Loonstakingen

Door Clara Wichmann


Loonstakingen

Van de kant der revolutionaire vakbeweging ia al tientallen van jaren vooropgesteld, dat het er niet om ging, de lonen te verbeteren, maar het loonstelsel te vernietigen. In de oudere syndicalistische geschriften vindt men dan ook herhaaldelijk de loonstaking met een zekere minachting behandeld, wanneer zij vergeleken wordt met de staking van algemeen revolutionair karakter. En een enkele maal is ook toen wel de mening uitgesproken.

dat men eigenlijk generlei partiële of lokale staking propageren of steunen moest, maas alleen op het grote doel: de algemeen werkstaking, aan moest sturen.

Op het ogenblik gaan er — voornamelijk in het Duitse blad »Die Revolution«, heit orgaan der Allgemeine Arbeiterunion, Bezirk Ost-Sachsen (een blad waaraan ook enige leden van de tot kortgeleden bij de Landelijke Federatie van Sociaal-Anarchisten behorende Haagsche afdeling meewerken) — stemmers op, om aan loonstakingen, als zijnde in wezen geen revolutionair strijdmiddel, niet mee te doen. En er zijn er, die in hun protest hiertegen zó ver gaan, dat zij dóór blijven werken der revolutionairen, ingeval een loon- staking uitbreekt, voorstaan.

Die zo spreken gaan ervan uit dat een strijdmiddel maar één karaktertrek heeft, “alles of niets” is. Maar in de werkelijkheid heeft de loonstaking allerlei aangezichten. Ze is een strijdmiddel van zeer betrekkelijke waarde; maar vergeten we deze twee dingen niet: voor de grote massa der arbeiders betekent hét aandurven van «en loonstaking: al een vooruitgang, een begin van ontwakend verzet en ontwakende strijdbaarheid en voor, het kapitalisme als uitbuitingsstelsel zou waakzaamheid der arbeiders over hun levenspeil wel degelijk een rem in zijn herstel betekenen.

Het afhouden van de loonstaking kan in een bepaalde historische situatie, bij een reeds vergevorderde en vrij algemeen verbreide revolutionaire gezindheid, goed en verhelderend werken; maar in vele jaren van langzame bewustwording zou deze tactiek eer tot gevolg hebben, dat de grote massa nóg meer zou inslapen, en de verwijdering tussen deze massa en wat men pleegt te noemen de „revolutionaire voorhoede“ nog groter zou worden; de massa zou, in plaats van boven de loonstaking uit te stijgen, eenvoudig daar beneden afzakken.

In dergelijke tijden is het veel beter, op net begin van verzet, het begin van besef, van levensrecht, dat in de loonstaking ligt, voort te bouwen; de feiten te laten aantonen, hoe onvoldoende iedere loonsverhoging, laat, staan ieder beletten van loonsverlaging werkt, om zó, langs de natuurlijke weg van in de werkelijke strijd groeiend inzicht, te komen tot de strijd tegen het toonstelsel als zodanig, dan om dat instinctieve verzet ter handhaving van het levenspeil als niet-revolutionair-genoeg ter zijde te schuiven en terug te stoten.

Tegen het gevaar van overschatting van de mogelijke resultaten der loonstaking moet aldoor gewaarschuwd worden, omdat deze overschatting tot reformisme leidt; maar iets anders is het om, absolutistisch, niet te willen zien dat de loonstaking voor velen een begin van bewustwording betekent.