Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:de_tirannie_van_structuurloosheid

De tirannie van structuurloosheid

Door Jo Freeman

De tirannie van structuurloosheid door Jo Freeman, en de reactie van Cathy Levine hierop getiteld De tirannie van tirannie (1974), hebben grote invloed gehad op de feministische en anarchistische bewegingen, van het moment waarop ze gepubliceerd werden in de vroege jaren 70, tot op de dag van vandaag.


De tirannie van structuurloosheid

Voorwoord

Jo Freeman’s opmerkelijke essay over de dynamiek van kleine, ongestructureerde groepen en Cathy Levine’s antwoord erop zouden niet alleen van grote invloed zijn op de vrouwenbeweging, aan wie ze oorspronkelijk waren gericht, maar ook op de anarchistische beweging in een nieuwe golf van groei.

De vraag hoe we organiseren, eerder dan waarom, was van groot belang geworden. Vrouwen waren er zich van bewust dat ze een bijna onzichtbare rol hadden gespeeld binnen door mannen gedomineerd Links. De vrouwenbeweging stelde vrouwen voor het eerst voorop, en bood de kans om niet enkel theorieën en doelstellingen te beoordelen, maar ook methoden en individuen. Het persoonlijke werd van nu af aan politiek.

Ironisch genoeg, en ondanks het feit dat dit al sinds lang bekommernissen waren van de anarchistische beweging, waren er feministes nodig om te tonen hoe libertaire organisaties er konden uitzien. ‘Feminisme is wat Anarchisme predikt’, schreef Lynn Farrow in 1974. Een beetje simplistisch misschien, maar het was wel degelijk zo dat de feministische praktijk van kleine, leiderloze groepen een anarchistisch ideaal was.

Het is duidelijk dat de ongestructureerde groep een belangrijke rol te spelen had. Bij momenten kon ze echter gedomineerd worden door informele structuren en elites, en vaak vatbaar was voor interne ruzies en isolering. Hoe ver moest het leiderloze principe volgehouden worden.

Dit is het punt waarop Jo Freeman zowel de vrouwenbeweging als de anarchistische beweging zou uitdagen. Want haar antwoord –een terugkeer naar ‘democratische structurering’ voor alles, uitgezonderd voor bewustmakingsgroepen- scheen sommigen het begin in te luiden van een nieuw en positief tijdperk, terwijl het voor anderen, zoals Cathy Levine, een terugkeer betekende naar de verstikkende, bureaucratische bewegingsopbouw van het verleden.

Deze artikelen, en de onderwerpen die ze aansnijden, zijn vandaag de dag nog even actueel als toen ze geschreven werden, in de vroege jaren ’70.

CS, 1984.

De tirannie van structuurloosheid

In de jaren dat de vrouwenbevrijdingsbeweging zich begon te vormen lag er een grote nadruk op wat we leiderloze, structuurloze groepen noemen. Dit was de voornaamste vorm van de beweging. De oorsprong van dit idee lag in de natuurlijke reactie op de overgestructureerde samenleving waarin wij ons bevonden, de onvermijdelijke controle die dit andere mensen over ons leven gaf en het constante elitisme binnen Links en vergelijkbare groepen die eigenlijk stelden deze overgestructureerdheid te bestrijden.

Het idee van de ‘Structuurloosheid’ is echter van een gezonde tegenbeweging tegen deze fenomenen, tot een godin op zichzelf verworden. Het idee is, hoewel het een intrinsiek en onbetwist onderdeel van de ideologie van de vrouwenbevrijding is geworden, in tegenstelling tot hoeveel het gebruikt wordt, zo weinig onderzocht. Dit maakte in de vroege ontwikkelingsfase van de beweging niet zo veel uit. Die formuleerde al vroeg bewustwording als diens hoofdzakelijke methode, en de ‘structuurloze praatgroep’[1] was een prima middel voor dat doel. Diens losheid en informaliteit moedigde deelname in discussies aan en de vaak ondersteunende atmosfeer stimuleerde persoonlijk inzicht. Als er niets meer dan persoonlijk inzicht uit voor zou komen uit deze groepen, dan was dit geen probleem, want het doel was ook niet groter dan dat. De algemene problemen kwamen pas aan de oppervlakte toen de individuele praatgroepen hun doel van de bewustwording hadden uitgeput en besloten dat ze iets specifiekers wilden doen. Op dat moment liepen zij meestal vast omdat de meeste groepen niet bereid waren om hun structuur met hun doel mee te veranderden. Vrouwen hadden het idee van de ‘Structuurloosheid’ vergaand aangenomen zonder zich bewust te zijn van de beperkingen ervan. Mensen probeerde de structuurloze groep en de informele bijeenkomst , door hun blinde geloof dat alle andere middelen niet anders dan onderdrukkend konden zijn, te gebruiken voor doelen waarvoor zij ongeschikt waren.

Als de beweging voorbij deze elementaire ontwikkelingsstadia wilt komen, zal deze zich moeten ontdoen van sommige van diens vooroordelen over organisatie en structuur. Geen van beiden is inherent slecht. Ze kunnen worden misbruikt, en zijn dat ook vaak. Maar om ze in het geheel te verwerpen omdat ze worden misbruikt, betekend ook dat we onszelf de noodzakelijke middelen ontzeggen om ons verder te ontwikkelen. We moeten begrijpen waarom ‘Structuurloosheid’ niet werkt.

Formele en informele structuren

In tegenstelling tot wat we graag zouden geloven bestaat iets als een ‘structuurloze groep’ eigenlijk niet. Elke groep van mensen, van welke aard dan ook, die over een willekeurige termijn samenkomt met elk mogelijk doel, zal zichzelf onvermijdelijk op één of andere manier structureren. De structuur kan flexibel zijn, kan in de loop der tijden veranderen, kan taken, macht en middelen gelijk of ongelijk verdelen onder de leden van de groep. Maar de structuur zál gevormd worden, ongeacht de vaardigheden, persoonlijkheden en bedoelingen van de mensen in kwestie. Het feit zelf dat we individuen zijn met verschillende talenten, uitgangspunten en achtergronden maakt dit onvermijdelijk. Alleen als we weigeren contact te hebben of interactie te hebben kunnen we ‘structuurloosheid’ benaderen, en dat is niet de natuur van de menselijke groep.

Dit betekent dat het streven naar een ‘structuurloze groep’ even nuttig en misleidend is als een ‘objectief’ nieuwsbericht te willen maken, een ‘waardenvrije’ sociale wetenschap of een ‘vrije’ economie. Een ‘laissez-faire’groep is ongeveer even realistisch als een ‘laissez-faire’samenleving ; het idee wordt een rookscherm waarachter de sterken en de gelukkigen hun niet in vraag te stellen heerschappij over anderen kunnen waarmaken. Die heerschappij kan gemakkelijk worden waargemaakt omdat het idee van ‘structuurloosheid’ niet verhindertdat er informele structuren worden gevormd: enkel formele structuren kunnen niet. Gelijklopend verhinderde de ‘laissez-faire’filosofie er de economisch machtigen er niet van controle uit te oefenen over de lonen, prijzen en de verdeling van de goederen; het verhinderde de overheid ervan dat te doen. Op die manier wordt ‘structuurloosheid’ een manier om macht te maskeren, en binnen de vrouwenbeweging wordt die ‘structuurloosheid’ vaak verdedigd door die vrouwen die het sterkst staan (of zij zich bewust zijn van hun macht of niet). De regels over hoe beslissingen worden genomen worden slechts aan enkelen bekendgemaakt en bewustzijn van macht wordt gekortwiekt door diegenen die de regels kennen, zolang de groepsstructuur informeel is. Diegenen die de regels niet kennen en niet gekozen worden voor een initiatie moeten in verwarring blijven of aan paranoïde waanbeelden lijden dat er iets gebeurt waar zij geen weet van hebben.

Om iedereen de kans te geven om betrokken te zijn bij een willekeurige groep en deel te nemen aan haar activiteiten, moet haar structuur expliciet zijn, niet impliciet. De procedures van de besluitvorming moet open zijn en bereikbaar voor iedereen, en dat kan enkel als ze geformaliseerd zijn. Dat wil niet zeggen dat de formalisering van een groepsstructuur de informele structuur zal vernietigen. Gewoonlijk is dat niet het geval. Maar het maakt het onmogelijk dat de informele structuur een dominante invloed uitoefent en zorgt ervoor dat er een aantal wapens voorhanden zijn om haar aan te vallen. ‘Structuurloosheid’ is organisatorisch onmogelijk. We kunnen niet beslissen of we een gestructureerde groep hebben of een structuurloze; we kunnen enkel beslissen of we een formeel gestructureerde groep hebben of niet. Daarom zal het woord niet langer worden gebruikt, tenzij om het idee te benoemen waar het naar verwijst. Ongestructureerd zal verwijzen naar die groepen die niet bewust gestructureerd zijn op een bepaalde manier. Gestructureerd zal verwijzen die er wel een hebben. Een gestructureerde groep heeft altijd een formele structuur, en kan er ook een informele hebben. Een ongestructureerde groep heeft altijd een informele of verborgen structuur. Het is die informele structuur, in het bijzonder in ongestructureerde groepen, die de basis vormt voor elites.

De aard van elitarisme

‘Elitair’ is waarschijnlijk het vaakst misbruikte woord in de beweging voor vrouwenbevrijding. Het wordt even vaak, en om dezelfde redenen gebruikt als dat het geval was met ‘pinko’ in de jaren ’50. Het wordt nooit juist gebruikt. Binnen de beweging verwijst het gewoonlijk naar individuen waarvan de persoonlijke kenmerken en activiteiten nogal kunnen variëren. Een individu, als individu, kan nooit een ‘elite’ zijn omdat de enige goede betekenis van de term ‘elite’ slaat op groepen. Een individu, ongeacht hoe bekend de persoon is, kan nooit een elite zijn.

In de juiste betekenis van het woord verwijst een elite naar een kleine groep van mensen die macht hebben over de grotere groep mensen waar zij deel van uitmaakt, gewoonlijk zonder directe verantwoordelijkheid naar die grotere groep, en vaak zonder dat die grote groep er weet van heeft of er zijn toestemming toe heeft gegeven. Een persoon wordt elitair door deel uit te maken van of het verdedigen van de heerschappij door zo’n kleine groep, of die persoon nu bekend is of helemaal niet bekend. Beruchtheid is geen definitie van iemand van de elite. De meest verraderlijke elites worden meestal geleid door mensen die helemaal niet bekend zijn voor het grotere publiek. Intelligente elites zijn meestal slim genoeg om niet toe te laten dat zij bekend worden. Als ze bekend worden, worden ze gevolgd en wordt het masker over hun macht steeds verder losgerukt.

Elites zijn geen samenzweringen. Zelden komt een kleine groep samen om een grotere groep te proberen over te nemen voor haar eigen doeleinden. Elites zijn niks meer of minder dan een groep vrienden die toevallig ook aan dezelfde politieke activiteiten meedoen. Ze zouden waarschijnlijk ook zonder politieke activiteiten hun vriendschap bewaren; ze zouden waarschijnlijk ook aan politieke activiteiten meedoen als ze geen vrienden waren. Het is het samenvallen van de twee fenomenen dat elites creëert in elke groep en dat ze zo moeilijk te doorbreken maakt.

Die vriendenkringen functioneren als communicatienetwerk buiten de reguliere kanalen om voor de communicatiekanalen die een groep al dan niet mag opgebouwd hebben. Als er geen zo’n kanalen zijn, functioneren die informele netwerken als de enige communicatienetwerken. Omdat die mensen vrienden zijn, gewoonlijk dezelfde waarden en voorkeuren delen, omdat ze elkaar ook sociaal ontmoeten en elkaar raadplegen als er gezamenlijke beslissingen moeten worden genomen, zullen de mensen in zo’n netwerken meer macht hebben in de groep dan diegenen die er niet bijhoren. En een groep die geen informele communicatienetwerken opzet via de vrienden die erbinnen worden gemaakt zijn uiterst zeldzaam.

Sommige groepen kunnen, afhankelijk van hun afmetingen, meerdere dergelijke informele communicatienetwerken hebben. Netwerken kunnen zelfs overlappen. Als er slechts één zo’n netwerk bestaat in een voor de rest ongestructureerde groep, is ze er de elite van, of de mensen die erin zitten nu elitair willen zijn of niet. Als er slechts één zo’n groep is in een gestructureerde groep, kan ze al dan niet een elite zijn, afhankelijk van haar samenstelling en de aard van de formele structuur. Als er twee of meer zo’n netwerken van vrienden zijn, kunnen ze om de macht strijden binnen de groep en zo fracties vormen of één ervan kan uit de competitie stappen en de andere als elite achterlaten. In een gestructureerde concurreren twee of meer zo’n groepen gewoonlijk met elkaar om de formele macht. Dit is vaak de gezondste situatie. De andere leden zijn in een positie om te scheidsrechteren tussen de twee strijdende partijen om de macht en zijn zo in een positie om eisen te stellen aan de groep aan wie ze tijdelijke trouw beloven.

De onvermijdelijk elitaire en exclusieve aard van informele communicatie via vriendenkringen is geen nieuw fenomenale eigenschap van de vrouwenbeweging noch een fenomeen dat nieuw is voor vrouwen. Zulke informele relaties hebben eeuwen lang vrouwen uitgesloten van deelname aan de integrale groepen waar zij deel van waren. Dit heeft in elke beroepsgroep en organisatie de “achterkamertjes politiek” en “kliekjes” voortgebracht die effectief voorkomen hebben dat vrouwen als een groep (evenals sommige individuele mannen) gelijke toegang hebben gekregen tot invloedrijke posities of sociale beloning. Veel van de energie van voorgaande vrouwenbewegingen is er op gericht geweest besluitvormingsstructuren te creëren en formele selectieprocedures zodat de uitsluiting van vrouwen direct kon worden geconfronteerd. Wat we ook weten, is dat deze pogingen de discriminatie tegen vrouwen door de informele exclusieve mannennetwerken niet hebben kunnen tegengaan, maar dit hebben bemoeilijkt.

Als elites informeel zijn, wil dat nog niet zeggen dat zij ook onzichtbaar zijn. Bij elke kleinere groepsbijeenkomst kan je, als je een scherpe blik en een goed oor hebt, aantonen wie invloed heeft op wie. De leden van een vriendengroep zullen meer op elkaar gericht zijn dan op anderen. Zij luisteren aandachtiger en onderbreken minder; ze herhalen elkaars standpunten en schikken zich vriendelijk; ze neigen de “buitenstaanders” te negeren of gaan conflicten met diegene van wie geen instemming nodig is bij de besluitvorming. Voor de “buitenstaanders” is het echter van belang om op goede voet te staan met de “insiders.” Natuurlijk zijn de grenzen niet altijd zo scherp als dat ik ze nu geschetst heb. Het zijn nuances in de interactie, geen vooropgesteld script. Maar ze zijn verontrustend, en ze hebben hun invloed. Als je eenmaal weet met wie het belangrijk is vooraf te spreken voordat een besluit wordt gemaakt, en wiens instemming de zegel van de acceptatie krijgt, weet je wie er de dienst uitmaakt.

Omdat de groepen in de beweging geen concrete beslissing hebben genomen over wie er macht zal uitoefenen, worden er op de verschillende plekken in het land veel verschillende criteria gehandhaafd. De meeste criteria baseren zich op de traditionele vrouwelijke eigenschappen. In de begindagen van de beweging was getrouwd zijn bijvoorbeeld een voorwaarde om onderdeel te kunnen zijn van een informele elite. Traditioneel hebben getrouwde vrouwen geleerd om vooral met getrouwde vrouwen op te trekken, en alleenstaande vrouwen als een te grote bedreiging te zien om daar een hechte vriendschap mee te kunnen hebben. In veel steden werd dit criterium verder aangescherpt door alleen vrouwen die getrouwd waren met mannen uit New Left[1] toe te laten. Hier zat meer achter dan alleen traditie, want de mannen van de New Left hadden vaak toegang tot middelen die de beweging nodig had – lijsten met postcontacten, drukpersen, persoonlijke contacten en informatie. Vrouwen waren gewend om dat wat zij nodig hadden via mannen te verkrijgen in plaats van dat zij dit zelfstandig deden. De beweging veranderde met de tijd, en het huwelijk is een minder universeel criterium geworden voor effectieve deelname, maar alle informele elites hanteren nog steeds normen met bepaalde materiële of persoonlijke kenmerken die bepalen of vrouwen toe kunnen treden. De normen omvatten vaak: middenklasse achtergrond (ondanks alle retoriek over het contact leggen met de arbeidersklasse), getrouwd zijn, niet getrouwd zijn maar met iemand samenleven, lesbisch zijn of doen alsof je dat bent, tussen 20 en 30 jaar oud zijn, hoger opgeleid zijn, ‘hip’ zijn, niet al te ‘hip’ zijn, een bepaalde politieke lijn aanhouden of jezelf als ‘radicaal’ identificeren, kinderen hebben of deze in ieder geval leuk vinden, geen kinderen hebben, bepaalde ‘vrouwelijke’ eigenschappen hebben zoals ‘aardig’ zijn, juist gekleed zijn (traditioneel of in de anti-traditionele stijl), ga zo maar door… Er zijn ook eigenschappen die iemand bijna altijd de stempel ‘afwijkend’ zullen geven, waar geen contact mee moet worden gelegd. Voorbeelden daarvan zijn: te oud zijn, fulltime werken (zeker bij iemand die actief bezig is met een ‘carrière’), niet ‘aardig’ zijn, bewust alleenstaand zijn (d.w.z. niet actief hetero- of homoseksueel).

Er zouden nog andere criteria kunnen worden opgesomd, maar in de grond hebben ze veel met elkaar gemeen. De karakteriserende voorwaarde om erbij te horen om bij welke informele elite van de beweging dan ook te behoren, en dus macht uit te oefenen, heeft te maken met iemands achtergrond, persoonlijkheid of tijdsbesteding. Competentie, toegewijding aan het feminisme, talenten of potentiële bijdrage aan de beweging horen daar niet bij. De eerste zijn de criteria die mensen gewoonlijk gebruikt bij het kiezen van vrienden. De laatste criteria zijn wat elke beweging of organisatie moet gebruiken als ze politiek effectief wil zijn.

Het criterium voor de deelname aan een groep kan per groep verschillen, maar de criteria om lid te worden van een informele elite zijn eigenlijk altijd dezelfde. Het enige verschil is of iemand vanaf het begin af aan onderdeel is van de groep, of toegetreden is nadat deze is begonnen. Als men vanaf het begin betrokken is, is het van belang te zorgen dat zoveel mogelijk persoonlijke vrienden lid worden. Als niemand elkaar erg goed kent, dan moet men bewust vriendschappen sluiten met een select aantal mensen en een informele interactie patroon opzetten dat zo vitaal is voor het creëren van een informele structuur. Wanneer de informele patronen gevormd zijn houden deze zichzelf in stand, en één van de meest succesvolle tactieken voor deze instandhouding is om constant nieuwe mensen die “erbij passen” te rekruteren. Je treed ongeveer op dezelfde manier tot zo’n elite toe als bij een dispuut. Als iemand als een potentiële toevoeging wordt gezien, wordt deze er door de leden van de informele structuur “doorheen gesluisd” en uiteindelijk laten vallen of geïnitieerd. Als het dispuut niet politiek-bewust genoeg is om zelf actief aan het proces deel te nemen, kan de buitenstaander dit proces op praktisch dezelfde manier starten als dat iemand enige andere private club toetreed. Vind bijv. een sponsor, zoek een lid binnen de elite welke zeer gerespecteerd lijkt te zijn, en ontwikkel een persoonlijke vriendschap met die persoon. Uiteindelijk zal zij proberen je aan haar intieme kring toe te voegen.

Al deze procedures kosten tijd. Dus als je full-time werkt of een vergelijkbare grote verantwoordelijkheid hebt, is het over het algemeen onmogelijk om lid te worden, eenvoudigweg omdat er niet genoeg uren over zijn om naar alle meetings te gaan en de vriendschappen te onderhouden die nodig zijn om een stem te hebben in het besluitvormingsproces. Dat is waarom formele besluitvormingsstructuren zo’n zegen zijn voor overwerkte mensen. Het hebben van een gevestigde besluitvormingsprocedure zorgt ervoor dat iedereen tot op zekere hoogte kan deelnemen.

Hoewel de ontleding van dit proces van elitevorming binnen kleine groepen vanuit een kritisch perspectief was, is het niet geschreven met de gedachte dat informele structuren onvermijdelijk slecht zijn – slechts onvermijdelijk. Alle groepen creëren informele structuren op basis van de interactiepatronen tussen de leden van de groep. Zulke informele structuren kunnen ook erg zinvolle dingen doen. Maar alleen ongestructureerde groepen worden volledig hierdoor bestuurd. Wanneer informele elites worden gecombineerd met een mythe van “structuurloosheid”, kan er ook niet geprobeerd worden om deze macht in te beperken. Deze wordt ongrijpbaar.

Dit heeft twee potentieel negatieve gevolgen waar we ons bewust van zouden moeten zijn. Het eerst is dat de informele structuur voor de besluitvorming zusterschap zal zijn: één waarin naar mensen wordt geluisterd omdat ze graag gezien zijn, niet omdat ze relevante dingen zeggen. Zo lang de beweging geen relevante dingen doet is dat geen probleem. Maar als we haar ontwikkeling niet willen tegengehouden op dit beginstadium, zal dit moeten veranderen. Het tweede gevolg is dat de informele structuren niet verplicht zijn om zich te verantwoorden aan de hele groep. Hun macht werd hen niet gegeven; hun macht kan hen niet worden ontnomen. Hun invloed is niet gebaseerd op wat ze doen voor de groep; ze kunnen daarom ook niet direct worden beïnvloed door de groep. Dat wil niet zeggen dat informele structuren altijd onverantwoordelijk zijn. Zij die begaan zijn met het behouden van hun invloed zullen gewoonlijk proberen verantwoordelijk te zijn. De groep kan die verantwoordelijkheid gewoon niet afdwingen; de groep is afhankelijk van de belangen van de elite.

Het systeem van de 'ster'

Het idee van ‘structuurloosheid’ heeft het systeem van de 'ster' gecreëerd. We leven in een samenleving die verwacht dat politieke groepen beslissingen nemen en mensen kiezen om die beslissingen duidelijk te maken aan het grote publiek. De pers en het publiek weten niet hoe ze serieus naar individuele vrouwen als vrouwen moeten luisteren; ze willen weten hoe de groep erover denkt. Er zijn in de geschiedenis slechts drie technieken ontwikkeld om de mening van een grote groep te kennen: de verkiezing of het referendum, de enquête en het (op de daarvoor aangewezen vergadering) kiezen van een woordvoerder. De beweging voor vrouwenbevrijding heeft geen van die technieken gebruikt om met het publiek te communiceren. De beweging als geheel en de meeste van de veelsoortige groepen erin hebben ook geen middel ontwikkeld om hun standpunt over diverse onderwerpen uit te leggen. Maar het publiek is gericht om naar woordvoerders te zoeken.

Terwijl de beweging bewust geen woordvoerders heeft gekozen, heeft de beweging veel vrouwen voortgebracht die om diverse redenen in het oog van het grote publiek zijn gelopen. Die vrouwen vertegenwoordigen geen bepaalde groep of gemeenschappelijk standpunt; dat weten ze en dat zeggen ze ook meestal. Maar omdat er geen officiële woordvoerders zijn en geen besluitvormingsorgaan die de pers kan interviewen als ze de mening van de beweging wil kennen over een bepaald onderwerp, worden die vrouwen als woordvoerders gezien. Of zij dat nu willen of niet en of de beweging dat nu wil of niet, worden bekende vrouwen in de rol van woordvoerder geduwd, omdat er geen andere zijn.

Dit is één oorzaak van de wat wrokkige houding tegenover de vrouwen die ‘sterren’ worden genoemd. Omdat ze niet verkozen zijn door de vrouwen in de beweging om de inzichten van de beweging te vertolken, wordt het ze kwalijk genomen als de pers veronderstelt dat ze voor de beweging spreken… De terugslag van het systeem van ‘sterren’ moedigt elk soort van individuele onverantwoordelijkheid aan die de beweging veroordeelt. Door het uitscheiden van een zuster als een ‘ster’, verliest de beweging elke controle die ze erover zou kunnen hebben, waardoor ze vrij wordt om alle individualistische zonden te begaan waar ze van beschuldigd werd.

Dit heeft meerdere negatieve gevolgen voor zowel de beweging als voor de vrouwen die als “ster” worden gekenmerkt. Ten eerste omdat de beweging hen niet aangewezen als woordvoerder van de beweging, de beweging kan hen uit hun functie ontheffen. De pers geeft hen hun positie en alleen de pers kan ertoe besluiten niet naar hen te luisteren. De per zal blijven zoeken naar “sterren” als woordvoerster zolang er geen officiële alternatieven zijn om statements met autoriteit van de beweging te krijgen. De beweging heeft geen controle over de selectie van diens representanten voor het publiek zolang deze ervan overtuigd is dat deze helemaal geen representanten nodig heeft. Ten tweede worden vrouwen die deze positie toebedeeld vaak fel aangevallen door hun zusters. Dit brengt de beweging niets en is pijnlijk vernietigend voor de degenen die het betreft. Zulke aanvallen leiden er enkel toe dat de vrouw de beweging – vaak vervreemd - volledig verlaat of zich niet meer verantwoordelijk voelt voor haar “zusters.” Ze behoudt misschien haar loyaliteit aan de beweging, vaag gedefinieerd, maar ze is niet langer gevoelig voor druk van andere vrouwen daarbinnen. Iemand kan zich niet verantwoordelijk voelen voor mensen die de bron zijn geweest van zoveel pijn, zonder dat zij masochistisch zijn. En deze vrouwen zijn over het algemeen te sterk om te buigen voor zulk soort persoonlijke druk. De backlash van het “sterren”systeem moedigt in feite dus precies de soort individuele onverantwoordelijkheid die de beweging veroordeeld. Door een zuster als een “ster” af te danken verliest de beweging de enige mogelijke controle die zij over deze persoon hadden. En ze heeft nu een vrijbrief heeft om alle individualistische zondes te begaan waarvan zij beschuldigd is.

Politieke impotentie

Ongestructureerde groepen mogen dan erg effectief zijn in het aan de praat krijgen van vrouwen over hun eigen leven; ze zijn niet erg goed om dingen gedaan te krijgen. Tenzij hun manier van opereren verandert, smelten groepen weg op het moment dat mensen het moe worden te ‘palaveren’ en iets meer willen gaan doen. Omdat de bredere beweging in de meeste steden even ongestructureerd is als de meeste individuele groepen is ze niet veel effectiever dan de aparte groepen dat zijn in specifieke doelstellingen. De informele structuur is zelden genoeg verbonden of heeft zelden genoeg voeling m:et de mensen die in staat zijn effectief te opereren. De beweging wekt dus veel emotie op en boekt weinig resultaten. Ongelukkigerwijs zijn de gevolgen van al dat bewegen niet zo onschadelijk als de resultaten, en het slachtoffer ervan is de beweging zelf. (…)

Werken in dit soort groepen is zeer stormachtige ervaring. Het is dan ook zeldzaam en moeilijk te reproduceren. Er zijn bijna onvermijdelijk vier eigenschappen aan te wijzen in zo een groep:

  1. Deze is taakgericht. De functie is erg nauw en zeer specifiek, zoals het opzetten van een conferentie of het publiceren van een krant. De functie geeft de groep in feite structuur. De taak bepaalt wat er moet gebeuren en wanneer deze klaar moet zijn. Het geeft maatstaf waaraan mensen hun handelen kunnen beoordelen en zij plannen voor de toekomst kunnen maken.
  2. Deze is relatief klein en homogeen. Homogeniteit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de deelnemers een “gemeenschappelijke taal” spreken. Mensen met een geheel andere achtergrond kunnen verrijkend werken voor een bewustwordingsgroep waar men van elkaars ervaringen kan leren, maar een te grote diversiteit onder de leden van een taakgerichte groep betekend enkel dat ze elkaar constant verkeerd zullen begrijpen. Zodanig van elkaar verschillende mensen interpreteren woorden en handelingen anders. Ze hebben andere verwachtingen van elkaars gedrag en beoordelen de resultaten volgens andere criteria. Als iedereen elkaar goed genoeg kent om de nuances te begrijpen, dan kunnen deze een plek krijgen. Meestal leiden ze alleen maar tot verwarring en eindeloze uren van conflictbemiddeling waarvan niemand had verwacht dat dit ooit nodig zou zijn.
  3. Er is veel communicatie. Informatie moet iedereen bereiken, meningen moeten gecontroleerd worden, het werk moet worden verdeeld en de deelname bij de relevante besluiten worden zeker gesteld. Dit is alleen mogelijk als de groep klein is en de mensen praktisch samenleven tijdens de meest cruciale fases van de taak. Natuurlijk stijgt het aantal interacties die nodig zijn om iedereen te betrekken geometrisch met het aantal deelnemers. Dit begrenst het aantal deelnemers aan de groep onvermijdelijk tot ongeveer vijf, of het sluit sommigen uit van de besluitvorming. Succesvolle groepen kunnen zelfs 10 tot 15 menen groot zijn, maar alleen als zij in feite bestaan uit meerdere kleine groepen met specifieke taken en waarvan de leden met elkaar overlappen zodat kennis over wat er in de andere subgroepen afspeelt, makkelijk verspreid wordt.
  4. Er is weinig sprake van vaardighedenspecialisatie. Niet iedereen hoeft alles te kunnen, maar alles moet kunnen worden gedaan door meer als één persoon. Dat betekend dat niemand onmisbaar is. Tot op zekere hoogte worden mensen uitwisselbare onderdelen.

Terwijl deze voorwaarden in alle rust kunnen ontstaan in kleine groepen, is dit zeker niet het geval voor grote groepen. Omdat de grotere beweging in de meeste steden even ongestructureerd is als individuele rapgroepen, is deze dientengevolge niet veel effectiever dan de individuele groepen met hun specifieke taak. De informele structuur is zelden hecht genoeg of staat genoeg in contact met anderen om effectief te functioneren. De beweging zorgt voor veel beweging, maar boekt weinig resultaat. Helaas zijn de gevolgen van al deze beweging niet zo onschadelijk als de resultaten, en hun slachtoffer is de beweging zelf.

Sommige groepen hebben zichzelf tot lokale actieprojecten gevormd ze met weinig mensen waren en zij werken op kleinere schaal. Maar deze vorm beperkt de activiteit van de beweging slechts tot het lokale niveau; dit werkt niet op regionaal of nationaal niveau. Om goed te functioneren moeten groepen zich sowieso meestal opdelen in informele vriendengroepen die sowieso al de dienst uitmaakten. Dit sluit veel vrouwen van deelname uit. Zolang het lidmaatschap van een kleine groep de enige manier voor vrouwen is om deel te kunnen nemen, zullen de afwijkenden sterk benadeeld zijn. Zolang vriendengroepen het centrale middelpunt van de organisatorische activiteit zijn, zal elitisme geïnstitutionaliseerd blijven.

Voor die groepen die geen lokaal project kunnen vinden om zich aan toe te wijden, wordt het bij elkaar blijven een handeling op zichzelf en de reden om de groep bij elkaar te houden. Wanneer een groep geen specifieke taak heeft (en bewustwording verspreiden is een taak), investeren de mensen die daar onderdeel van zijn hun energie in het controleren van anderen in de groep. Dit wordt niet gedaan vanuit een kwade drang om anderen te manipuleren (hoewel dat soms wel het geval is), maar door het gebrek om hun talenten voor iets beters in te kunnen zetten. Geschikte mensen met tijd en de noodzaak om hun bijeenkomen te rechtvaardigen steken hun energie in persoonlijke controle. Zij besteden hun tijd in het bekritiseren van de persoonlijkheden van andere leden in de groep. Interne ruzies en persoonlijke machtsspelletjes zijn aan de orde van de dag. Als een groep zich op een taak richt, leren de mensen anderen te accepteren hoe zij zijn en schuiven zij persoonlijke irritaties aan de kant voor het grotere doel. Er zijn grenzen aan het gedwongen omvormen van elke persoon naar een beeld van hoe zij zouden moeten zijn.

Het doel van het verspreiden van bewustwording zorgt ervoor dat mensen nergens heen kunnen, en het gebrek aan structuur weerhoud hen van het bereiken van dat doel. De vrouwen in de beweging keren zich ofwel tegen zichzelf en hun zusters of zoeken naar alternatieve actiemogelijkheden. Er zijn er maar een paar beschikbaar. Sommige vrouwen “doen gewoon hun ding.” Dit kan tot grote individuele creativiteit leiden, die zeer waardevol voor de beweging kan zijn, maar het is geen vatbaar alternatief voor de meeste vrouwen en het voed zeker geen samenwerkende groepsgeest. Andere vrouwen drijven af en verlaten de beweging in het geheel omdat ze geen zin hebben om een individueel project te ontwikkelen en geen mogelijkheid hebben gevonden om andere groepsprojecten te ontdekken, zich bij daarbij aan te sluiten of om deze te beginnen.

Velen keren zich tot politieke organisaties die hen de gestructureerde, effectieve activiteiten aanbieden die zij niet konden vinden binnen de vrouwenbeweging. Deze politieke organisaties, die vrouwenbevrijding slechts als één van de vele onderwerpen zien waar vrouwen zich aan toe zouden moeten wijden, vinden in de beweging dus een grote poel van waaruit zij nieuwe mensen kunnen rekruteren. Deze organisaties hoeven helemaal niet te “infiltreren” (hoewel dit niet uitgesloten is). De wens voor zinvolle politieke activiteit die bij vrouwen opkomt doordat zij onderdeel zijn geworden van de vrouwenbevrijdingsbeweging, is voldoende om hen welwillend bij andere organisaties aan te laten sluiten op het moment dat de beweging zelf geen uitlaatklep bied voor hun nieuwe ideeën en energie. De vrouwen die zich aansluiten bij andere politieke organisaties en toch actief blijven binnen de vrouwenbevrijdingsbeweging en die vrouwen die zich bij de vrouwenbevrijdingsbeweging aansluiten terwijl ze lid blijven van andere politieke organisaties worden op hun beurt het raamwerk van de nieuwe informele structuur. Deze vriendenkringen baseren zich op gemeenschappelijke niet-feministische politiek in plaats van op de eerder bediscussieerde eigenschappen. Ze werken echter op dezelfde manier. Omdat deze vrouwen gemeenschappelijk waarden, ideeën en politieke oriëntatie et elkaar delen, worden zij ook de informele, ongeplande, niet verkozen, onverantwoordelijke elites – of zij dit nu willen of niet.

Deze nieuwe informele elites worden vaak als een gevaar gezien door de oude informele elites die zich eerder binnen de verschillende groepen gevormd hebben. Dit klopt ook. Zulke politiek-georiënteerde netwerken zijn zelden bereid slechts de “vrouwenvereniging” te zijn velen voorheen waren. Zij willen hun politieke en feministische ideeën verspreiden. Dit is logisch, maar wat dit betekent voor de vrouwenbevrijding is nooit toereikend bediscussieerd. De oude elites waren zelden bereid om zulke meningsverschillen in de openbaarheid te brengen omdat dit de aard van de informele structuur zou blootleggen.

Veel van deze informele elites verscholen zich achter de slogan van het “anti-elitisme” en de “structuurloosheid.” Om de concurrentie van een andere informele structuur effectief tegen te gaan, zouden zijn “publiek” moeten gaan, maar dat brengt veel gevaarlijke gevolgen met zich mee. Daarom is het, om de eigen macht te behouden, makkelijker om de uitsluiting van leden van andere informele structuren te rationaliseren door hen bijvoorbeeld als “roden”, “reformisten”, “lesbiennes” of “hetero’s” te brandmerken. Het enige andere alternatief is om de groep formeler te structureren op een manier waarbij de oorspronkelijke machtsstructuur wordt geïnstitutionaliseerd. Dit is echter niet altijd mogelijk. Als de informele elites goed georganiseerd waren en in het verleden genoeg macht hebben uitgeoefend, is zo’n taak mogelijk. Deze groepen hebben een meestal een enigszins effectief politiek verleden, omdat de hechte informele structuur zich bewezen heeft als een passend alternatief voor een formele structuur. Structureren veranderd hun handelswijze niet veel, hoewel de institutionalisering van de machtsstructuur wel de weg vrij maakt voor openlijke formele aansprakelijkheid. De groepen die een structuur het meest nodig hebben, zijn meestal het minst in staat dit te creëren. Hun informele structuren zijn niet goed genoeg gevormd en hun trouw aan de ideologie van de “structuurloosheid” maakt dat ze terughoudend zijn met het veranderen van tactieken. Des te Ongestructureerder een groep is, des te meer ontbreekt het aan informele structuren, en des te meer er vastgehouden wordt aan een ideologie van “structuurloosheid” des te makkelijker wordt deze overgenomen door een groep politieke kameraden.

Omdat de brede beweging even Ongestructureerd is als de meeste groepen die de beweging vormen, is ze even vatbaar voor indirecte beïnvloeding. Maar het fenomeen manifesteert zich op een andere manier. Op een lokaal niveau kunnen de meeste groepen autonoom handelen, maar de enige groepen die een nationale activiteit kunnen organiseren zijn nationaal georganiseerde groepen. Op die manier zijn het vaak de gestructureerde feministische groepen die nationaal de richting uitstippelen voor feministische activiteiten en wordt die richting bepaald door de prioriteiten van die organisaties. Groepen als NOW, WEAL, en sommige van de linkse vrouwenkringen zijn simpelweg de enige organisaties die een nationale campagne zouden kunnen opzetten. De veelheid aan Ongestructureerde groepen voor vrouwenbeweging kan kiezen om die nationale campagnes te ondersteunen of niet, maar zijn niet in staat hun eigen nationale activiteiten te organiseren. Op die manier worden hun leden de troepen onder leiding van de Gestructureerde organisaties. De naar eigen zeggen Ongestructureerde groepen hebben geen manier om de enorme hoeveelheid aan energie en middelen binnen de beweging aan te boren. Ze hebben zelfs geen mogelijkheid om te bepalen wat deze zijn.

Hoe minder gestructureerd een beweging is, hoe minder controle ze heeft over de richting waarin ze ontwikkelt en over de politieke activiteiten waarin ze meewerkt. Dat wil niet zeggen dat haar ideeën zich niet verspreiden. Door een zekere interesse van de media kunnen ze nog steeds weid verspreid worden. Maar de verspreiding van ideeën betekent niet dat ze ook werkelijk worden; het betekent alleen dat ze besproken worden. In de mate waarin ze individueel kunnen worden toegepast is het mogelijk dat er iets mee gebeurt; in zoverre ze, om werkelijkheid te worden, gecoördineerde politieke macht vereisen, zal er niets mee gebeuren.

Zolang de vrouwenbevrijdingsbeweging zich toewijd aan een organisatievorm die kleine, inactieve discussiegroepen met vriendinnen benadrukt, zullen de grootste problemen van Ongestructureerdheid niet gevoeld worden. Maar deze organisatiestijl heeft haar beperkingen; het is politiek ineffectief, exclusief en discrimineert tegen die vrouwen die niet ingebonden zijn – of kunnen zijn – via de vriendschapsnetwerken. Diegene die niet in het bestaande passen vanwege klasse, etniciteit, beroep, opleiding, ouderschap of huwelijksstatus, persoonlijkheid etc., zullen onvermijdelijk worden ontmoedigd om deel te nemen. Diegene die wel in het plaatje passen zullen er een belang in ontwikkelen om dingen te houden zoals ze zijn.

De belangen van de informele groep zullen ondersteund worden door de informele structuren die er zijn en de beweging zal geen manier hebben om te bepalen wie er macht over heeft. Als de beweging bewust blijft weigeren te selecteren wie macht zal uitoefenen vernietigt ze daarmee macht als dusdanig nog niet. Al wat ze doet is afstand doen van het recht te eisen dat diegenen die macht en invloed uitoefenen daarover ook verantwoording moeten afleggen. Als de beweging er blijft voor kiezen macht zo diffuus mogelijk te houden omdat ze weet dat ze geen verantwoording kan eisen van diegenen die die macht bezitten, verhindert ze elke groep en elk individu ervan totaal te domineren. Maar tegelijk verzekert ze dat de beweging zo effectief is als ze zou kunnen zijn. Er moet en kan een tussenweg gevonden worden tussen dominantie en ineffectiviteit.

Deze problemen groeien naar een hoogtepunt op dit ogenblik, omdat de aard van de beweging noodgedwongen verandert. Bewustmaking is als voornaamste doelstelling van de beweging voor vrouwenbevrijding, achterhaald. Dank zij de intense belangstelling van de pers de laatste twee jaar en de talrijke mainstreamboeken en –artikelen die op dit ogenblik circuleren, is vrouwenbevrijding een alledaagse term geworden. Haar strijdpunten worden besproken en informele groepen worden gevormd door mensen die geen expliciete banden hebben met een andere groep in de beweging. Puur educatief werk is niet langer een grote nood. De beweging moet andere taken opnemen. Ze moet prioriteiten stellen, haar doelstellingen formuleren en die nastreven op een gecoördineerde manier. Om dat te doen moet ze lokaal, regionaal en nationaal georganiseerd worden.

Principes van democratisch structureren

Eens de beweging niet langer krampachtig vasthoudt aan de ideologie van ‘structuurloosheid’ zal ze vrij zijn om die vormen van organisatie te ontwikkelen die het best zorgen voor het gezond functioneren ervan. Dat betekent niet dat we naar het andere uiterste moeten gaan en de traditionele organisatievormen moeten imiteren. Maar we moeten ze niet blind weggooien. Sommige traditionele technieken zullen nuttig blijken, hoewel niet perfect; sommige zullen ons inzicht geven in wat we niet zouden moeten doen om bepaalde doelstellingen te bereiken met minimale moeite voor de individuen in de beweging. Bovenal zullen we moeten experimenteren met verschillende types van structurering en een diversiteit aan technieken moeten ontwikkelen voor verschillende situaties. Het systeem van ‘loten’ is zo’n idee dat geboren is in de beweging. Het is niet in alle situaties bruikbaar, maar het is nuttig in andere. Er zijn andere ideeën nodig over structurering. Maar voor we intelligent verder kunnen experimenteren moeten we het idee aannemen dat er niets inherent slecht is aan structuur zelf, enkel aan het excessief gebruik ervan.

Terwijl we dit leerproces met vallen en opstaan verderzetten zijn er een aantal principes die we in gedachten kunnen houden die essentieel zijn voor een democratisch structureren en die ook politiek effectief zijn:

  1. Delegeren (via democratische procedures) van specifieke autoriteit aan specifieke individuen voor specifieke taken. Mensen zomaar taken of jobs laten opnemen betekent enkel dat je er niet echt op kunt vertrouwen. Als mensen worden geselecteerd om een taak uit te voeren, bij voorkeur nadat ze duidelijk hebben gemaakt dat ze erin geïnteresseerd zijn, hebben ze al een stuk verantwoordelijkheid getoond dat niet gemakkelijk kan worden genegeerd.
  2. Van iedereen daaraan autoriteit is gegeven moet verwacht worden dat ze er verantwoordelijkheid over afleggen aan diegenen die hen die hebben gegeven. Dit is hoe de groep controle kan uitoefenen over mensen in die autoriteitspositie. Individuen kunnen macht uitoefenen, maar het is de groep die uiteindelijk zeggingschap heeft over hoe die macht wordt uitgeoefend.
  3. Distributie van macht onder zo veel mogelijk mensen als redelijk is. Dit verhindert monopolievorming en verplicht er diegenen in machtsposities toe met veel anderen te overleggen. Het geeft ook veel mensen de gelegenheid om verantwoordelijkheid op te nemen voor specifieke opdrachten en zo specifieke ervaring op te doen.
  4. Rotatie van taken onder individuen. Verantwoordelijkheden die te lang bij één persoon liggen, formeel of informeel, worden op de duur gezien als het ‘eigendom’ van die persoon en wordt niet gemakkelijk afgenomen of door de groep gecontroleerd. Omgekeerd is het ook zo dat een te hoge rotatiefrequentie ervoor zorgt dat het individu niet de tijd krijgt om de job goed te leren en een gevoel van voldoening te krijgen uit een goed werk.
  5. Toewijzing van taken volgens rationele criteria. Iemand selecteren voor een positie omdat ze graag gezien zijn in de groep of ze veel en moeilijk werk geven omdat ze niet graag worden gezien, dient noch de groep noch uiteindelijk het individu zelf. Kundigheid, interesse en verantwoordelijkheidszin moeten de doorslaggevende argumenten zijn. Mensen zou de kans moeten worden geboden vaardigheden te leren die ze nog niet hebben, maar dat gebeurt best via een soort van een systeem van ‘leerjongen/-meisje’ eerder dan het ‘zwemmen of verzuipen’. Een verantwoordelijkheid hebben die je niet aankan is demoraliserend. Omgekeerd is het niet mogen doen van wat je wel kan ook niet bemoedigend om je eigen vaardigheden te ontwikkelen. Vrouwen zijn doorheen het grootste deel van de menselijke geschiedenis gestraft geworden omdat ze competent waren; de beweging moet dit proces niet herhalen.
  6. Het verdelen van informatie aan iedereen en zo vaak mogelijk. Informatie is macht. Toegang tot informatie verhoogt de eigen macht. Als een informeel netwerk onderling maar buiten de groep nieuwe ideeën en informatie verspreidt, zijn ze al bezig met een proces van meningsvorming, zonder dat de groep eraan deelneemt. Hoe meer je weet over hoe dingen werken, hoe effectiever je politiek kan zijn.
  7. Gelijke toegang tot hulpmiddelen die de groep nodig heeft. Dit is niet altijd helemaal mogelijk, maar er zou naar gestreefd moeten worden. Een lid dat een monopolie heeft over benodigd materiaal (een drukpers of een donkere kamer van haar echtgenoot) kan het gebruik ervan beïnvloeden. Vaardigheden en informatie zijn ook materialen. De vaardigheden van leden kunnen alleen voor iedereen gelijk toegankelijk zijn als leden bereid zijn elkaar bij te brengen wat zij weten en kunnen.

Als deze regels worden toegepast, verzekeren ze dat, welke structuur er ook wordt ontwikkeld door verschillende groepen, die structuur zal worden gecontroleerd door de groepen en er verantwoordelijkheid zullen moeten aan afleggen. De groep van mensen in posities van autoriteit zal diffuus, flexibel, open en tijdelijk zijn. Ze zal niet in een positie zijn om hun macht zomaar te institutionaliseren omdat de uiteindelijke beslissingen door de hele groep zullen worden genomen. De groep zal de macht hebben om te bepalen wie er macht over heeft.

Voetnoten

  • [1] In de vrouwenbeweging in de V.S. werd van zogenaamde ‘rap’ groepen gesproken, groepen waarin men enkel bij elkaar kwam om met elkaar te praten over hun ideeën en ervaringen – ervaringen waarvan man voorheen vaak dacht dat dit individuele problemen waren waar men zelf niet goed mee om kon gaan, maar waar door deze praatgroepen duidelijk werd dat dit structurele problemen waren.
  • [2] New Left: letterlijk ‘nieuw links’; een verzamelnaam voor de nieuwe linkse beweging die zich in de jaren 60 en 70 ontwikkelde en zich niet meer baseerde op de opvattingen van de oude vakbeweging en socialistische en communistische partijen. Sommigen zagen dit als een breuk, anderen als een verdere ontwikkeling van de klassieke beweging.
namespace/de_tirannie_van_structuurloosheid.txt · Laatst gewijzigd: 29/06/20 15:18 door defiance