Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:beroep_op_de_russen_-_op_de_regering_de_revolutionairen_en_het_volk

Beroep op de Russen: op de regering, de revolutionairen en het volk

Door Leo Tolstoj

  • Oorspronkelijke titel: Обращение к русским людям. К правительству, революционерам и народу
  • Verschenen: 1906
  • Bron: De weg tot sociale bevrijding, M. Hols, Den Haag
  • Vertaling: Anton Ankersmit naar de Duitse vertaling van Dr. Albert Skarvan
  • Digitalisering en gedeeltelijke modernisering: Tommy Ryan

Beroep op de Russen: op de regering, de revolutionairen en het volk

I. Beroep op de regering

(Ouder regering versta ik de mensen die, gebruik makend van het bestaande gezag, de geldende wetten veranderen en ten uitvoer brengen kunnen. In Rusland waren zulke mensen tot op heden, en gaan voort het te zijn: de Tsaar, de ministers en de hoogste raadslieden).

Het openlijk verkondigde grondbeginsel van iedere staatsmacht is één en hetzelfde: het welzijn van het volk waarover zij gezag uitoefent te dienen.

Maar wat doet u tegenwoordig, u regeerders van Rusland?

U strijdt tegen de revolutionairen met listen en uitvluchten, en, wat nog erger is, met een wreedheid, welke even slecht, ja slechter is dan die waarmede dezen u bevechten. Maar altijd zal van twee strijdende partijen niet die overwinnen, welke doortrapter, sluwer, of boosaardiger en wreder is, maar die welke het dichtst bij het doel staat dat de mensheid tegemoet streeft.

Of nu de revolutionairen zich de doeleinden, waarnaar zij streven, juist of onjuist voorstellen, toch streven zij naar de een of andere nieuwe levensinrichting; u echter hebt slechts één verlangen: de voordelige positie, waarin u zich bevindt, te behouden. Daarom kunt u tegen de revolutie geen stand houden met uw banier der autocratie — al is deze ook constitutioneel opgetooid —, en met het verdorven christendom, ondanks een patriarchaat en allerlei mystieke uitleggingen. Dat alles heeft zijn tijd gehad en kan niet meer dienen. Uw heil ligt niet in de een of andere Doema met dit of dat kiesstelsel, en in ’t geheel niet in mitrailleuses en terechtstellingen, maar hierin: dat u uw zonde voor het volk belijdt, er boete voor doet en tracht ze goed te maken, zolang u nog in de gelegenheid zijt. Geeft het volk hoger en waarachtiger idealen van gerechtigheid, goedheid en waarheid dan uw tegenstanders aanbieden! Houdt de mensen zulk een ideaal voor, en doet dat niet slechts met het doel om u zelf te redden, maar wijdt u ernstig en oprecht aan zijn verwezenlijking, en u zult niet alleen u zelf, maar ook geheel Rusland van de gruwelen, die reeds plaats grepen en nog te wachten staan, bevrijden.

Zulk een ideaal behoeft gij niet eerst uit te vinden; want het is van oudsher het ideaal van het Russische volk, en bestaat in het herstel van het natuurlijke en wettige recht, niet slechts van de boeren, maar van het gehele volk op zijn land.

Dit ideaal komt lieden, die niet gewend zijn om zelfstandig te denken, onbereikbaar voor, want het is geen herhaling van wat in Europa en Azië reeds verwezenlijkt is. Maar juist omdat dit ideaal nog nergens is bereikt, is het een waar ideaal van onzen tijd, en bovendien het meest nabij liggende, dat, eerder dan in andere landen, juist tegenwoordig in Rusland kan en moet worden verwezenlijkt. Wis uw zonde uit door een goede daad; tracht, zo lang u daartoe de macht bezit, het oude hemeltergende, gruwelijke onrecht van privaat grondbezit, dat zo diep door het landbouwende volk wordt gevoeld, en waaronder het zo vreselijk lijdt, af te schaffen —en u zult de besten, de zogenaamde intellectuelen op uw zijde hebben. U zult de steun verlangen van alle oprechte constitutionelen, die niet kunnen nalaten in te zien dat het volk, alvorens in zijn geheel tot de stembus te worden opgeroepen, van de grondslavernij, waarin het leeft, moet bevrijd worden. Ook de socialisten zullen zich bij u moeten aansluiten, omdat het ideaal dat zij zich voorstellen — het gemeenschappelijk maken der voortbrengingsmiddelen — in de eerste plaats door het gemeenschappelijk maken van het voornaamste voortbrengingsmiddel van de arbeid: grond en bodem, wordt bereikt. Ook de revolutionairen zullen zich aan uw zijde scharen, omdat die omwenteling, welke u door de onttrekking van de grond aan het privaatbezit in het leven zult roepen, de verwezenlijking van een der hoofdpunten van hun programma uitmaakt. Bovenal zal met u zijn dat honderd miljoen tellende Russische volk, dat enkel en alleen de ware Russische natie vormt.

Doet slechts wat u verplicht zijt te doen, terwijl u de regeringsambtenaar bekleedt, en stelt u, zolang het nog tijd is, de verwezenlijking van het waarachtige volksheil tot taak, en u zult, in plaats van dat gevoel van angst en verbittering, dat u nu ondervindt, de vreugde van een innige toenadering tot, en overeenstemming met de honderd miljoenen van het Russische volk genieten; u zult het gevoel van liefde en dankbaarheid van dit zachtmoedige volk leert kennen, dat u uwe zonden niet verwijten, maar u liefhebben zal voor de goeden dienst, dien u het bewijst, evenzeer als het thans hen en hem liefheeft, die het van de lijfeigenschap hebben bevrijd.

Bedenkt dat u niet zijt koningen, ministers, senatoren en stedehouders, maar mensen; en zodra u dat hebt gedaan zult u, in plaats van smart, vertwijfeling en angst, de vreugde smaken, welke vergiffenis en liefde verschaffen.

Ter bereiking van dit doel moet u uw werk echter niet slechts uiterlijk en als een redmiddel, maar oprecht, ernstig en met al uw zielskracht aanvatten, en u zult zien hoeveel begeesterde, schrandere en eendrachtige werkzaamheid de beste lagen der samenleving zullen ontwikkelen, wanneer zij de besten uit alle standen kiezen en hen, die thans wanorde in Rusland veroorzaken, laten vallen, zodat zij alle betekenis verliezen. Doet dat, en al de vreselijke dierlijke instincten van wraak, boosaardigheid, hebzucht, nijd, zucht naar eer en roem, bovenal ook de onwetendheid, die thans aan de oppervlakte komen en het Russische volk verpesten, verontrusten en kwellen — waarvan u de schuld draagt — zullen verdwijnen.

Inderdaad voor u, regeerders, staan er slechts twee wegen open: een broedermoordende slachting met al de verschrikkingen der revolutie, en niettemin een onvermijdelijke, schandelijke ondergang, of — de vreedzame voldoening aan de eeuwige en rechtmatige vordering van het hele volk, een wegwijzing tevens voor andere christelijke natiën, en de mogelijkheid om die ongerechtigheid, waaronder de mensen zo lang en zo vreselijk geleden hebben, op te heffen.

En al moge nu de vorm der maatschappelijke organisatie, waaraan u uw macht ontleent, haar levenskracht verloren hebben of niet, gebruikt ze, zolang u ze uitoefent, niet om het kwaad dat u gesticht, en de haat dien u verwekt hebt, te vertienvoudigen, maar om een groot en goed werk niet slechts voor uw eigen volk, maar ook voor de gehele wereld te volbrengen. Heeft echter deze vorm zijn recht van bestaan verloren, — welnu, moge dan uw laatste daad een daad zijn van goedheid en waarheid, en niet een daad van leugen en wreedheid!

II. Beroep op de revolutionairen

(Onder revolutionairen versta ik die mensen, van de vreedzaamste constitutionelen tot de meest gewelddadige revolutionairen, die de bestaande regering door een andere, anders ingerichte en door andere lieden samenstelde, wensen te vervangen.)

Revolutionairen van allerhande kleur en naam, u beschouwt de bestaande regering als schadelijk, en u tracht op verschillende wijze — door het oproepen tot vergaderingen, die de regering al of niet toelaat; door wetsontwerpen; door het openbaar maken van geschriften; door openbare redevoeringen, of door stakingen, betogingen en ten slotte, als natuurlijk en onvermijdelijk gevolg van al deze bemoeiingen, door moord, terechtstellingen, gewapenden opstand — de bestaande macht door een andere te vervangen.

Ofschoon u allen onder elkaar over de aard van deze nieuwe macht van mening verschilt, laat u uzelf toch, ten einde de door elk uwer partijen voorgestelde inrichtingen door te voeren, door geen misdaden als moord, explosies, terechtstellingen, burgeroorlog terughouden.

U kunt geen woorden vinden verachtelijk genoeg om uw doemvonnis over de regerende personen, die u bestrijden, uit te spreken. Maar alle gruweldaden, door de regerende personen in hun strijd tegen u begaan, worden in hun ogen daardoor gerechtvaardigd, dat zij allen, van de Tsaar tot de minsten politieagent, in de onbegrensde eerbied voor de ingewortelde, door ouderdom en overlevering geheiligde orde van zaken opgevoed, volkomen overtuigd zijn dat zij, deze orde van zaken beschermend, juist doen wat miljoenen mensen, die de wettigheid der bestaande orde en het goed recht hunner positie erkennen, van hen verlangen; zodat de zedelijke verantwoordelijkheid voor hun gruweldaden niet op hen alleen valt, maar zich over een menigte personen verdeelt. U echter, lieden uit de meest verschillende standen en beroepen: artsen, leraren, technologen, studenten, spoorwegbeambten, arbeiders, advocaten, kooplieden, grondbezitters, die tot heden uw bijzondere bezigheden hebt verricht, welke niets met het staatsbestuur gemeen hebben; u, die door niemand dan uzelf geroepen en erkend zijt — u heeft eensklaps en met volle zekerheid uitgevonden welke staatsregeling Rusland thans nodig heeft, en u neemt krachtens de aan te brengen verbetering, welke ieder uwer op zijn eigen wijze opvat, alleen de gehele verantwoordelijkheid op u voor de gruweldaden, welke u pleegt door het werpen van bommen, vernielen, moorden en terechtstellen.

Duizenden mensen zijn gedood, alle Russen zijn in vertwijfeling en woede ontstoken, zijn verdierlijkt. En waarom dat alles? Omdat onder een kleine groep lieden - nauwelijks een tienduizendste van de gehele bevolking — enkelen besloten hebben dat, tot bevordering van de beste inrichting van het Russische Rijk, het in stand blijven van die Doema, welke in de laatsten tijd vergaderde, vereist wordt; anderen daarentegen dat een Doema

met algemeen, geheim, gelijk stemrecht enz.; nog anderen dat een republiek, en weer anderen dat niet een gewone, maar een socialistische republiek nodig is. En op grond hiervan lokt u tot de burgeroorlog uit.

U doet dat voor het volk, zegt u; het heil van het volk is daarbij uw hoofddoel. Maar het honderd miljoen tellende volk, waarvoor u dat doet, vraagt er u toch niet om, en heeft al wat u met zulke vreselijke middelen tracht te bereiken volstrekt niet nodig. Het volk heeft u geen van allen nodig, en heeft, u steeds beschouwd, beschouwt u en kan u niet anders beschouwen dan als onnutte broodeters, die het op de een of andere wijze van de vruchten van zijnen arbeid beroven en het leven moeilijk maken. Vormt u slechts een duidelijke voorstelling van deze honderd miljoen grote Russische landelijke bevolking, die, streng genomen, alleen het lichaam van het Russische volk uitmaakt, en leert begrijpen, dat u allen — professoren, fabrieksarbeiders, artsen, werktuigkundigen, dagbladschrijvers, studenten, grondbezitters, vrouwelijke studenten, veeartsen, kooplieden, advocaten, spoorwegbeambten — u allen, die u zo om zijn heil bekommert slechts schadelijke parasieten op dit lichaam zijt, welks sappen u uitzuigt, totdat u zelf met dat lichaam aan verrotting en verderf ten prooi valt.

Maakt u slechts een levendige voorstelling van deze miljoenen aldoor geduldig arbeidende en al uw onnatuurlijk, kunstmatig leven op de schouders van zwoegende mensen, en past al de hervormingen waarnaar u streeft op die mensen toe, en u zult zien hoe vreemd dat alles, wat u tot zijn heil nastreeft, aan dit volk is. Het volk heeft andere vraagstukken op te lossen; het ziet veel dieper wat zijn meest nabij liggend doel is; het geeft aan de erkenning van deze zijn bestemming geen uitdrukking in dagbladartikels, maar in het gehele leven van zijn honderd miljoen mensen.

Maar nee, u kunt dat niet begrijpen; u zijt vast overtuigd dat dit ruwe volk geen eigen grondbeginsel beeft, en dat het een groot geluk is, wanneer u hen het laatste artikeltje, dat u gelezen hebt, aan het verstand brengt, en tot even deerniswekkende, hulpeloze en gedemoraliseerde wezens, als u zelf zijt, omschept.

U zegt dat u rechtmatige levensvoorwaarden wenst; toch kunt u slechts in een verkeerd en onbillijk ingerichte samenleving uw bestaan ophouden. Bij het in werking treden van een waarachtig rechtvaardige levens-regeling, waarbij voor mensen, die vreemden arbeid benuttigen, geen plaats meer is, moet u allen, grondeigenaars, kooplieden, professoren, advocaten, leraren, alsook u, fabrieksarbeiders, fabrikanten, technici, vervaardigers van kanonnen, sterken drank, tabak, spiegels, fluweel enz. — allen tezamen met het regeringspersoneel van honger omkomen.

Niet alleen hebt u geen behoefte aan een waarlijk rechtvaardige levensinrichting, maar niets kan gevaarlijker voor u zijn dan een levensregeling, waarbij alle mensen op gelijke wijze een voor alle mensen nuttigen arbeid moeten verrichten.

Maakt slechts een einde aan uw zelfbedrog, en onderzoekt eerlijk de plaats die u onder het Russische volk inneemt, opdat het u duidelijk wordt, dat uw strijd tegen de regering een strijd van twee parasieten op een gezond lichaam is, en dat beide strijdende partijen even schadelijk voor het volk zijn. Spreekt daarom van uwe belangen, maar niet van die van het volk; liegt niet terwijl u over dat volk spreekt, en laat het met rust. Strijdt tegen de Regering, als u uzelf daarvan niet kunt onthouden, maar weet dat u voor u zelf en niet voor het volk strijdt, en dat er in dezen gewelddadige strijd niet alleen niets goeds of edels ligt, maar dat het een zeer onverstandige, schadelijke en bovenal onzedelijke strijd is.

Uw ijveren heeft, volgens uw zeggen, de verbetering der algemene verhoudingen van de mensheid ten doel. Voordat echter de toestand der mensen beter kan worden, moeten zij zelf beter worden. Dit is een gevolgtrekking soortgelijk aan deze, dat, om een ketel water te verwarmen, alle daarin vervatte droppels een hogere warmtegraad moeten bereiken. Opdat de mensen beter w orden, is het nodig dat zij steeds meer aandacht wijden aan zich zelf en hun innerlijk leven. De uitwendige sociale werkzaamheid echter, in ’t bijzonder de sociale strijd, trekt steeds de aandacht der mensen van het innerlijke leven af, en demoraliseert hen daarom ontegenzeggelijk, drukt het peil der sociale zedelijkheid naar omlaag, zoals dat overal het geval is geweest, en zoals wij het tegenwoordig op in het oog vallende wijze in Rusland kunnen waarnemen. Het zinken van het peil der maatschappelijke zedelijkheid heeft echter ten gevolge, dat de onzedelijkste elementen der samenleving steeds meer naar boven komen, en er dus een onzedelijke openbare mening ontstaat, die misdaad, plundering, losbandigheid en moord toelaat, ja deze zelfs billijkt. En er vormt zich een circulus vitiosus[3] in het leven: de door de socialen strijd te voorschijn geroepen slechtste elementen der samenleving wijden zich ijverig aan een sociale actie, die met hun laag peil van zedelijkheid overeenkomt, maar deze werkzaamheid zelf trekt wederom de slechtste elementen der samenleving aan. En zo zinkt de zedelijkheid steeds dieper, en de onzedelijkste lieden, als bijv. een Danton, Marat, Napoleon, Talleyrand e.d. worden de helden van de dag, zodat de deelname aan de sociale beweging en aan de socialen strijd niet alleen geen verhevene, nuttige, goede daad is, zoals zij, die zich in dezen strijd mengen, plegen te denken en te zeggen, maar daarentegen ongetwijfeld een onverstandige en onzedelijke handeling.

Bedenkt dat vooral, u jongelieden, die nog niet in de slijmerige poel van politieke werkzaamheid verzonken zijt, ontrukt u aan de vreselijke hypnose die u bevangen heeft, scheurt u los van de leugen van een vermeenden dienst aan het volk, in welks naam u alles voor geoorloofd houdt; denkt bovenal aan die edeler eigenschappen uwer ziel, die van u noch rechtstreekse, geheime of andere verkiezingen, noch gewapenden opstand of constituerende nationale vergaderingen, en dergelijke domheden en wreedheden verlangt, maar slechts dit: dat u een oprecht en waar leven leidt.

Ten einde echter een oprecht en waar leven te leiden moogt u uzelf vooral niet bedriegen, moogt u niet denken dat, wanneer u uzelf aan uw kleinzielige hartstochten — zucht naar eer en roem, afgunst, snoeverij, de begeerte om aan de overmaat uwer krachten de vrije loop te laten — overgeeft, of de wens koestert om uw persoonlijke positie te verbeteren, u daarmede het volk dient: maar u moet tot uzelf keren en trachten uw gebreken te verbeteren en zelf beter te worden. Wilt u echter over het maatschappelijk leven denken, denkt dan vooral aan uw tekortkomingen tegenover het volk, en tracht zijn arbeid zo min mogelijk tot eigen voordeel aan te wenden, en, indien u het al niet behulpzaam kunt zijn, het in geen geval in moeilijkheden en verwikkelingen te brengen; niet die vreselijke misdaden te begaan, zoals velen onder u doen, die het volk om de tuin leiden, opruien, tot plundering en opstand aanzetten; dat alles eindigt immers slechts in groter lijden en dieper slavernij van dat zelfde volk!

De verwarde en moeilijke toestanden, waaronder wij tegenwoordig in Rusland leven, vorderen van u thans geen dagbladartikels, geen redevoeringen in vergaderingen, geen met geladen revolvers rondslenteren langs de straten, geen geheime opruiingen van de boeren, waarbij u uzelf menig maal aan alle verantwoordelijkheid onttrekt, maar een rondborstig, streng optreden tegen uzelf, tegen uw eigen leven, het leven dat enig en alleen in onze macht is, en welks veredeling alleen de algemene toestand van de mensheid verbeteren kan.

III. Beroep op het volk

(Onder volk versta ik het gezamenlijke Russische volk, voornamelijk echter het arbeidende, landbouwende volk, op welks arbeid het leven van alle anderen berust.)

Russische arbeiders, meer in ’t bijzonder u landbouwers, boeren, u bevindt u thans in Rusland in een buitengewoon moeilijke toestand. Hoe zwaar u het ook had met weinig land, hoge belasting, inkomende rechten en oorlogen door de regering uitgelokt, tot heden hebt u in het geloof aan de Tsaar geleefd, in het vertrouwen, dat men zonder zijn macht niet kan leven, en u hebt u nederig aan de regering onderworpen.

Hoe slecht de Tsaristische regering u ook bestuurde, u hebt u nederig onderworpen, zolang zij de enige was. Maar nu, nadat een gedeelte van het volk in opstand is gekomen en opgehouden heeft aan de regering van de Tsaar te gehoorzamen, haar begon te bestrijden, nu er op vele plaatsen twee regeringen ontstaan zijn, in plaats van een, en elk van beide gehoorzaamheid eist, nu kunt u uzelf niet langer, evenals vroeger, nederig onderwerpen, zonder te onderzoeken of de regering u ten goede of ten kwade leidt, maar moet u kiezen welke van beide u te gehoorzamen heeft. Wat zult u nu doen? Niet de myriaden arbeiders, die in de steden rondlopen, en zich voortdurend verplaatsen; maar u, het werkelijke, grote, honderd miljoen tellende, akkerbouwende volk!

De oude Tsaristische regering zegt tot u: „Luistert niet naar de oproerlingen; zij beloven u veel, doch zullen u misleiden. Blijft mij getrouw, en ik zal al uw noden lenigen.”

De oproerlingen zeggen tot u: „Gelooft de Tsarenregering niet; zoals zij u steeds gemarteld heeft, zal zij voortgaan u te martelen. Sluit u bij ons aan, helpt ons, en wij zullen u een regering geven, gelijk aan die der meest vrije staten. U zult dan zelf uw ambtenaren kiezen, uzelf regeren en zelf uw misstanden te verbeteren.”

Wat zult u doen?

De oude regering ondersteunen? Maar de oude regering heeft reeds zolang beloofd u uit uw ellende op te hellen, en niet alleen heeft zij dit niet gedaan, maar doet de ergste misstanden nog toenemen: de ellende van grondbezit, belasting en militarisme.

U aansluiten bij de oproerlingen? Dezen beloven u een even goede regering als er in de meest vrije landen bestaat. Maar overal waar zulke uit verkiezingen voortkomende regeringen bestaan, als bijv. in de Franse en Amerikaanse republieken, wordt, evenals bij ons, niets aan de grote nationale misstanden verbeterd; overal bevindt zich, evenals bij ons, en meer nog dan bij ons, de grond in de handen der rijken; overal wordt het volk, evenals bij ons, ongevraagd met belastingen en tolrechten overladen, ook worden overal, evenals bij ons, zonder het volk er in te kennen, legers onderhouden, oorlogen verklaard en gevoerd, zodra de machthebbers het voor hun belang nodig achten. Bovendien heeft zich hier nog geen nieuwe regering gevestigd, en men weet nog niet van welken aard zij zijn zal.

Maar niet alleen dat bet u geen voordelen aanbiedt u bij deze of gene regering aan te sluiten: u kunt het voor God en uw geweten niet verantwoorden. De oude regering bijstaan betekent hetzelfde te doen, wat in de laatsten' tijd in Odessa, Sebastopol, Kiev, Riga, Moskou en de Kaukasus is geschied; betekent: in de gevangenis werpen, moorden, ophangen, levend verbranden, terechtstellen, op de straat neerschieten, kinderen en vrouwen doden. Zich bij de revolutionairen aansluiten betekent hetzelfde te doen: mensen doden, bommen werpen, brandstichten, plunderen, tegen de soldaten vechten, ter dood veroordelen. ophangen.

Daarom kunt en moet u thans, arbeidend christelijk volk, nu de Tsarenregering u tot een strijd tegen uw broeders oproept, en de revolutionairen u tot hetzelfde trachten over te halen, niet langer ter wille van uw voordeel, maar voor God en uw geweten, slechts dit doen: u noch bij de oude noch bij de nieuwe regering aansluiten, en noch de een noch de andere in haar onchristelijke handelingen ondersteunen.

Zich onthouden van medeplichtigheid aan de daden der oude regering betekent echter: niet bij het leger, niet bij de politie dienen; geen desjatsky[4] en nachtwacht-dienst verrichten; aan geen rijksinstellingen, gemeenten, landsvertegenwoordigingen, vergaderingen en Doema’s uw medewerking verlenen. Geen deelnemen aan de daden der revolutionairen betekent echter: geen vergaderingen beleggen, geen verenigingen vormen, geen stakingen veroorzaken; geen brand stichten, geen vreemde woningen binnendringen, zich bij geen gewapenden opstand aansluiten.

U bevindt u tegenover twee elkaar vijandig gezinde regeringen, en beide zetten u aan tot slechte, onchristelijke handelingen. Wat kunt u dus anders doen dan u verre houden van iedere regering'?

Men beweert dat het moeilijk, zo niet onmogelijk is zonder een regering te leven. U Russische arbeiders, bovenal u landbouwers, weet echter dat, wanneer u in uw dorpen een vreedzaam en arbeidzaam leven leidt, met gelijke rechten op de grond, wanneer u zelf uwe gemeente aangelegenheden in de Mir[5] regelt, dat u dan hoegenaamd geen regering nodig hebt.

De regering heeft u nodig, maar u landbouwers hebt de regering niet nodig. Daarom handelt u goed en verstandig, wanneer u uzelf in de tegenwoordige moeilijke omstandigheden, onder welke het even slecht is zich bij de een of de andere regering aan te sluiten, aan geen enkele onderwerpt.

Als dit plaats grijpt met betrekking tot de landelijke bevolking, wat moeten dan de arbeiders in de fabrieken en werkplaatsen doen, die in vele streken talrijker zijn dan de landbouwers, en wier leven geheel in de macht der regering staat?

Precies hetzelfde als de arbeiders op het land: geen regering gehoorzamen, en al hun krachten inspannen om tot het landleven terug te keren.

U, in de steden wonende arbeiders, behoeft slechts, evenals de landlieden, op te houden met de regering te gehoorzamen, haar te dienen, en er zal een einde komen aan de macht der Regering, en met de vernietiging van deze macht zullen ook vanzelf die toestanden van slavernij, waarin u verkeert, opgeheven worden, aangezien deze slechts door de gewelddadige macht der regering in stand worden gehouden. U zelf echter levert deze gewelddadige macht. Het is alleen deze macht die in- en uitgaande rechten heft, die de voorwerpen, in eigen land geproduceerd, belast; alleen deze macht is het, die wetten uitvaardigt om monopolies en het eigendomsrecht op de grond te beschermen, die over het leger, dat u zelf levert, beschikt, om u in aanhoudende afhankelijkheid en gehoorzaamheid aan zichzelf en aan haar handlangers, de rijken, te houden.

Hoe zal men echter zonder regering alle grote maatschappelijke aangelegenheden regelen, wanneer allen in gescheiden gezelschappen leven? Hoe zullen verkeerswegen, spoorwegen, telegrafen, posterijen, stoomvaartlijnen, instellingen van hoger onderwijs, bibliotheken, alsook de handel, zich organiseren, wanneer er geen regering is?

De runensteen zijn er zo aan gewend dat de regeringen alle maatschappelijke aangelegenheden regelen, dat zij deze als door de regeringen in het leven geroepen beschouwen, en menen dat men zonder regering noch hogescholen, noch verkeerswegen, posterijen, bibliotheken en handels verbindingen in ’t leven zou kunnen roepen. Dat is echter niet juist. De grootste maatschappelijke ondernemingen worden niet slechts bij de een of andere natie, maar bij de meest verschillende volkeren zonder enige hulp der regering door particulieren op touw gezet. Aldus ontstaan allerlei internationale wetenschappelijke, commerciële en industriële verenigingen. Niet slechts zijn de regeringen voor zulke door vrijwillig initiatief ontstane verbindingen, wanneer zij er zich mede gaan bemoeien, niet bevorderlijk, maar zelfs hinderlijk.

„Maar als u de regering niet wilt gehoorzamen, geen belasting betalen en geen soldaten leveren, dan zullen vreemde volken komen en u onderwerpen,” — zo spreken in de regel de lieden, die het nodig achten om over u te heersen. Gelooft hen niet. Leeft slechts, de grond als gemeen goed beschouwend, zonder soldaten te leveren en zonder belasting te betalen, behalve zoveel als u vrijwillig voor gemeenschappelijke doeleinden bijdraagt; regelt op vreedzame wijze uw onderlinge onenigheden, en als vreemde volken deze, uw levenswijze leren kennen, zullen zij niet komen om u onder het juk te brengen; en al mochten zij komen, dan zullen zij, bij het aanschouwen van zulk een levenswijze, deze van u overnemen, en, in plaats van u de oorlog aan te doen, zich bij u aansluiten. Alle volken hadden immers, en hebben nog, evenals u, van hun regeringen te lijden en van hun twisten, om ’t even of het een gewapenden, een handels- en industrie- of een klassenstrijd van verschillende partijen betreft. Bij alle christelijke volken bestaat een streven, welks hoofddoel is: zich van de regering te bevrijden. Maar deze bevrijding levert aan de volken, waarvan de meeste de landbouw hebben opgegeven, en een industrieel stadsleven leiden, waarbij zij zich de arbeid van andere volken ten nutte maken, buitengewoon grote moeilijkheden op. Zulk een bevrijding wordt thans onder hen door het socialisme voorbereid. Maar voor u, Russische arbeiders, die hoofdzakelijk van de landbouw leeft en in uw eigen behoeften voorziet, is deze bevrijding bijzonder gemakkelijk. Sedert lang is de regering voor u geen noodzakelijkheid, zelfs geen gemak meer, maar een grote last en ellende, waarvoor u niet de minste vergoeding wordt geboden.

De Regering, en deze alleen, ontneemt u het land, op grond van haar gezag; de regering legt in de vorm van belasting en in- en uitgaande rechten beslag op een groot gedeelte van de vruchten van uw arbeid; zij alleen berooft u van de arbeidskrachten uwer zonen, als zij hen als soldaten in de gelederen plaatst en tot moorddadige oorlogen uitzendt.

De regering is immers geen door God ingestelde onvermijdelijke voorwaarde van het menselijk leven, evenals bijv. de landbouw, het huwelijk, het gezin, het onderling verkeer der mensen — instellingen die zullen blijven bestaan zolang er mensen zijn. De regering is een menselijke instelling, in ’t leven geroepen, wanneer zij nodig is, om, evenals alle andere menselijke instellingen, te worden afgeschaft, wanneer zij heeft opgehouden nodig te zijn.

In de oudheid had men mensenoffers, afgodendienst, orakels, folteringen, slavernij en zo veel meer. En dat alles werd afgeschaft, zodra het volk duidelijk had ingezien, dat die instellingen slechts last en ellende veroorzaakten. Hetzelfde is het geval met de regeringen. De regeringen hebben haar ontstaan te danken aan een tijd toen het volk wild, wreedaardig en ruw was. De regeringen die men instelde waren even wreedaardig en ruw. Bijna alle regeringen hebben hare wetten van de heidense Romeinen overgenomen, en zijn tot heden dezelfde ruwe instellingen gebleven, met gewelddadige afpersingen, soldaten, gevangenissen, terechtstellingen, zoals die in de voorchristelijke tijd bestonden. Maar het volk, dat langzamerhand helderder begon te denken, had zulke regeringen steeds minder nodig; en zodoende zijn de meeste christelijke volken thans tot een punt gekomen, waar regeringen nog slechts een hinderpaal voor hen zijn.

Het ei kan de schaal niet missen, zolang het kuiken nog niet is uitgebroed. Maar zodra de jonge vogel gereed is, vormt de schaal slechts een beletsel. Evenzo staat het met de regeringen: de meeste christelijke volken zijn zich daarvan bewust. Buitengewoon levendig wordt dit thans door het Russische volk gevoeld.

„De regering is noodzakelijk; zonder regering kan men niet leven”, zeggen de mensen, thans te meer van deze noodzakelijkheid doordrongen, nu er troebelen onder het volk ontstaan. Wie zijn dan deze lieden, wien de integriteit der regering zozeer ter harte gaat? Het zijn dezelfde lieden, die van de arbeid van het volk bestaan en, van hun zonde bewust, vrezen overrompeld te worden, en zich er op verlaten, dat de door gelijkheid van belangen met hen verbonden regering hun leugen in bescherming zal nemen. Deze lieden hebben een regering hoog nodig, maar u, het volk, hebt die niet nodig. Voor u is de regering nooit iets anders dan een last geweest, is echter thans, nadat zij door haar slecht bestuur een opstand en een splitsing in twee regeringen heeft veroorzaakt, een klaarblijkelijk onheil en een grote zonde geworden, van welke u uzelf in ’t belang van uw stoffelijk en geestelijk welzijn behoort los te maken.

Russische arbeiders, of u zich nu met één slag aan de ondergeschiktheid van iedere regering onttrekt, of dat u nog van lieden der oude of nieuwe regering, of eventueel van de regeringen van vreemde volken te lijden zult hebben, er blijft u ten slotte niets anders over dan op te houden u aan de regering te onderwerpen en, zonder haar, een nieuw leven te beginnen.

Arbeiders op het land en in de stad, al zult u ook in de eersten tijd, wegens uw ongehoorzaamheid, van de oude zowel als de nieuwe regering te lijden hebben; al zult u ook niet aan de gevolgen van onderlinge twisten kunnen ontkomen, toch is al de ellende, hierdoor veroorzaakt, niets in vergelijking met de ellende en het leed, dat u thans van de regering te dulden hebt en nog dulden moet, indien u, de een of de andere regering, gehoorzamend, in die misdaden betrokken wordt, welke reeds hebben plaats gegrepen en welke de strijdende regeringen zullen voortgaan te plegen, indien u er door uw losscheuring van haar niet een einde aan maakt.

Berust slechts in wat de een of andere regering van u verlangt, en waartoe zij u uitnodigt, begint slechts, de oude regering ondersteunend, een strijd tegen de revolutionairen, door u bij het leger, de politie of de scharen der zwarte bende aan te sluiten; of neemt van de anderen kant, de revolutionairen steunend, deel aan de stakingen, plunderingen, gewapenden opstand of welke verenigingen, verkiezingen en Doema’s ook — en u zult, daargelaten de vele zonden waarmede u uwe ziel bezwaart, u nauwelijks kunnen bezinnen, voordat de een of de andere regering. die de overwinning behaalt, u wederom de keten der slavernij om de nek werpt, al zijt u het ook geweest die haar de overwinning heeft helpen behalen.

Geeft slechts niet toe, onderwerpt u noch aan de een noch aan de andere, en u zult u van al uw onheil los maken, en vrij zijn.

Voor u, Russisch arbeidersvolk, is er onder de tegenwoordige moeilijke omstandigheden slechts één uitweg: gehoorzaamheid te weigeren aan alle gewelddadig gezag, de daad van geweld vroom en ootmoedig te verdragen, maar u van alle deelname daaraan te onthouden.

Deze uitweg is eenvoudig en gemakkelijk, en leidt zeker tot uw heil. Echter moet u, om zo te kunnen handelen, de macht van God en Zijn wet erkennen.

„Wie tot het einde volhardt, zal het heil deelachtig worden!” Uw heil ligt in uwe handen.

Gij arbeiders behoeft slechts op te houden de regering te gehoorzamen, en gij zult niet langer genoodzaakt zijn de voorwaarden, welke de fabrikanten u stellen, aan te nemen, maar gij zult zelf uw voorwaarden stellen, of zult uw eigen coöperatieve fabrieken oprichten van waren die het volk nodig heeft, of gij zult, na afschaffing van het grondbezit, tot het natuurlijke leven van de landbouwers overgaan.

„Indien wij Russen echter terstond ons leven zóó gingen inrichten, dat wij de gehoorzaamheid aan de regering opzeiden, dan zou er geen Rusland meer zijn,” zullen diegenen zeggen, wien het voorkomt dat het iets van groot gewicht, nut en belang is, dat er een Rusland, d.w.z. een vereniging van vele en verschillende volken onder één scepter bestaat.

Deze vereniging van vele en verschillende volkeren, die zich Rusland noemt, is echter voor u, Russische arbeiders, niet alleen niet noodzakelijk, maar het is juist deze vereniging, die een der hoofdoorzaken van uw ellende is.

Wanneer men belastingen van u heft, wanneer men u onder in- en uitgaande rechten laat zuchten, zoals men dat met uw voorouders gedaan heeft, daarbij zware schulden aangaat, die u moet betalen; wanneer men soldaten uit uw midden wegneemt en hen dan naar alle wereldstreken uitzendt, om tegen mensen te strijden, die niets met u te maken hebben, en met wie u niets te maken hebt, dan geschiedt het alleen om dit Rusland, d.w.z. de gewelddadige vereniging van Polen, Finland, de Kaukasus, Midden-Azië, Mantsjoerije en andere landen en volken, onder ene heerschappij te houden. Maar daargelaten dat uit deze vereniging, die Rusland heet, al onze ellende voortkomt — zij berust tevens op een grote zonde, waaraan u uzelf ook onwillekeurig schuldig maakt, zolang u de regering gehoorzaamt. Om het bestaan van een Rusland, zoals het thans is, mogelijk te maken, moet men de Polen, Finnen, Letten, Georgiërs, Tartaren, Armeniërs en anderen in onderwerping houden. Om hen echter in onderwerping te houden, moet men hun verbieden te leven, zoals zij zouden willen leven, en, wanneer zij zich niet naar het verbod gedragen, hen tuchtigen en doden. Waarom zou u nu aan zulke euveldaden deelnemen, te meer daar zij ook de oorzaak van uw eigen ellende zijn? Laat hen, voor wie het bestaan van zulk een Rusland met heerschappij over Polen, Georgië en Finland nodig is, hun doeleinden zelf trachten te bereiken zo goed zij kunnen. U, arbeiders, hebt dat echter in ’t geheel niet nodig; uwe behoeften zijn van heel anderen aard. Wat u nodig heeft, is voldoende land, dat niemand u met geweld uw have en goed ontneemt, uw zonen tot soldaten maakt; en bovenal, dat niemand u ooit tot slechte handelingen dwingt. En dat alles zal worden vermeden, wanneer u slechts aan de eisen der regeringen, die u naar lichaam en ziel verwoesten en verderven, verder geen voldoening schenkt!

Voetnoten

  • [1] Telega: (Russisch) platte kar, door paarden getrokken.
  • [2] Leo Tolstoj stichtte in vroeger jaren een school voor het volk, waar hij zijn eigen vrijzinnige, pedagogische grondbeginselen ingang trachtte te doen vinden.
  • [3] Circulus vitiosus: vicieuze cirkel
  • [4] „Desjalsky” is een helper of dienaar van een dorpsschout.
  • [5] Mir: de Russische gemeenteraad.
namespace/beroep_op_de_russen_-_op_de_regering_de_revolutionairen_en_het_volk.txt · Laatst gewijzigd: 31/03/20 19:55 door defiance