Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:anarchisme_van_de_daad

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Volgende revisie
Vorige revisie
namespace:anarchisme_van_de_daad [05/08/19 14:55]
defiance
namespace:anarchisme_van_de_daad [21/11/19 08:41] (huidige)
defiance
Regel 140: Regel 140:
  
 Toen de februari-revolutie kwam, verspreidde hij twee afleveringen uit het boek over ‘Solution du problème social’. Het volk zelf had de omwenteling gemaakt, het moest die ook verder doorvoeren. Maar het voorlopige bewind ging voort op de weg der vroegere regeringen. Haar decreten waren ongevraagde interventies. Het volk eiste geen blote onteigening,​ maar wederkerig bezit. De rijken kunnen worden onteigend (expropriés) maar niet van alles beroofd (dépossédés) evenmin als het Franse volk beroofd zou kunnen worden van Frankrijk. Proudhon verzette zich tegen het bijeenroepen van een nationale vergadering,​ waarbij het volk het strijdtoneel zou moeten verlaten en haar soevereiniteit zou moeten overdragen aan een autoritaire groep. In de ware republiek heeft elke burger direct deel aan het bestuur, aan de productie en de distributie. ‘De republiek is de positieve anarchie’. De vrijheid, verlost van belemmeringen,​ is niet de dochter, maar de moeder der orde. Toen de februari-revolutie kwam, verspreidde hij twee afleveringen uit het boek over ‘Solution du problème social’. Het volk zelf had de omwenteling gemaakt, het moest die ook verder doorvoeren. Maar het voorlopige bewind ging voort op de weg der vroegere regeringen. Haar decreten waren ongevraagde interventies. Het volk eiste geen blote onteigening,​ maar wederkerig bezit. De rijken kunnen worden onteigend (expropriés) maar niet van alles beroofd (dépossédés) evenmin als het Franse volk beroofd zou kunnen worden van Frankrijk. Proudhon verzette zich tegen het bijeenroepen van een nationale vergadering,​ waarbij het volk het strijdtoneel zou moeten verlaten en haar soevereiniteit zou moeten overdragen aan een autoritaire groep. In de ware republiek heeft elke burger direct deel aan het bestuur, aan de productie en de distributie. ‘De republiek is de positieve anarchie’. De vrijheid, verlost van belemmeringen,​ is niet de dochter, maar de moeder der orde.
 +
 Van april tot september 1848 gaf Proudhon ‘Le représentant du peuple’ uit, opgevolgd door ‘Le Peuple’ tot oktober 1849, en vervolgens door ‘La voix du peuple’, die aan het einde van 1850 verdwijnen moest. Om naast zijn krant ook een spreektribune te krijgen stelde hij zich (weinig consequent!) candidaat voor de nationale vergadering. Hij werd daarin niet gekozen op 23 april, maar wel bij de aanvullende verkiezingen van 4 juni. Hij had op 31 maart een voorstel gelanceerd inzake het gratis verstrekken van crediet aan het arbeidende volk, opdat dit in eigen werkplaatsen goedkoop zou kunnen produceren. De distributie behoorde zo billijk mogelijk te geschieden: de handelsprijs mocht slechts met 25% de kostprijs te boven gaan. De inkomsten der bezitters uit huren, pachten en kapitalen behoorden voorlopig met twee derden te worden verminderd. Ten dele zouden de voordelen daarvan ten goede komen aan degenen, die minder hadden te betalen, ten dele aan de gemeenschap,​ die het gratis crediet had te leveren. En om de ruil der goederen te baseren op de kostprijs zou er een ruilbank (banque d'​échange) moeten komen, een girokantoor waarvan wissels en chèques niet gedekt waren door goud, maar door de waarde van de koopwaar die in omloop was. Degenen die ruilden zouden elkaar wederzijds de waarde der chèques garanderen, in de vorm van goederen. Allerlei economische organen van de staat moesten aan dit doel dienstbaar worden gemaakt. Tenslotte zou een positieve anarchie ontstaan, de maatschappij zou zichzelve regelen en controleren. Van april tot september 1848 gaf Proudhon ‘Le représentant du peuple’ uit, opgevolgd door ‘Le Peuple’ tot oktober 1849, en vervolgens door ‘La voix du peuple’, die aan het einde van 1850 verdwijnen moest. Om naast zijn krant ook een spreektribune te krijgen stelde hij zich (weinig consequent!) candidaat voor de nationale vergadering. Hij werd daarin niet gekozen op 23 april, maar wel bij de aanvullende verkiezingen van 4 juni. Hij had op 31 maart een voorstel gelanceerd inzake het gratis verstrekken van crediet aan het arbeidende volk, opdat dit in eigen werkplaatsen goedkoop zou kunnen produceren. De distributie behoorde zo billijk mogelijk te geschieden: de handelsprijs mocht slechts met 25% de kostprijs te boven gaan. De inkomsten der bezitters uit huren, pachten en kapitalen behoorden voorlopig met twee derden te worden verminderd. Ten dele zouden de voordelen daarvan ten goede komen aan degenen, die minder hadden te betalen, ten dele aan de gemeenschap,​ die het gratis crediet had te leveren. En om de ruil der goederen te baseren op de kostprijs zou er een ruilbank (banque d'​échange) moeten komen, een girokantoor waarvan wissels en chèques niet gedekt waren door goud, maar door de waarde van de koopwaar die in omloop was. Degenen die ruilden zouden elkaar wederzijds de waarde der chèques garanderen, in de vorm van goederen. Allerlei economische organen van de staat moesten aan dit doel dienstbaar worden gemaakt. Tenslotte zou een positieve anarchie ontstaan, de maatschappij zou zichzelve regelen en controleren.
  
Regel 268: Regel 269:
 In de raad van de Commune waren drie stromingen vertegenwoordigd:​ de burgerlijke republikeinen,​ die spoedig van het toneel verdwenen; de zogenaamde Jacobijnen, aanhangers van Blanqui, die een autoritaire partij wensten om de revolutie te leiden; en de aanhangers van Proudhon, die aanvankelijk de toon aangaven, maar toch in de minderheid waren. De volgelingen van Blanqui zetten eind april door, dat een ‘Comité du Salut Public’ werd gevormd van vijf leden, die ongewone bevoegdheden zouden hebben. Dit plan werd aanvaard met 45 tegen 23 stemmen: de tegenstanders waren min of meer beginselvaste aanhangers van het Proudhonisme. De twee socialistische groeperingen waren echter vereend in hun strijd tegen de regering, die - na eerst in Bordeaux te zijn gevestigd - nu haar zetel had in Versailles. In de raad van de Commune waren drie stromingen vertegenwoordigd:​ de burgerlijke republikeinen,​ die spoedig van het toneel verdwenen; de zogenaamde Jacobijnen, aanhangers van Blanqui, die een autoritaire partij wensten om de revolutie te leiden; en de aanhangers van Proudhon, die aanvankelijk de toon aangaven, maar toch in de minderheid waren. De volgelingen van Blanqui zetten eind april door, dat een ‘Comité du Salut Public’ werd gevormd van vijf leden, die ongewone bevoegdheden zouden hebben. Dit plan werd aanvaard met 45 tegen 23 stemmen: de tegenstanders waren min of meer beginselvaste aanhangers van het Proudhonisme. De twee socialistische groeperingen waren echter vereend in hun strijd tegen de regering, die - na eerst in Bordeaux te zijn gevestigd - nu haar zetel had in Versailles.
  
-Tot de bekendste positieve maatregelen van de Commune behoren: het aanvaarden van buitenlandse medestanders als gelijkgerechtigde leden; de afschaffing van het leger en de dienstplicht;​ de ‘scheiding van kerk en staat’; de hervorming van het onderwijs (door Elie Reclus, een anarchistische geleerde); de opheffing van de eed; de erkenning van niet-gewettigde huwelijken, zodat de ‘veuves non-mariées’ recht hadden op pensioen en alle kinderen dezelfde status hadden; de socialisatie en opening van gesloten werkplaatsen;​ de afschaffing van de nachtarbeid voor bakkers; de teruggave van de panden uit de lommerds; verlof tot niet-betaling van schulden en huren. Overigens gingen de communards gematigd te werk: zij respecteerden de nationale bank en de staatsarchieven,​ hoewel die hun de beschikking hadden kunnen geven over grote sommen gelds en tal van compromitterende documenten. Duizenden vrouwen gedroegen zich heldhaftig (zeer befaamd werd Louise Michel) en poogden zoveel mogelijk mannen en kinderen te verzorgen. Er konden zelfs nog toneelvoorstellingen,​ opera'​s en concerten worden gegeven, terwijl kerken werden gebruikt voor het houden van revolutionaire bijeenkomsten. Doch voorzover er sprake was van ontspanning danste men op een vulkaan.+Tot de bekendste positieve maatregelen van de Commune behoren: het aanvaarden van buitenlandse medestanders als gelijkgerechtigde leden; de afschaffing van het leger en de dienstplicht;​ de ‘scheiding van kerk en staat’; de hervorming van het onderwijs (door Elie Reclus, een anarchistische geleerde); de opheffing van de eed; de erkenning van niet-gewettigde huwelijken, zodat de ‘veuves non-mariées’ recht hadden op pensioen en alle kinderen dezelfde status hadden; de socialisatie en opening van gesloten werkplaatsen;​ de afschaffing van de nachtarbeid voor bakkers; de teruggave van de panden uit de lommerds; verlof tot niet-betaling van schulden en huren. Overigens gingen de communards gematigd te werk: zij respecteerden de nationale bank en de staatsarchieven,​ hoewel die hun de beschikking hadden kunnen geven over grote sommen gelds en tal van compromitterende documenten. Duizenden vrouwen gedroegen zich heldhaftig (zeer befaamd werd [[Louise Michel]]) en poogden zoveel mogelijk mannen en kinderen te verzorgen. Er konden zelfs nog toneelvoorstellingen,​ opera'​s en concerten worden gegeven, terwijl kerken werden gebruikt voor het houden van revolutionaire bijeenkomsten. Doch voorzover er sprake was van ontspanning danste men op een vulkaan.
  
 ==== De bloedige week ==== ==== De bloedige week ====
Regel 797: Regel 798:
 Over het standpunt ten aanzien van de vakbeweging waren de meningen verdeeld. Aan de ene zijde stonden degenen, die wel de bezetting der bedrijven en de vorming van revolutionaire raden verdedigden,​ maar de vakbonden als reformistische ‘bonzen-organisaties’ afwezen. In de maandbladen Alarm en Opstand (1922-1928) vindt men een overvloed van argumenten van die anarchisten,​ die tegenover het syndicalisme precies zo stonden als tegenover het parlementarisme. Geliefd was de spreuk van Wilhelm Liebknecht: ‘Wie met de vijand onderhandelt parlementeert,​ en wie parlementeert verraadt.’ Anderzijds waren er velen die van de vakbonden de economische organen voor het doorvoeren der omwenteling hoopten te maken. Zij poogden het Nationaal Arbeids-Secretariaat (in 1893 opgericht als eerste Nederlandse vakcentrale) naar het voorbeeld der Franse CGT tot een instrument te maken van het anarchisme. Tot 1920 is dit in zekere mate het geval geweest. Het blad De Toekomst was in die tijd de spreekbuis van anarcho-syndicalisten,​ die echter na de Russische revolutie geleidelijk het bolsjewisme omhelsden. De intrede in het NAS van marxisten versterkte het communistische karakter van deze vakbond, die zich aansloot bij de Moskouse Rode Vakbewegings-Internationale. De anarchosyndicalisten scheidden zich toen af en vormden het Nederlands Syndicalistisch Vakverbond, dat altijd zwak is gebleven. In 1940 zijn overigens de IAMV, het NAS en het NSV alle voorgoed verdwenen. Over het standpunt ten aanzien van de vakbeweging waren de meningen verdeeld. Aan de ene zijde stonden degenen, die wel de bezetting der bedrijven en de vorming van revolutionaire raden verdedigden,​ maar de vakbonden als reformistische ‘bonzen-organisaties’ afwezen. In de maandbladen Alarm en Opstand (1922-1928) vindt men een overvloed van argumenten van die anarchisten,​ die tegenover het syndicalisme precies zo stonden als tegenover het parlementarisme. Geliefd was de spreuk van Wilhelm Liebknecht: ‘Wie met de vijand onderhandelt parlementeert,​ en wie parlementeert verraadt.’ Anderzijds waren er velen die van de vakbonden de economische organen voor het doorvoeren der omwenteling hoopten te maken. Zij poogden het Nationaal Arbeids-Secretariaat (in 1893 opgericht als eerste Nederlandse vakcentrale) naar het voorbeeld der Franse CGT tot een instrument te maken van het anarchisme. Tot 1920 is dit in zekere mate het geval geweest. Het blad De Toekomst was in die tijd de spreekbuis van anarcho-syndicalisten,​ die echter na de Russische revolutie geleidelijk het bolsjewisme omhelsden. De intrede in het NAS van marxisten versterkte het communistische karakter van deze vakbond, die zich aansloot bij de Moskouse Rode Vakbewegings-Internationale. De anarchosyndicalisten scheidden zich toen af en vormden het Nederlands Syndicalistisch Vakverbond, dat altijd zwak is gebleven. In 1940 zijn overigens de IAMV, het NAS en het NSV alle voorgoed verdwenen.
  
-Verscheidene Nederlandse libertaire auteurs zijn evenals Domela Nieuwenhuis internationaal bekend geworden: de syndicalistische theoreticus Christiaan Cornelissen bijvoorbeeld en de antimilitarist Bart de Ligt. De individualist Alexander Cohen, een journalist die later in Frankrijk het monarchisme zou omhelzen, maar die in zijn opstandige periode enige malen is veroordeeld en gevangen gezet, bleef zijn hele leven een verwoed tegenstander van de sociaal-democratie ... en van de democratie in het algemeen. Hij verzorgde twintig afleveringen van ‘De Paradox’ (1897-1898) met satirische ontboezemingen,​ en schreef na 1930 belangwekkende herinneringen.+Verscheidene Nederlandse libertaire auteurs zijn evenals Domela Nieuwenhuis internationaal bekend geworden: de syndicalistische theoreticus ​[[Christiaan Cornelissen]] bijvoorbeeld en de antimilitarist ​[[Bart de Ligt]]. De individualist Alexander Cohen, een journalist die later in Frankrijk het monarchisme zou omhelzen, maar die in zijn opstandige periode enige malen is veroordeeld en gevangen gezet, bleef zijn hele leven een verwoed tegenstander van de sociaal-democratie ... en van de democratie in het algemeen. Hij verzorgde twintig afleveringen van ‘De Paradox’ (1897-1898) met satirische ontboezemingen,​ en schreef na 1930 belangwekkende herinneringen.
  
 Na de dood van Domela Nieuwenhuis in 1919 begon de anarchistische beweging te verzwakken. Een tijdelijke opbloei van het antimilitarisme en een voortgezette toeneming van de invloed der vrije gedachte konden het feit niet verbergen dat de beweging als politieke stroming, of als ideologie van het syndicalisme,​ op haar retour was. De hevige economische crisis van de dertiger jaren kwam haar niet ten goede. De sociale tegenstellingen werden scherper, maar vooral ten gunste van de reactie, internationaal versterkt door de overwinningen van Mussolini, Hitler en Franco, de wedloop in bewapening en het verlammende gevoel, dat de oorlog onafwendbaar was. Deze krijg en de Duitse bezetting hebben practisch geleid tot de liquidatie der anarchistische beweging. Na 1945 zijn nog twee bescheiden organen verschenen benevens het theoretische tijdschrift ‘Buiten de perken’, waarin vooral Rudolf de Jong als kenner van de historie van het anarchisme naar voren trad. Arthur Lehning wijdde zich aan een kostbare wetenschappelijke uitgave van de werken van Bakoenin. Hij verzorgde tevens een bloemlezing uit het werk van Domela Nieuwenhuis,​ samen met Albert de Jong die ook een biografie over FDN publiceerde. Maar vernieuwde aandacht voor het anarchisme werd vooral gevraagd door de Provo-beweging,​ die erkende dat zij haar voorgangers moest zoeken in vooroorlogse organen als Alarm en De Moker. Ook door de studentenopstanden in Berlijn en Parijs kwam het anarchisme als revolutionaire methodiek weer aan de orde. Na de dood van Domela Nieuwenhuis in 1919 begon de anarchistische beweging te verzwakken. Een tijdelijke opbloei van het antimilitarisme en een voortgezette toeneming van de invloed der vrije gedachte konden het feit niet verbergen dat de beweging als politieke stroming, of als ideologie van het syndicalisme,​ op haar retour was. De hevige economische crisis van de dertiger jaren kwam haar niet ten goede. De sociale tegenstellingen werden scherper, maar vooral ten gunste van de reactie, internationaal versterkt door de overwinningen van Mussolini, Hitler en Franco, de wedloop in bewapening en het verlammende gevoel, dat de oorlog onafwendbaar was. Deze krijg en de Duitse bezetting hebben practisch geleid tot de liquidatie der anarchistische beweging. Na 1945 zijn nog twee bescheiden organen verschenen benevens het theoretische tijdschrift ‘Buiten de perken’, waarin vooral Rudolf de Jong als kenner van de historie van het anarchisme naar voren trad. Arthur Lehning wijdde zich aan een kostbare wetenschappelijke uitgave van de werken van Bakoenin. Hij verzorgde tevens een bloemlezing uit het werk van Domela Nieuwenhuis,​ samen met Albert de Jong die ook een biografie over FDN publiceerde. Maar vernieuwde aandacht voor het anarchisme werd vooral gevraagd door de Provo-beweging,​ die erkende dat zij haar voorgangers moest zoeken in vooroorlogse organen als Alarm en De Moker. Ook door de studentenopstanden in Berlijn en Parijs kwam het anarchisme als revolutionaire methodiek weer aan de orde.
namespace/anarchisme_van_de_daad.1565016916.txt.gz · Laatst gewijzigd: 16/10/19 09:40 (Externe bewerking)