Inhoud

De algemene werkstaking

Door Rosa Luxemburg


De algemene werkstaking

De algemene werkstaking behoort zonder twijfel tot de oudste oplossingen van de moderne arbeidersbeweging en zeker tot deze waarvoor uiterst heftig en met veel strijd in de schoot van het socialisme gevochten is. Wanneer men zich echter niet door het blote woord, door de klank laat bedwelmen, maar de zaak tot op de grond onderzoekt, dan moet men inzien dat onder de naam van algemene werkstaking in verschillende gevallen heel verschillende dingen begrepen en daardoor geheel verschillend beoordeeld werden.

Het is duidelijk dat de beroemde algemene werkstaking van Nieuwenhuis in geval van oorlog een ander ding is dan de internationale algemene werkstaking van de bergwerkers, die omstreeks het jaar 1890 in Engeland gepland werd en ten gunste waarvan Eleanore Marx op het Congres van de Franse socialisten in Lille (oktober 1890) een voorstel gedaan heeft; dat er een even groot onderscheid bestaat tussen de in oktober 1898 in Frankrijk geprobeerde en treurig gestrande algemene werkstaking van alle branches tot ondersteuning van de spoorwegbeambtenbeweging en de schitterend gelukte algemene werkstaking van de spoorwegbeambten van de Noord-Oostspoorweg in Zwitserland; dat de zegevierende algemene werkstaking in Carmaux in het jaar 1893 als protest tegen de “massregelung” van de tot burgemeester gekozen bergwerker Calvinhac niets gemeen heeft met de reeds door de chartistische conventie in februari 1839 besloten “heilige maand” enz. enz. In één woord de eerste voorwaarde voor een ernstige beoordeling der vraag van de algemene werkstaking is het onderscheid tussen nationale algemene werkstakingen en internationale, politieke en door vakverenigingen ondernomen werkstakingen, branchewerkstakingen van algemene, zulke, die door een bepaalde gebeurtenis van de tijd te voorschijn geroepen zijn, van zulke, die in het algemene streven van het proletariaat afgeleid worden, enz. Het is reeds genoeg om zich de hele veelvuldigheid in de concrete verschijning van de algemene werkstaking, de veelvuldige ondervindingen met dit strijdmiddel voor de geest te halen, om iedere korte afwijzing of verheerlijking van dit wapen als een gedachteloosheid te doen verschijnen.

Wanneer wij de zuivere algemene staking van een industrietak afscheiden, die reeds in de meeste landen tot een dagelijks verschijnsel geworden is en dus al het theoretiseren overbodig maakt, en ons speciaal naar de politieke algemene werkstaking wenden dan moet naar onze mening volgens het wezen van deze strijdmethode op twee manieren onderscheiden worden: de anarchistische algemene werkstaking en de politieke staking der massa’s, zoals wij haar ad hoc noemen mogen. In de eerste categorie hoort voor alles de nationale, op invoering van de socialistische maatschappij gerichte algemene werkstaking, te allen tijde het stokpaard van de Franse vakverenigingen, van de broussisten en allemanisten. Deze opvatting vond bijvoorbeeld duidelijk uitdrukking in het blad L’Internationale van 27 mei 1869, waar staat: “Wanneer de werkstakingen zich uitbreiden, met elkaar in verbinding treden, dan zijn zij er zeer dicht bij een algemene werkstaking te worden; en een algemene staking met de bevrijdingsideeën, die tegenwoordig heersen, kan slechts met een grote ineenstorting eindigen, die de maatschappelijke omwenteling voltrekken zou.” In dezelfde zin besluit het Franse vakverenigingscongres in Bordeaux 1888. “Enkel en alleen de algemene werkstaking of de revolutie kan de bevrijding van de arbeidersklasse brengen.” Als karakteristiek pendant tot dit besluit werd door hetzelfde congres een ander genomen waarin de arbeiders uitgenodigd werden “om zich scherp van de politici af te scheiden, die ze bedriegen.” Op gelijke grond beweegt zich eindelijk ook het door Briand voorgestelde en door Legien bestreden Franse voorstel op het laatste internationale socialistencongres in Parijs in de zomer van 1900, dat de arbeiders van de gehele wereld aanmaant om zich voor de algemene werkstaking te organiseren, zij het dat deze organisatie in hun handen een eenvoudig middel zal zijn, om op de kapitalistische maatschappij die druk uit te oefenen, die tot aanbrenging van de noodzakelijke politieke en maatschappelijke hervormingen noodzakelijk is, zij het dat de omstandigheden zo gunstig waren, dat de algemene werkstaking in dienst der sociale revolutie kan worden gesteld.”

In dezelfde categorie behoort anderzijds de idee, de algemene werkstaking als middel tegen de kapitalistische oorlogen te gebruiken, een idee die reeds het congres van de Internationale in Brussel 1868 door een resolutie uitdrukking gegeven heeft en die weer door Nieuwenhuis in het jaar ’90 op de internationale socialistische congressen in Brussel, Zürich en Londen opgenomen en verdedigd werd.

Hier evenals daar ligt het karakteristieke der opvatting in het geloof aan de algemene werkstaking als een panacee tegen de kapitalistische maatschappij in het geheel of, wat hetzelfde is, tegen enkele van haar levensfuncties, het geloof aan een abstracte, absolute categorie der algemene werkstaking als het middel van de klassenstrijd, dat ieder ogenblik en in alle landen gelijkmatig te gebruiken en zegevierend zou zijn. De bakkers leveren geen brood, de lantaarns blijven onaangestoken, de spoor- en tramwagens lopen niet, de ineenstorting is er!

Zo geschilderd op het papier, deugt het plan, als ieder tasten in het duister, voor alle tijden en landen. Dit afzien van het plaatselijke en tijdelijke, van de concrete politieke voorwaarden van de klassenstrijd in ieder land, tegelijk van de organische verbinding van de socialistische beslissende strijd met de alledaagse proletarische gevechten, met de stapsgewijze propaganda- en organisatiearbeid gaf hier de typische anarchistische stempel aan de opvatting. Met het anarchistische is echter tegelijk het utopische van de theorie gegeven en hiermee weer – de noodzakelijkheid van de bestrijding van de algemene werkstakingsidee met alle middelen. Daardoor zien wij ook de sociaaldemocratie sinds een tiental jaren tegen de utopie van de algemene werkstaking optreden. De onvermoeide strijd van de Franse arbeiderspartij met de Franse vakverenigingen hadden hier dezelfde grond, als de regelrechte rencontres van de Duitse delegatie op de internationale congressen met Nieuwenhuis. Hier verwierf zich weliswaar de Duitse sociaaldemocratie de bijzondere verdiensten niet slechts daardoor, dat zij de wetenschappelijke argumenten tegen de utopische leverde, maar voornamelijk daardoor, dat zij tegenover de speculaties op een beslissende slag “met gekruiste armen” tegen de burgerlijke staat de praktijk van de dagelijkse politieke strijd op de bodem van het parlementarisme zette.

Zo ver, maar ook slechts zo ver gaat dat, wat men als de bestrijding van de algemene werkstaking door de sociaaldemocratie dikwijls noemt. Uitsluitend tegen de absolute, anarchistische theorie van de algemene werkstaking richtte zich feitelijk de kritiek van het wetenschappelijk socialisme. En uitsluitend tegen haar kon zij zich ook richten.

De politieke, toevallige, algemene werkstaking, zoals zij door de Franse arbeiders hier en daar tot bepaalde politieke doeleinden gebruikt werd, als in het genoemde geval in Carmaux, zoals zij met name door de Belgische arbeiders meermalen in de strijd voor algemeen kiesrecht aangewend is, heeft met die anarchistische algemene werkstakingsidee slechts de naam en de technische vorm gemeen. Politiek zijn het echter twee tegenover elkaar staande begrippen. Terwijl aan gene algemene werkstakingoplossing een algemene abstracte theorie ten gronde ligt, blijken de politieke stakingen van de laatste categorie in bepaalde landen of slechts in bepaalde steden en streken het product van een bijzondere politieke toestand te zijn, een middel tot bereiking van een bepaald politiek effect. De werking van dit wapen kan reeds daarom in het algemeen en van te voren niet bestreden worden, omdat de feiten, omdat verkregen overwinningen in Frankrijk en België het tegendeel bewijzen. Maar ook de gehele argumentatie, die tegenover Nieuwenhuis of tegen de Franse anarchisten zo goede werking deed, houdt tegenover de politieke algemene werkstaking in het geheel niet stand. De bewering, de uitvoering van een algemene werkstaking vooronderstelt al een trap van organisatie en ontwikkeling van het proletariaat, die de algemene werkstaking overbodig en de verovering der politieke macht door de arbeidersklasse zonder meer vanzelfsprekend maakt, deze meesterlijke houw van de oude Liebknecht tegen Nieuwenhuis, kan op de lokale en toevallige politieke algemene werkstaking niet aangewend worden, want hier zijn slechts een populaire politieke oplossing en materieel gunstige omstandigheden als vooronderstelling noodzakelijk. Integendeel, het is aan geen twijfel onderhevig dat de Belgische algemene werkstakingen als middel van de kiesrechtstrijd regelmatig veel grotere volksmassa’s in de beweging meevoeren, dan aan het socialistische bewustzijn in de eigenlijke zin beantwoordt. Evenzo bewerkte de politieke staking in Carmaux zo’n sterk en vlug effect van bewustwording, dat zelfs een afgevaardigde van de rechterzijde tot de socialisten na het slot der campagne zei: “Verkrijgt nog enige van zulke resultaten als in Carmaux en gij hebt het platteland veroverd, want de boeren vechten altijd aan de kant van de sterkeren, en gij hebt bewezen dat gij sterker bent dan de mijndirecteuren, dan de regering en dan de Kamer.”[1]

In plaats van zich dus in een gesloten cirkel tussen de als vooronderstelling noodzakelijke socialistische ontwikkeling en de bedoelde socialistisch bewust geworden uitkomst te draaien, als de algemene werkstaking van Nieuwenhuis en de Frans-anarchistische, knoopt zich de toevallige politieke algemene werkstaking slechts aan het ogenblik van het politieke dagelijkse leven van diep ingrijpende en opwindende betekenis, en dient van haar kant tegelijk als werkend middel voor de socialistische agitatie.

Eveneens is het construeren van een tegenstelling tussen de politieke dagelijkse arbeid en met name het parlementarisme enerzijds en deze categorie van algemene werkstaking anderzijds een slag in de lucht. Want ver er van, om het parlementarisme en ander klein werk te willen vervangen, wordt de politieke algemene werkstaking slechts aangeregen aan de andere agitatie en strijdmiddelen als een stuk van de ketting, ja nog meer, zij stelt zich direct als een werktuig in dienst van het parlementarisme.

Kenmerkend dienden alle politieke algemene werkstakingen tot nu toe het behoud of de verovering van parlementaire rechten: die van Carmaux het kiesrecht, die in België het algemeen gelijke kiesrecht.

Wanneer de politieke algemene werkstaking in Duitsland nog niet voorgekomen en vroeger slechts alleenstaand in weinig landen gebruikt is, dan ligt het in het geheel niet daaraan, dat zij aan een vermeende “Duitse methode” van de socialistische strijd tegenstrijdig is, maar aan de eenvoudige omstandigheid dat geheel bepaalde sociale en politieke voorwaarden er toe horen, om een algemene werkstaking als politiek middel mogelijk te maken. In België brengt de hoge industriële ontwikkeling in verband met de kleine omvang van het land het mee, dat zowel de lokale uitbreiding van de arbeidstaking gemakkelijk en vlug gaat, omdat een absoluut niet te groot aantal stakers, ongeveer 300.000, genoeg is om het economische leven van het land te verlammen. Duitsland als een omvangrijk land met lokaal verspreide industrie, grote daar tussen gestrooide agrarische districten en een absoluut geweldig arbeidersleger, bevindt zich in dit opzicht in een onvergelijkelijk ongunstige toestand. En datzelfde heeft betrekking op Frankrijk als geheel, over het algemeen op grotere weinig industrieel gecentraliseerde landen.

Wat echter behalve dat als beslissend moment erbij komt, is een bepaalde maat van vrijheid en van democratische zeden. In een land waar stakende arbeiders, als in Boven-Silezië, eenvoudig door politie en gendarmes tot de arbeid gedreven worden, waar de agitatie van de stakers onder de “gewilligen” rechtuit in de gevangenis, zo niet in het tuchthuis, voert, kan natuurlijk van een politieke algemene werkstaking geen sprake zijn. Het is dus in het geheel niet als een imaginaire meerderheid der Duitse sociaaldemocratie en een ogenblikkelijke vergissing der romaanse landen aan te zien, wanneer de algemene werkstaking als politiek wapen tot nu toe slechts in België en voor een gedeelte in Frankrijk gebruikt is. Het is veeleer naast het gemis aan bepaalde sociale en geografische voorwaarden een getuigenis voor ons half Aziatisch achterblijven ten opzichte van de politiek.

Ten slotte toont het voorbeeld van Engeland waar alle economische en politieke voorwaarden voor een zegevierende algemene staking in hoge mate voorhanden zijn en waar dit machtig wapen desalniettemin nooit in de politieke strijd gebruikt wordt, nog een gewichtige voorwaarde van haar gebruik – de innerlijke vergroeiing van vak- en politieke beweging. Terwijl in België de economische strijd met de politieke als een organisch geheel werkt, de vakverenigingen met de partij zich bij iedere grotere actie aaneensluiten, elkaar voortdurend in de hand werken, sluit de enghartig alleen vakverenigings-, dus ook verbrokkelde kerktorenpolitiek van de trade-unions, zowel als het gebrek aan een sterke socialistische partij in Engeland de samenwerking in politieke algemene stakingen uit.

De nadere beschouwing bewijst dus dat al het absolute be- en veroordelen van de algemene staking, zonder acht te geven op bijzondere verhoudingen in ieder land en voornamelijk op grond der praktijk in Duitsland, niets dan nationale zelfverheffing en gedachteloos meten met één absolute maat is. En weer blijkt het bij deze gelegenheid dat wanneer ons met zulk een welsprekendheid de voordelen van de “vrije hand” in de socialistische tactiek, van “het zich niet binden”, van de aanpassing aan de gehele menigvuldigheid der concrete verhoudingen aangeprezen wordt, het altijd alleen gaat om de vrijheid van het sjacheren met burgerlijke partijen. Gaat daarentegen de kwestie over een actie der massa’s, om een in de verte naar revolutionaire tactiek uitziende strijdwijze, dan blijken de fanatieke voor de “vrije hand” terstond enghartige dogmatici, die de klassenstrijd op de gehele aardbol in de Spaanse laarzen van de zogenaamde Duitse tactiek zouden willen wringen.

Wanneer in België de algemene staking zo-even zonder resultaat is gebleven, zo kan dit feit reeds alleen daarom niet tot een revisie van de Belgische tactiek aanleiding geven, omdat, zoals algemeen bekend is, de algemene staking noch voorbereid noch eigenlijk politiek gebruikt, veeleer door de leiders lamgeslagen en, voor hij in het algemeen iets kon uitrichten, beëindigd is. Daar de actie der massa’s door de politieke, beter gezegd parlementaire leiding van de beweging in het geheel niet in hun plan opgenomen werd, zo stonden de stakende massa’s radeloos op de achtergrond van het toneel, zonder iedere verbinding met de eigenlijke op de voorgrond gevoerde actie, totdat zij geheel van het toneel werden gecommandeerd.

Het ontbreken van resultaat bij de laatste Belgische campagne kan dus evenmin de ondeugdelijkheid van de algemene staking bewijzen, als de overgave van Metz door Bazaine de ondeugdelijkheid van vestingen in de oorlog, als het parlementair verval der Duitse liberalen de ondeugdelijkheid van het parlementarisme bewijst. Juist omgekeerd. Het fiasco van de laatste Belgische actie moet ieder met de toedracht der zaak bekende tot de overtuiging brengen, dat alleen de algemene staking – werkelijk in het veld gebracht – iets had kunnen bereiken. En wanneer een herziening der tactiek van de Belgen nodig is, dan schijnt ze ons toe, alleen in de door ons aangeduide richting te liggen. De April-campagne heeft namelijk dit ene klaar bewezen: dat een indirecte tegen de klerikalen, onmiddellijk echter tegen de bourgeoisie gerichte staking een slag in het water is, zodra het strijdende proletariaat aan de bourgeoispolitiek gekoppeld is. Uit een middel van politieke pressie op de regering wordt de bourgeoisie voor de arbeiders tot een kogel aan hun voet, die hun schreden verlamt. De belangrijkste leer van het Belgische experiment luidt dus niet tegen de algemene staking als zodanig, maar tegen een parlementair verbond met de liberalen, dat iedere algemene staking tot onvruchtbaarheid veroordeelt.

Voetnoot