Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen

namespace:socialisme_-_gevangen_in_de_politieke_val

Socialisme: gevangen in de politieke val

Door Emma Goldman

  • Originele titel: Socialism: caught in the political trap
  • Verschenen: 1913
  • Bron: Emma Goldman over syndicalisme, geweld en socialisme, tweede druk, 1979
  • Vertaling: Ruud Uittenhout
  • Digitalisering: Tommy Ryan, 2016

De legende leert ons dat gezonde, pasgeboren kinderen de jaloezie en haat opwekten van boze geesten. Tijdens de afwezigheid van de trotse moeders slopen de boosdoeners de huizen binnen, ontvoerden de baby’s en lieten mismaakte, afzichtelijke monsters achter.

Met het socialisme is hetzelfde gebeurd. Jong en krachtig schreeuwde het de wereld haar verzet toe, waardoor ze de jaloezie van de kwaadaardigen opwekte. Ze slopen toe toen het socialisme dat het minst verwachtte en maakten zich uit de voeten met achterlating van een mismaakte, die nu voortstrompelt onder de naam socialisme.

Bij haar geboorte verklaarde het socialisme alle gevestigde instellingen de oorlog. Haar doel was elke onrechtvaardigheid te vellen en te vervangen door economisch en sociaal welzijn en harmonie.

Twee fundamentele beginselen gaven het socialisme leven en kracht: het loonstelsel en diens meester, het privé-eigendom. De wreedheid, misdadigheid en onrechtvaardigheid van deze beginselen waren de vijanden waartegen het socialisme haar bitterste aanvallen en kritiek richtte. Daar privé-eigendom en het loonstelsel de sterkste steunpilaren van de maatschappij zijn. werd iedereen die hun wreedheid wilde aantonen, veroordeeld als een vijand van de maatschappij, een gevaarlijke figuur, een revolutionair. Er was een tijd dat het socialisme deze bijnamen met opgeheven hoofd droeg en voelde dat de haat en vervolgingen van haar vijanden haar beste eigenschappen waren.

Dat is niet het geval met het socialisme dat gevangen is in de val der kwaadaardigen, de politieke monsters. Dit soort socialisme heeft òf de onwrikbare aanvallen op het bolwerk van het huidige stelsel geheel opgegeven òf is zwakker geworden en van vorm veranderd en onherkenbaar geworden.

Het doel van het socialisme is tegenwoordig het kronkelpad van de politiek als middel om de staat te veroveren. Toch is het juist de staat die het machtigste wapen vormt ter ondersteuning van het privé-eigendom en ons verkeerde en ongelijke systeem. Het is de macht die het stelsel verdedigt tegen elke opstandige, bewust revolutionaire aanval.

De staat is georganiseerde uitbuiting, georganiseerde macht en misdaad. En voor de hypnotiserende manipulaties van ditzelfde monster is het socialisme een gewillige prooi geworden. De vertegenwoordigers van het socialisme zijn toegewijder in hun godsdienstige geloof in de staat dan de conservatiefste staatsaanhangers.

Het socialistische verwijt is, dat de staat niet half genoeg gecentraliseerd is. De staat, zeggen ze, moet niet alleen het politieke gebied van de maatschappij controleren, ze moet de opperbeheerder worden, alsmede de bron van het industriële leven van de bevolking, omdat alleen daardoor bijzondere voorrechten, trusts en monopolies zouden kunnen verdwijnen. Het komt nooit bij deze aborteurs van een grote gedachte op dat de staat de kilste, meest onmenselijke monopolist is en dat zodra de economische dictatuur zou worden toegevoegd aan de al hoogste politieke staatsmacht, haar ijzeren hielen dieper zouden snijden in het vlees van de arbeid dan die van het huidige kapitalisme.

Natuurlijk zal gesteld worden dat het socialisme niet naar een dergelijke staat streeft, dat zij een werkelijke, rechtvaardige, democratische, oprechte staat wil. Helaas, de werkelijke, oprechte en rechtvaardige staat is net als de ware, oprechte, rechtvaardige God, die tot nu toe nooit ontdekt is. De ware God is volgens goede christenen vriendelijk en liefdevol, rechtvaardig en oprecht. Maar wat heeft hij bewezen in werkelijkheid te zijn? Een tirannieke, oorlogszuchtige, bloeddorstige en onrechtvaardige God. Hetzelfde is het geval met de staat, of die nu een republikeinse, democratische of socialistische kleur heeft. Altijd en overal heeft zij gestaan en moet zij staan voor de suprematie en daardoor voor slavernij, onderwerping en afhankelijkheid.

Wat moeten de politieke toneelknechten grinniken als ze door de stormloop van de bevolking op de nieuwste voorstelling van het politieke toneelstuk zien. De arme, bedrogen, kinderlijke mensen die eeuwig en altijd leven op het politieke patentgeneesmiddel, of dat nu de republikeinse olifant, de democratische koe of de socialistische muilezel is, waarvan het knorren alleen maar een nieuw deuntje uit de politieke muziekdoos is.

De modderige wateren van het politieke leven stijgen een tijdlang, terwijl zich daaronder het gigantische, vraatzuchtige, tweedracht zaaiende, corrupte en verdorven beest beweegt, dat meedogenloos zijn slachtoffers verslindt. Alle politici zijn, hoe eerlijk ze ook mogen zijn (als een dergelijke afwijking ook maar enigszins mogelijk is) niets anders dan kleinzielige hervormers en als zodanig bestendigers van het huidige stelsel.

Aanvankelijk was het socialisme absoluut en onherroepelijk tegen dit stelsel gekant. Het was antiautoritair, antikapitalistisch, antigodsdienstig; kortom, het kon en wilde met geen enkele tegenwoordige instelling vrede sluiten. Maar omdat het door de kwade geesten der politiek op een dwaalspoor werd gebracht, belandde het in de val en nu heeft het nog maar één verlangen - zich te schikken naar de nauwe grenzen van haar kooi, deel van diezelfde macht die het mooie kind van het socialisme heeft vermoord en een afzichtelijk monster heeft achtergelaten, te worden.

Sinds de dagen van de oude Internationale, sedert de strijd tutten Bakoenin en Marx en Engels heeft het socialisme langzaam maar zeker haar strijdlust verloren haar strijdbare geest en sterke revolutionaire neigingen omdat het zich steeds meer heeft laten misleiden door politiek gewin en overheidsbaantjes. En het socialisme is steeds machtelozer geworden om zich uit de politieke hypnose wakker te schudden, waardoor apathie en passiviteit verspreid werden naarmate de politieke successen toenamen.

De massa's worden gedrild en geconserveerd voor de politieke koelkamer van de socialistische campagnes. Elke directe, onafhankelijke en moedige aanval op het kapitalisme en de staat wordt ontmoedigd of verboden. De domme kiezers wachten geduldig de ene politieke vertoning na de andere af tot de kameraden acteurs in het theater een show opvoeren en misschien voor een nieuwe stunt zorgen. Intussen dienen de socialistische congreslieden meterslange resoluties voor de prullenmand in en stellen de bestendiging van dezelfde zaken voor die het socialisme eens van plan was omver te werpen. En de socialistische burgemeesters zijn bezig de zakenbelangen van hun steden veilig te stellen, dat ze in vrede mogen leven, een socialistische burgemeester zal hen nooit schade berokkenen. En als men dergelijke Jan Klaassen en Katrijn-voorstellingen bekritiseert, worden de getrouwe socialistische aanhangers verontwaardigd en zeggen dat we moeten wachten tot de socialisten de meerderheid hebben.

De politieke val heeft het socialisme van een trotse, onverzoenlijke houding van een revolutionaire minderheid, die zaken van fundamenteel belang en de bolwerken van rijkdom en macht bestrijdt, veranderd in een kamp van intriganten, de logge politieke meerderheid, die zich bezighoudt met onbelangrijke dingen, met zaken die nauwelijks de kern raken, maatregelen die gebruikt worden als politiek aas door lauwe hervormers: bejaardenvoorzieningen, initiatiefontwerpen en referenda, het terugroepen van rechters en andere soortgelijke opzienbarende en verschrikkelijke zaken.

Om deze ‘revolutionaire’ maatregelen te bereiken, gaat de élite in de socialistische gelederen voor de meerderheid door de knieën, draagt daarbij het palmblad van het compromis en geeft zich over aan elk denkbaar bijgeloof, elk vooroordeel, elke domme traditie. Zelfs de socialistische politici weten dat de stemmende meerderheid intellectueel ongelooflijk onwetend is, dat het nauwelijks het ABC van het socialisme kent. Daarom zou je denken dat het doel van deze ‘wetenschappelijke’ socialisten het verheffen van de massa tot intellectuele hoogte zou zijn. Maar niets daarvan. Dat zou de gevoelens van de meerderheid te zeer kwetsen. Daarom moeten de leiders afdalen tot liet lage niveau van hun kiezers, daarom moeten ze de onwetendheid en de vooroordelen van de kiezers tegemoet treden. En dat is precies wat het socialisme gedaan heeft sinds het gevangen raakte in de politieke val.

Eén van de gemeenplaatsen van het socialisme is tegenwoordig de evolutie-idee. Laten we in godsnaam geen revolutie krijgen, wij zijn vreedzame mensen, we willen evolutie. Ik zal nu niet proberen te bewijzen dat evolutie de groei van een lagere naar een hogere geesteshouding moet betekenen en dat socialisten dus vanuit hun eigen evolutionaire standpunt jammerlijk gefaald hebben, omdat ze al hun oorspronkelijke beginselen hebben teruggenomen Ik wil alleen deze wonderbaarlijke zaak, de socialistische evolutie, onderzoeken.

Dankzij Karl Marx en Engels zijn we ervan verzekerd dat het socialisme zich van utopie tot wetenschap heeft ontwikkeld. [31] Rustig aan. heren, het utopische socialisme zou zich niet in de politieke val hebben laten lokken, het zou nooit vrede hebben gesloten met het moorddadige stelsel, het heeft geestdrift, vuur, moed en idealisme opgewekt en inspireert nog steeds. Het is een vorm van socialisme, die niets te maken wil hebben met de walgelijke, kruiperige compromissen van Berger [2], Hillquit [3], Ghent [4] en andere dergelijke ‘wetenschappelijke’ heren.

Elke moedige poging om een grote verandering te brengen in de bestaande situatie, elke verheven visie over nieuwe mogelijkheden voor het menselijk ras wordt bestempeld als utopisch. Als het ‘wetenschappelijke’ socialisme activiteiten gaat vervangen door stilstand, moed door lafheid, durf door berusting, trots door onderdanigheid, dan hadden Marx en Engels ondanks alle diensten die ze het socialisme hebben bewezen, misschien beter niet hebben kunnen leven.

Maar ik ontken dat het zogenaamde wetenschappelijke socialisme bewezen heeft superieur te zijn aan het utopische socialisme. Zeker als we het falen van enkele voorspellingen van de grote profeten onderzoeken, zullen we zien hoe arrogant en aanmatigend de wetenschappelijke stellingen zijn. Marx was ervan overtuigd dat de middenklasse van het strijdtoneel zou verdwijnen, waardoor er slechts twee elkaar bestrijdende klassen zouden overblijven, de kapitalistische en de proletarische klasse. Maar de middenklasse is zo brutaal geweest kameraad Marx niet te gehoorzamen.

De middenklasse groeit overal en is inderdaad de sterkste bondgenoot van het kapitalisme. In feite is de middenklasse nog nooit zo sterk geweest als tegenwoordig, waarvoor duizend voorbeelden aangehaald kunnen worden, maar met name door te wijzen op de hoge heren in de socialistische beweging advocaten, ministers en kleine zakenlieden - die de beweging teisteren. Ze maken van het socialisme een respectabele, burgerlijke, gezagsgetrouwe beweging, omdat zijzelf die stroming vertegenwoordigen. Het is onvermijdelijk dat ze gebruik maken van propagandamiddelen die bij iedereen in de smaak vallen en het stelsel van diefstal en uitbuiting versterken.

Marx voorspelde dat de arbeider arm zou worden in verhouding tot het toenemen van de rijkdommen. Dat gebeurde echter niet op de manier die Marx hoopte. De arbeidersmassa’s worden wel armer, maar dat heeft de opkomst van een arbeidsaristocratie in de arbeidersgelederen niet verhinderd.

Een klasse van snobs, die dankzij hogere lonen en gerespecteerde posities, maar voornamelijk omdat ze iets gespaard hebben of zich enig eigendom verworven hebben elke medeleven met de eigen soort verloren heeft en zich nu op luide toon tegen revolutionaire middelen verklaart. De waarheid is dat de gehele tegenwoordige socialistische partij gerekruteerd wordt uit deze arbeids- aristocratie; daarom willen ze niets te maken hebben met diegenen die voor revolutionaire, antipolitieke methoden zijn. De mogelijkheid burgemeester of congreslid te worden, of een hoge functie te bekleden, is te verleidelijk om de ze parvenu’s iets te laten ondernemen dat een dergelijke schitterende kans in gevaar zou kunnen brengen.

Maar hoe zit het dan met het veelgeprezen klassenbewustzijn van de arbeiders, dat zoiets toestaat? Waar en hoe laat zich dat gelden? Als het een aangeboren kwaliteit was, zouden de arbeiders dat al lang hebben laten zien en hun eerste daad zou dan het opruimen van advocaten, ministers en zwendelaars in onroerend goed, de meest parasiterende figuren in de maatschappij, uit de socialistische gelederen zijn.

Klassenbewustzijn kan nooit getoond worden in de politieke arena, want de belangen van de politicus en de kiezer zijn niet gelijk. De één mikt op een functie, terwijl de ander voor de kosten moet opdraaien. Hoe kan er dan begrip tussen hen bestaan?

Solidariteit van belangen ontwikkelt het klassenbewustzijn, wat is aangetoond in de syndicalistische en elke andere revolutionaire beweging, in het bewuste pogen het huidige stelsel omver te werpen, in de grote strijd die ten behoeve van een nieuw bouwwerk gevoerd wordt tegen elke huidige instelling.

De politieke socialisten bekommeren zich in het geheel niet om een dergelijk klassenbewustzijn. Integendeel, ze bestrijden het op leven en dood. In Mexico wordt klassenbewustzijn getoond, zoals sinds de grote Franse Revolutie niet meer voorgekomen is. De werkelijke en ware proletariërs, de beroofde en tot slaaf gemaakte dwangarbeiders strijden voor land en vrijheid. Het is waar dat ze niets weten van de theorie van het wetenschappelijke socialisme, of van de materialistische geschiedsopvatting, zoals die verkondigd wordt in Marx zijn Das Kapital, maar ze weten met mathematische nauwkeurigheid dat ze als slaaf verkocht zijn. Ze weten ook dat hun belangen tegengesteld zijn aan die van de landrovers en dat ze tegen die klasse, tegen die belangen in opstand zijn gekomen.

Hoe staan de klassenbewuste monopolisten van het wetenschappelijke socialisme tegenover deze prachtige opstand? Met kreten als ‘bandieten, piraten, anarchisten, domkoppen’ — die niet in staat zijn de economische noodzaak te begrijpen of te interpreteren. En, wat voorspelbaar is, het verlammende effect van de politieke val staat hen niet toe hun sympathie uit te drukken voor de sublieme woede van de onderdrukten. Het moet binnen knellende, legale banen gebeuren, terwijl de Indiaanse Yaquis, de Mexicaanse dwangarbeiders, alle wetten overtreden, alle eigendom aangevallen hebben en zelfs zo brutaal zijn geweest het land van de onteigenaars te onteigenen, ze hebben hun tirannen en beulen teruggedrongen. Hoe kunnen vreedzame sollicitanten naar politieke baantjes dergelijk gedrag dan ook goedkeuren? Omdat het socialisme zijn best doet voor de vleespotten van de staat, de trouwste beschermers van het eigendom, kan het zich onmogelijk aansluiten bij een beweging die zo brutaal het eigendom aanvalt. Aan de andere kant is het geheel in overeenstemming met de politieke doelen van de partij om diegenen, die zouden kunnen bijdragen aan de kieskracht van het klassenbewuste socialisme, aan zich te binden. Zie hoe zacht de godsdienst wordt aangepakt, hoe het drankverbod wordt goedgekeurd, hoe het anti-Aziatische en “negerprobleem” wordt aangepakt, kortom, hoe elk spookachtig vooroordeel met fluwelen handschoenen wordt aangepakt om maar geen tere zieltjes te kwetsen.

Voetnoten

  • [1] F. Engels De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap. Nijmegen, 1971 (SUN); De wetenschappelijke pretenties van het marxisme worden op uitstekende wijze tot hun ware, utopische proporties teruggebracht door: A. Lehning: De catechismus van het marxisme (1948). Herdrukt in: De draad van Ariadne. Amsterdam, 1966 (Polak & Van Gennep)
  • [2] Victor Louis Berger (1860-1929), Amerikaans*socialist en één van de oprichters van de Amerikaanse Socialistische Partij. Ten tijde van de Perste Wereldoorlog nam hij een pacifistische houding in. Zie: M. Hillquit - History of socialism in the United States. New York, 1971 (Dover); T. Draper - The roots of American communism; J. Weinstein — The decline of socialism in America, 1912-1925. New York, 1969 (Vintage)
  • [3] Morris Hillquit (1869-1933), advocaat en één van de belangrijkste leden van de Amerikaanse Socialistische Partij. Ook hij nam ten tijde van de Eerste Wereldoorlog een pacifistisch standpunt in. Toen Alexander Berkman door zijn anti-militaristische propaganda in de gevangenis belandde, zette Hillquit, die toen candidaat stond voor het burgemeesterschap van New York, zich voor hem in. (‘Living my life’. blz. 635-636). Zie: T. Draper - The roots of American communism; J. Weinstein - The decline of socialism in America
  • [4] William J. Ghent, eveneens lid van de Amerikaanse Socialistische Partij. Ook hij behoorde tot de minderheid, die zich in tegenstelling tot de meeste sociaal-democraten, niet oorlogszuchtig opstelde. Verliet de Socialistische Partij, toen deze de zgn. Resolutie van St. Louis (1917) aannam. Zie: J. Weinstein - The decline of socialism in America.
namespace/socialisme_-_gevangen_in_de_politieke_val.txt · Laatst gewijzigd: 25/09/16 21:34 door defiance