Inhoud

De economische resolutie van het IVe congres der IAA

Door de Internationale Arbeidersassociatie

De Internationale Arbeiders Associatie (IAA) werd op het internationale congres der revolutionaire syndicalisten 25 december 1922 — 2 januari 1923 te Berlijn gesticht. Gebaseerd op de beginselen van Bakoenin zet zij de anti-staatsgezinde en federalistische traditie van de Eerste Internationale voort.

De pogingen de revolutionaire syndicalisten der gehele wereld te verenigen, die reeds voor den oorlog waren begonnen werden door den wereldoorlog onderbroken en dan door de Russische revolutie vertraagd. De sympathie en solidariteit van alle revolutionairen met de russische revolutie deed haar invloed nog gelden bij het stichten der Roode Vakbonds-Internationale (RVI) van Moskou. Door de bekende historische omstandigheden — de blokkade en isolatie van Sovjet-Rusland — duurde het enige tijd eer de waarheid van den ondergang der revolutie in partij- en staatsdictatuur ook in het buitenland bekend was. De vervolging en uitmoording der anarchisten en anarcho-syndicalisten in Rusland deed echter spoedig het ware karakter van Sovjet-Rusland begrijpen. De breuk van alle anti-staatsgezinde socialisten, van alle revolutionaire syndicalisten, met de RVI die nooit iets anders was dan een filiale der Komintern, d.w.z. der russische regering, werd weldra voltrokken. Het congres van Berlijn stelde vast, dat een revolutionair-syndicalistische eenheid slechts buiten de RVI en tegen de RVI mogelijk was. In de twee landen waar de aanhangers van Moskou en van Berlijn nog in één organisatie waren kon de splitsing niet uitblijven: In 1923 werd door 21 organisaties van het NAS het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV) gesticht; in 1926 de Confédération Generale du Travail Syndicaliste Revolutionnaire (CGTSR) in Frankrijk. Met uitzondering van de Amerikaanse IWW zijn heden de syndicalistische centrales van alle landen in de IAA verenigd.

De IAA werd gesticht op een ogenblik toen de wereldreactie. die onverminderd aanhoudt, reeds was begonnen. De rode terreur in Rusland, het fascisme in Italië en Spanje, de dictaturen in Zuid-Amerika — in landen waar de syndicalistische beweging zijn grootste organisaties. had — heeft in het bijzonder verhinderd, dat de IAA tot nu toe haar volle kracht kon ontplooien. Maar intussen is zij voort gegaan met de eenheid op grond van haar beginselen hechter te maken. En met de val van de Spaanse diktatuur is een eerste bres in de muur der wereldreactie geslagen. De gehele revolutionaire arbeidersbeweging in Spanje was weldra weer in de Spaanse sectie der IAA, in haar Confederación National del Trabajo (CNT) georganiseerd.

Te Madrid vond van 16 — 21 Juni 1931 het IVe congres der IAA plaats. (Het IIe congres vond te Amsterdam plaats in Maart 1925, het IIIe te Luik in Mei 1928). Het congres sloot onmiddellijk aan bij het nationale, buitengewone congres der CNT, waarop reeds 632.000 arbeiders en boeren door 432 gedelegeerden vertegenwoordigd waren.

Organisaties der volgende landen waren op het IAA- congres vertegenwoordigd: Argentinië, Brazilië, Bolivia, Bulgarije, Cuba, Costa Rica, Duitsland, Frankrijk, Guatemala, Mexico, Nederland, Noorwegen, Portugal, Paraguay, Peru, El Salvador, Spanje en Zweden.

Een kort verslag van de besprekingen, de tekst van de referaten en alle aangenomen resoluties vindt men in het verslag: IV. Weltkongress der Internationalen Arbeiter-Assoziation Madrid vom 16. bis 21. Juni uitgegeven door het secretariaat van de IAA te Berlijn. Te vinden bij Asy-Verlag. 91 pag.

Naast referaten van Rocker over de nationale ideologie en van Albert Jensen over de politieke democratie werd vooral het economische vraagstuk behandeld: het agrarische vraagstuk (door Orobon Fernandez), rationalisatie (door A. Schapiro), economische crisis (o.a. op grond van een voor het congres geschreven studie van Chr. Cornelissen), de arbeidstijd en internationale klassenstrijd (door A. Souchy). De op grond van deze referaten aangenomen resoluties het economische vraagstuk betreffend werden tot één resolutie verenigd, die hier volgt.

RED.


Resoluties over de huidige economische vraagstukken

Het vierde wereldcongres der IAA verklaart, dat bij het uitstippelen van de revo-lutionnaire tactiek der arbeidersklasse in haar strijd voor de uiteindelijke bevrijding van het kapitalisme in stad en land, arbeiders en boeren tot dezelfde uitgebuite en onderdrukte klasse behooren, en dat de organisatiemethoden der arbeiders in stad en land gezamenlijk op dezelfde wijze moeten worden uitgewerkt.

In overeenstemming hiermede verklaart het congres met betrekking tot

I. Het landarbeidersvraagstuk

1. Dat voor de overwinning van een werkelijk sociale en socialistische revolutie het organiseeren, de voorbereiding en deelname der landarbeidersbevolking op grond van de beginselen en de tactiek der IAA vereischt is;

2. Dat deze arbeid des te noodzakelijker is, waar de vrijheidlievend-syndicalistische beweging in tegenstelling tot de politieke partijen en de vakvereenigingscentrales met sociaaldemocratische en bolsjewistische tendens, die door de Tweede en Derde Internationale en door het Internationale Vakverbond en de Roode Vakvereenigings- Internationale vertegenwoordigd zijn, geen enkele richting van het proletariaat het recht toekent, de politieke staatsmacht te monopoliseeren, om democratische of dictatoriale regeeringsfuncties uit te oefenen, maar streeft naar de vernietiging van iedere politieke en economische tirannie, en naar de daadwerkelijke bevrijding der arbeiders in stad en land door het scheppen van een vrije maatschappij van de georganiseerde producenten, een doel, dat de revolutionnaire vorming en samenwerking der arbeiders van stad en land vereischt, en niet de onderdrukking van de eene groep door de andere.

3. Dat het, om de landarbeiders in den strijd te betrekken, noodzakelijk is, de ver-scheidenheid en verschillende geaardheid van het werkende landproletariaat in aanmerking te nemen en tevens te beseffen, dat er, naast de landarbeiders die voor loon werken, nog andere groepen landarbeiders zijn (zetboeren en kleine pachters) die eveneens uitgebuit worden en door de hebzucht van den fiscus en van het op woekerwinsten beluste bank- en handelskapitaal van de opbrengst van hun arbeid beroofd worden,

4. Dat, gezien de bovengenoemde feiten, de secties van de IAA haar bijzondere aandacht wijden aan de propaganda op het land, dat zij zich met het vormen en versterken van vakvereenigingen op het land moeten bezighouden, waarin daglooners, zetboeren en kleine pachters, ieder in aparte secties, moeten worden tezamengebracht, en die door een gemeenschappelijken band van solidariteit verbonden zijn tegen het front der uitbuiters, dat door grootgrondbezitters, staat en kapitalisme gevormd wordt. Deze vakbonden moeten zich tot landelijke en internationale organisaties aaneensluiten, voor zelfverdediging en voor samenwerking op tactisch, technisch en moreel gebied.

5. Het programma der revolutionnaire vakvereenigingen op het land sluit aan bij de eischen van het oogenblik, die geschikt zijn om den geestelijken en materieelen toestand van hun leden langs den weg van den klassenstrijd te verbeteren, doch met het uitgesproken doel, door de revolutie de kapitalistische maatschappijorde te vernietigen en door een politiek en economisch, vrij-socialistisch, regime te vervangen, dat voor goed een einde maakt aan de uitbuiting en overheersching van den eenen mensch door den andere.

6. De opstelling van directe eischen op het platteland sluit aan bij de plaatselijke, gewestelijke en nationale verhoudingen, waarbij er evenwel naar gestreefd moet worden, de positie van kapitalisme, staat en grootgrondbezit systematisch te verzwakken. In het algemeen kunnen de volgende strijdleuzen worden aangeheven:

a. Verheffing van den levensstandaard der daglooners op het land door verhooging der loonen en verkorting van den arbeidstijd, die in geen geval langer mag zijn dan de arbeidstijd van den industriearbeider.

b. Afschaffing van diverse betalingen en grondrente, van schulden en hypothecaire lasten, van die bezittingen, waarvan de grond door de eigenaars zelf zonder gebruik van vreemde arbeidskrachten voor hun eigen levensonderhoud bewerkt wordt.

c. Afschaffing van de pachtbetaling en van betalingen in natura, die de kleine pachters aan de grootgrondbezitters en eigenaars moeten doen.

d. Onteigening zonder schadeloosstelling van het grootgrondbezit ten bate van de landarbeidersvakorganisaties en arme werklooze landarbeiders, die den grond onder controle van de landarbeidersorganisaties moeten bewerken.

Al deze eischen, die door andere kunnen worden aangevuld, moeten door een intensieve propaganda en met behulp van stakingen en verzet van iedere soort ondersteund worden, om het landarbeidersproletariaat uit zijn lange slaap te wekken, den klassenstrijd openlijk op het platte land uit te dragen en de werkende plattelandsbevolking organisatorisch en revolutionnair voor te bereiden. De arbeidersorganisaties en de pers van de IAA ondersteunen de landarbeiders in hun strijd, practisch en moreel, zooveel in hun vermogen is.

7. Het congres ziet de beteekenis en noodzakelijkheid van de door strijd verkregen verbeteringen op moreel en practisch gebied binnen het raam van de kapitalistische maatschappij-orde volkomen in, is echter van meening, dat de strijd voor dergelijke verbeteringen slechts een voorbereiding mag zijn voor den eindstrijd, die door een gemeenschappelijke actie van industrie- en landproletariaat een eind maakt aan het kapitalistische systeem met zijn onderdrukkings- en uitbuitingsinstellingen. In overeenstemming met deze gedachte stelt zich de syndicalistische landarbeidersbeweging als einddoel van haar optreden de taak, de breede massa’s van landarbeiders voor te bereiden

a. voor de revolutie,

b. voor het libertaire communisme,

c. voor de samenwerking op economisch gebied van de kleine boeren en pachters.

8. Om de revolutie voor te bereiden is het noodzakelijk, onder de uitgebuite landarbeidersbevolking den geest van den opstand te wekken en wakker te houden, door hun aan te toonen, dat de oorzaak van hun ellende en hun uitbuiting in het kapitalistische systeem en in den staat gelegen zijn, en daarmee staan en vallen: dat de afdracht aan den staat, de woeker, de door het bank- en handelskapitaal gepleegde uitbuiting en de monopoliseering van den grond en der productiemiddelen slechts kunnen verdwijnen, als de staat en kapitalisme, die ze in leven houden vernietigd worden; dat de zoogenaamde agrarische hervormingen, waardoor de staat het revolutionnaire streven op het land op behendige wijze tracht in te dammen, door de grond in kleine lapjes te verdeelen, slechts demagogische manoeuvres zijn, die de nood en de armoede van kleine pachters, kleine boeren en landarbeiders niet afdoend kunnen opheffen, zooals blijkt uit de resultaten van de agrarische hervormingen in 14 europeesche landen onmiddellijk na den wereldoorlog; dat de bevrijding der uitgebuitenen op het land slechts mogelijk wordt wanneer ze in machtige, revolutionnaire vakbonden georganiseerd zijn, zoodat ze gezamenlijk tegen al hun uitbuiters kunnen strijden.

9. De voorbereiding van de landarbeiders voor den socialistischen opbouw is de belangrijkste en de moeilijkste taak van het syndicalisme op het platte land. De belangrijkste, omdat zonder haar de consequente ontwikkeling der sociale revolutie niet mogelijk is. De moeilijkste, omdat de traditie en de subjectieve hindernissen — achterlijkheid op cultureel gebied, eigendomsinstinct, egocentrisch individualisme — de opvoeding van de massa’s der landarbeiders voor de socialistische doel-stelling bemoeilijken. De syndicalistische landarbeidersbeweging kan en moet deze moeilijkheden overwinnen door duidelijke, diepgaande, en onvermoeide propaganda van haar doelstellingen, en door opvoedende propaganda en vakvereenigingswerkzaamheid, die bij de landarbeiders het solidaire bewustzijn wekt en ze in staat stelt in hun eigen belang met volkomen overgave aan het tot stand komen van een socialistische maatschappij-orde mee te werken.

10. Het congres verklaart, dat de socialisatie van den grond en van de voor de bewerking van den grond en de opbrengst van den landbouw benoodigde machines en gereedschappen evenals het beheer daarvan door de vereenigde producenten op het platte land de noodzakelijke voorwaarde vormt voor een socialistische huishouding, die de arbeidersbevolking het volle genot van haar arbeidsproduct waarborgt. Dit fundamenteele programpunt berust op de volgende overwegingen:

a. dat de verdeeling van den grond onder de landarbeiders met de daaraan verbonden onvermijdelijke gevolgen van op zichzelf staande bewerking en individueelen handel het socialisme practisch uitsluiten en rechtstreeks op de ophooping van goederen en de wederopbouw van het kapitalisme uitloopt;

b. dat in het economisch leven van een revolutionnair land de verzorging met landbouw- en industrieproducten en de uitwisseling daarvan systematisch georganiseerd moet plaats hebben, en los moet worden gemaakt van toevallige omstandigheden en schommelingen, die de individueel geleide landbouw noodzakelijk met zich brengt en die voor de ontwikkeling der revolutie gevaarlijk kunnen zijn.

c. dat de gemeenschappelijke bewerking van den grond, die het gebruik van den modernen technischen vooruitgang in den landbouw in de sterkste mate mogelijk maakt, noodzakelijkerwijze binnen korten tijd tot een productievergrooting ten bate der gemeenschap zal leiden en er toe zal bijdragen, de ontwikkeling van de revolutie te waarborgen.

Met betrekking tot de economische problemen besluit het congres:

II. Over de economische crisis

Overwegende, dat de periodiek optredende economische crisissen met haar fatale gevolgen voor het proletariaat onder het kapitalistische systeem onvermijdelijk zijn en slechts met dit systeem kunnen verdwijnen, dat de aard der tegenwoordige economische crisis door de kapitalistische rationalisatie tot een aanzienlijke vermindering van de koopkracht der arbeidersklasse gevoerd heeft die door de massale ontslagen van arbeiders veroorzaakt werd,

dat er binnen het raam van het kapitalisme geen middel ter voorkoming van economische crisissen bestaat, en dat de kartels en trusts eer tot een verscherping dan tot een verzachting van de crisissen bijdragen, dat het streven de uitvoer te vergrooten of de werkloozen tot emigratie te noopen, niets tegen de economische crisissen vermogen, maar deze slechts naar een ander land kunnen verplaatsen, dat het uitvoeren van bepaalde werken door daartoe aangewezenen, zooals in de werkverschaffingen, de economische crisis slechts kan verzwakken, maar daarentegen deze ook verlengt en zelfs bij tijden een verspilling van menschelijken arbeid zou kunnen beteekenen,

dat ook het staatskapitalisme of het staatssocialisme niet tegen economische crisissen beveiligd is, daar ook dit systeem de productie niet onmiddellijk op het verbruik kan instellen en het loonsysteem handhaaft, is het IV de congres der Internationale Arbeiders Associatie van meening:

1. Alleen de volledige omvorming van de kapitalistische maatschappelijk orde tot een socialistische die ingesteld is op het gebruik schept de mogelijkheid crisissen te voorkomen, door de productie onmiddellijk aan het verbruik aan te passen. Deze socialistische huishouding, gebaseerd op het gebruik, moet berusten op federalistische economische organisaties, waarvan de kernen de door hand- en hoofdarbeiders geleide bedrijven zijn.

2. Deze omvorming kan slechts langs den weg der sociale revolutie doorgevoerd worden. Om zich echter op het oogenblik reeds tegen de noodlottige uitwerking van de economische crisis te verdedigen, moeten de arbeiders:

a. hun loonen door middel der directe actie verdedigen en een eenheidsloon eischen, dat de eerste stap is naar een internationaal eenheidsloon:

b. in alle industrieele en landbouwondernemingen vertegenwoordigers (bedrijfsraden) benoemen, die tot taak hebben, het aanstellen en het ontslag van arbeiders en de veiligheid in het bedrijf te contoleeren, de overproductie te beperken, hetwelk de eerste stap in de richting van de controle der productie door de vakvereenigingen zou beteekenen. Het aanstellen van deze vertegenwoordigers (bedrijfsraden) en de uitoefening van deze controle zal het mogelijk maken, de werkloosheid effectief te bestrijden en het recht op arbeid van allen door verkorting van den arbeidstijd te eischen;

c. de boekhouding met behulp van de technische en administratieve krachten uit het bedrijf controleeren; aard en bestemming der bestellingen onderzoeken, in- en verkoopsprijs vaststellen, om aan de hand van de cijfers de mogelijkheid eener bevrediging van de eischen der arbeiders met betrekking tot hun loonen en hun sociale levensverhoudingen door de ondernemersklasse te kunnen controleeren.

Vanuit dit gezichtspunt legt het congres er den nadruk op, dat een dergelijke controle, waarvan het einddoel de onteigening van het kapitalisme en het overnemen van de ondernemingen door de arbeiders is, buiten elke arbeidsgemeenschap met het kapitaal moet plaats hebben, en evenzeer buiten elke controle en deelname van den staat, zuiver door de werkzaamheid der vakvereenigingen.

Deze controle zal de arbeiders in staat stellen, met hun eigen middelen zonder toestemming van de ondernemers, en, zoo noodig, ondanks deze, te leeren, de bedrijven in socialistischen zin te leiden en te beheeren. Haar doorvoering hangt dus alleen van het organisatievermogen van het proletariaat af.

III. Over de rationalisatie

Overwegende, dat bij de moderne ontwikkeling der economische krachten de georganiseerde arbeidersklasse haar aandacht uitsluitend er op richten moet, deze ontwikkeling in het belang der arbeidersklasse uit te buiten;

dat de gedachte de techniek te vervolmaken op zichzelf door ons moet worden toegejuicht;

dat deze vervolmaking niet slechts de technisch-machinale krachten, maar ook de spier- en geestkracht der arbeiders moet omvatten;

dat desniettegenstaande bij datgene, wat men nu rationalisatie bluft noemen, deze technische vervolmaking slechts in het belang van de winst van het wereldkapitalisme, en dus tot schade van de arbeidersklasse plaats vindt;

dat de kapitalistische rationalisatie wel een verhooging der winsten van de industriebaronnen met zich brengt, maar het levensniveau der arbeidersklasse in materieel, geestelijk en lichamelijk opzicht voelbaar naar omlaag drukt;

dat het hoofddoel van een rationeele vervolmaking der arbeidsmethoden en der industrieele techniek in een intensievere productie en een aanzienlijke beperking der productiekosten en dus in een verhoogde afzet en gebruik van de producten gelegen zou moeten zijn;

dat een op breedere grondslagen berustende verdeeling der op deze wijze verkregen rijkdommen indirect een nog grootere productie noodig zou maken en dientengevolge een radicale oplossing van het internationale werkloozenvraagstuk zou opleveren; dat deze internationale arbeidersorganisatie alle voorstellen over de technische verbetering van productie en consumptie als ook de rationalisatie der arbeidsmethoden alleen behoort te bestudeeren met het doel, de belangen en rechten der arbeiders te verdedigen;

acht het wereldcongres het noodig, dat de arbeidersklasse in het algemeen en de secties der IAA in het bijzonder de volgende maatregelen nemen:

  1. In de eerste plaats de werkmethoden van het revolutionnaire syndicalisme en de reorganisatie van zijn organisatie vanaf de bedrijfsraden tot de internationale zelf door de plaatselijke organisaties enz. tot de industriefederaties, te vervolmaken;
  2. Personen aan te wijzen, die tot taak hebben, in verbinding met de bedrijfsraden de technische studiecommissie der industrieele vakvereenigingen van de door de ondernemers beoogde vervolmakingen en veranderingen in de arbeidsvoorwaarden op de hoogte te stellen;
  3. Binnen het raam der industriefederaties studiecommissies te vormen, die harerzijds de verbeteringen en veranderingen moeten onderzoeken, die de ondernemers willen invoeren, om de daaraan waarschijnlijk verbonden gevolgen van het standpunt der daarbij geinteresseerde arbeiders te bepalen en vast te stellen, en om hun loons-, arbeids- en levensverhoudingen te verbeteren;
  4. De studiecommissies der industriefederaties het verzamelde materiaal aan den economischen raad der afzonderlijke vakvereenigingen en aan de daarbij belanghebbende internationale industriefederaties te doen zenden, die harerzijds de plicht hebben, den internationalen economischen raad op de hoogte te houden.

IV. Over de verkorting van de arbeidstijd

Hoe waar het ook is, dat de crisis der werkloosheid eerst met het kapitalistische economische systeem zal verdwijnen, niet minder waar is het. dat de invoering van een arbeidstijd van ten hoogste zes uur per dag er toe zal bijdragen, de millioenen werkloozen weer in het productieproces te betrekken, en zoodoende de voorwaarden te scheppen voor het weder opvatten van den materieelen, intellectueelen en moreelen strijd tegen de bolwerken van de tegenwoordige monopolistische en onvrije maatschappelijke orde.

De zes-urige arbeidsdag bij behoud van vol loon, zou het meest afdoende verzet van het proletariaat zijn tegen de door de opvoering van het mechanisme arbeidsproces veroorzaakte lichamelijke en moreele uitputting.

Nadat alle pogingen, die door het kapitalisme en het reformisme tien jaar tot bestrijding van de werkloosheid in het werk zijn gesteld zonder resultaat gebleven