaans als rechtvaardig gezien. Degene die zoiets overkomt wordt uitgelachen en zal zich achteraf ook niet beklagen.

De polycefale samenlevingen zijn omgeven door hiërarchisch bestuurde maatschappijen. Ze leven inmiddels binnen de grenzen van een moderne staat die in meer of mindere mate invloed heeft. Toch hebben ze voorheen ook al staatsgeoriënteerde maatschappijen als buren gehad. Wat Zuid-Ethiopië betreft, is in dat geval vooral het Noord-Ethiopische keizerrijk aan te wijzen en daarnaast is het nabijgelegen koninkrijk Kaffa behoorlijk invloedrijk is geweest. Tegen deze staten hebben zij zich geweerd.

Op welke manier deden zij dit?

Ze hebben zich naar buiten toe afgesloten en erop gelet intern geen machtsverhoudingen te laten ontstaan. Ik heb zelf ervaren hoe mensen die tot de Burji-Konso-gemeenschap behoorde, vertelden over de gebruiken van hun toenmalige buren in het Kaffa-rijk en deze belachelijk maakten. Ze maakten grappen over hoe daar mensen op de knieën gingen voor hoogwaardigheidsbekleders en dringend om iets smeekten. Van zo’n onderworpen verhouding wordt graag een karikatuur gemaakt. Mijn gesprekspartners lieten zien dat zij zich door niemand laten vertellen, wat ze moeten doen of laten.

Egalitaire samenlevingen zijn een fenomeen dat niet alleen tot Afrika beperkt is toch?

Zeker niet. Het gaat om een wereldwijd fenomeen. Ook op Bali, waar ik ook was voor onderzoek, heb ik zulke samenlevingen leren kennen. Men kan daar de Filepijnen en Madagaskar aan toevoegen. Er zijn de ook door anarchisten geliefde, en door Karl Marx en Friedrich Engels al in de 19de eeuw omschreven Iroka-Confederatie (Eng. League of the Iroquois) in Noord-Amerika. In Latijns-Amerika zijn er vele voorbeelden van dergelijke groepen, zoals de Zapatista’s in Chiapas, die deels op traditionele egalitaire structuren voortbouwen. De mens schijnt aanleg te hebben voor de wens voor gemeenschappelijkheid zonder hiërarchie, zo schijnt.

De landbouwonderzoeker James C. Scott zegt dat veel bergvolken in Zuidoost-Azië gesticht zijn doordat mensen de afgelopen 2000 jaar gevlucht zijn voor de staten die zich uitbreidde in de dalen. Hun egalitaire structuren zijn het gevolg van deze vijandigheid tegenover de staat argumenteert hij in zijn geprezen boek “The Art of Not Being Governed – An Anarchist History of Upland Southeast Asia”, uit 2009. De bergregio, die hij Zomia noemt, omvat delen van het huidige Zuid-China, Myanmar, Laos en Vietnam. Er leven ongeveer 100 miljoen mensen.

Ik vind het fascinerend wat hij over Zomia schrijft en kan zijn stellingen voor een groot deel volgen. Ik denk echter dat het niet enkel om een toevallige oprichting gaat door kleine groepen die de staat zijn ontvlucht, maar dat dit, in ieder geval voor een deel, een zeer bewuste en ook ideologische gefundeerde afkeer betreft. Hele legers zijn de bergen in gevlucht. Voor een deel is het ook mogelijk dat ideologische of religieuze stromingen zoals het Taoïsme een rol hebben gespeeld.

Kan een socialistische beweging iets van zulke samenlevingen leren?

De etnologie kan geen instructies geven. Wel kan ze aanzetten tot denken. Het is belangrijk te weten dat er andere mogelijkheden van samenleven zijn. Men kan deze niet eenvoudigweg nabouwen. We zouden ons echter verdomme nog eens goed moeten afvragen, hoe we zelf een overheersingsvrije samenleving kunnen ontwikkelen.

namespace/het_bestaan_van_egalitaire_samenlevingen_wordt_niet_meer_ontkent.txt · Laatst gewijzigd: 06/02/18 23:23 door defiance