Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen

namespace:compliment_en_lachspiegel_-_over_de_zoveelste_weerlegging_van_het_anarchisme_deel_1

Compliment en lachspiegel – over de zoveelste ‘weerlegging’ van het anarchisme (deel 1)

Door Peter Storm

Dit is het eerste artikel in een reeks van 5 artikelen als reactie op een artikel genaamd: “Anarchisme gaat ons de revolutie niet brengen”.[1] Het tweede gedeelte, Compliment en lachspiegel - over de zoveelste 'weerlegging' van het anarchisme (deel 2), verscheen op 13 mei 2016.


Compliment en lachspiegel – over de zoveelste ‘weerlegging’ van het anarchisme (deel 1)

Als het anarchisme voorwerp wordt van linkse – doorgaans marxistische – kritiek, dan zegt mij dat twee dingen. Allereerst is het een compliment aan anarchisten, aan anarchistische opvattingen en anarchistische praktijken. In de tweede plaats is het een spiegel die ons als anarchisten wordt voorgehouden. Een compliment: als anarchisten met hun eigenwijze ideeën en praktijken niet een zeker effect hadden, als we niet opvielen, zouden linkse critici er immers geen aandacht aan besteden, dan waren we irrelevant. Kennelijk zijn we als anarchisten niet zo onbeduidend als critici graag suggereren. Een spiegel: kritiek laat zien hoe we als anarchisten overkomen op anderen, op tegenstanders en op potentiële bondgenoten. Dat is nuttig, al is het niet altijd prettig. Maar spiegels weerspiegelen niet alleen. Ze vervormen vaak teven datgene wat ze weerspiegelen. Soms blijkt de spiegel eerder een lachspiegel, zo onherkenbaar is de vervorming. En als je de spiegel met eigen creaties beschildert voor je de spiegel aan een ander voorhoudt, moet je niet vreemd opkijken dat de ander zich in het spiegelbeeld niet herkent. Dat alles bedacht ik me toen ik via Facebook een artikel onder ogen kreeg met als titel: “Anarchisme gaat ons de revolutie niet brengen”.[2]

Het stuk is te vinden op het blog Rode Draad. Het stuk is niet ondertekend, vandaar dat ik in het vervolg ook naar ‘de auteur’ verwijs, en geen naam noem. Ik meen overigens wel vrij zeker te weten wie de auteur heeft, en als die aangeeft dat het OK is diens naam te noemen, doe ik dat hier alsnog. Maar zelfgekozen anonimiteit respecteer ik.

In het artikel wordt uiteengezet waarom volgende auteur het anarchisme niet adequaat is als revolutionaire theorie en strategie. Het zit echter vol met zoveel misvattingen dat het de moeite loont om het alinea voor alinea te ontrafelen. Dat geeft me dan tegelijk de kans om wat over het anarchisme – het echte, niet dat van de lachspiegelcritici – te vertellen. Want veel van de misvattingen zijn bepaald niet uniek voor dit artikel. Je komt ze keer op keer tegen in marxistische 'weerleggingen' van het anarchisme als revolutionaire theorie. Dat, en niet louter het artikel dat ik hier bespreek, is een reden waarom deze reactie nogal fors is uitgevallen. Ik plaats het dan ook als serie.

Het begint al met de titel zelf. Anarchisme gaat ons de revolutie niet brengen, lezen we daarin. Welnu, dat klopt. Het anarchisme gaat ons de revolutie niet brengen, en wees daar maar blij om. Want als één stroming, welke dan ook, exclusief de revolutie gaat brengen, dan weet je al zeker dat het geen werkelijk diepgaande, bevrijdende revolutie is. Voor mij als anarchist is revolutie een omwenteling gedragen en doorgevoerd door de onderliggende, onderworpen, uitgebuite delen van de bevolking. Anarchisten zijn deel van die bevolking en dragen graag een steentje – een heleboel steentjes – aan zo’n revolutie bij.

Maar de revolutie is niet van ons, het is niet ons anarchistische project waar wij anderen in mee willen krijgen. Het is het project van al die anderen, en ook een beetje van ‘ons’, van anarchisten. De kracht die richting revolutie werkt, is niet primair het anarchisme. De kracht die in die richting werkt is de vroeg of laat escalerende rebellie van onderop vanuit die onderdrukte en uitgebuite mensen, van de “onderdrukte klassen” zoals de auteur het even verderop formuleert. Het anarchisme is van die kracht een zelfbewust onderdeel. Niet minder en niet meer. Dus nee, anarchisme gaat ons de revolutie niet brengen. Gelukkig maar. Nu maar hopen dat andere politieke stromingen dezelfde bescheidenheid aan de dag leggen.

Beginnen we aan alinea één. De eerste paar zinnen stellen vast dat het anarchisme “in Nederland” geen “revolutionair perspectief” schetst, geen concreet einddoel formuleert, geen strategie weet te ontwerpen, zelfs niet voor “het bouwen van een beweging”. Die bijvoeging “in Nederland” is van belang. Het stelt de auteur namelijk in staat op tegenwerpingen te antwoorden: ja, dat geldt misschien voor het anarchisme in het algemeen wel, maar niet ‘in Nederland’. Later in het stuk wordt ook het anarchisme “in zijn huidige vorm” op de korrel genomen. Net zoiets: het is een soort opt-out-clausule tegenover weerleggingen, die de auteur dan kan erkennen in theorie, maar niet van toepassing op het anarchisme ‘in zijn huidige vorm’. De auteur haalt daarmee het principiële aspect van diens kritiek onderuit, terwijl het verderop in het artikel wel degelijk gaat om pogingen om het anarchisme in de kern te kritiseren. Erg consistent is dat als discussiemethode niet.

Verder zijn de vaststellingen in deze passage niet indrukwekkend. Ze betekenen pas iets voor wie denkt dat ‘het anarchisme’ een éénduidig homogeen ding is, met een hoofdkantoor, een partijbestuur en een beginselprogramma, waarin dan een einddoel wordt geschetst en de weg erheen wordt gewezen. Maar 1. het anarchisme bestaat uit anarchisten en anarchistische netwerken, met de meest uiteenlopende gedachten over wat een revolutie zou kunnen inhouden en hoe we daar komen – en zelfs of het begrip ‘revolutie’ wel omschrijft wat het anarchistische streven eigenlijk is. En 2. anarchisten zijn doorgaans vrij duidelijk over hun doel: een wereld zonder opgelegd gezag, zonder staat en kapitaal en patriarchaat en witte overheersing en natuurverwoesting, een wereld van en voor vrije mensen en andere dieren. Dat is alleen maar ‘geen concreet einddoel’ voor wie een kant en klaar plan verwacht, dat alleen maar doorgevoerd hoeft te worden. Maar omdat volgens anarchisten de noodzakelijk geachte veranderingen doorgevoerd worden door de diverse rechtstreeks betrokken mensen zelf, op de plekken waar ze wonen, werken, leren, spelen, kinderen grootbrengen, zijn die veranderingen net zo veelvormig als al die rechtstreeks betrokken mensen zelf.

Anarchisten kunnen daar algemene suggesties voor doen. Maar een “concreet einddoel” is precies wat het anarchisme niet kan en niet wil geven, omdat dat niet aan één enkele stroming of groep is maar aan al die concrete individuele personen die via hun opstand hun vrijheid veroveren. Zelfs het woord ‘einddoel’ is niet van toepassing: het vrije leven is nooit ‘af’, ieder ‘einde’ is dan ook geen ‘doel’ maar het eind van welk doel dan ook. De vrijheid en de solidariteit zoeken we tegelijk al in het hier en nu, niet pas ‘na de revolutie’. Inderdaad, het anarchisme komt niet “met een eigen plan voor de revolutie”, want de revolutie is niet iets dat zich volgens plan voltrekt, niet volgens dat van mij en hopelijk ook niet volgens dat van jou. Revoluties die dat wel doen, produceren volgens plan meestal ook een planbureau en een heleboel functionarissen om erop toe te zien dat het plan wordt uitgevoerd, plus agenten die er voor zorgen dat iedereen netjes blijft meewerken. Mag ik voor deze participatiemaatschappij bedanken?

Hebben we geen concept voor “het bouwen van een beweging”? Nee. We hebben er namelijk een heleboel, omdat we geen eenvormige stroming zijn, omdat concrete situaties verschillen, omdat we dus allerhande stukken beweging aan het bouwen, opbouwen, uitbouwen zijn. In Nijmegen bouwt de Anarchistische Groep Nijmegen (AGN) hardnekkig aan sociale strijd, en heeft daarvoor zelfs een blaadje met de veelzeggende titel “In Beweging”.[3] In Tilburg netwerken we er opgewekt op los, met een in vier jaar langzaam maar zeker gegroeide 1 mei-traditie als aantoonbaar resultaat, en anarchisten op allerlei plekken als gangmakers actief. Tegen vluchtelingengevangenis Kamp Zeist organiseren anarchisten van de Anarchistische Anti-deportatiegroep Utrecht (AAGU) [4] een campagne die misschien niet het predicaat ‘Beweging’ krijgt van de auteur, maar die door het gezag overduidelijk als hinderlijk wordt ervaren. Anarchisten hebben voor dit alles niet een voor iedereen geldig handboek waarin staat hoe het moet. Anarchisten slaan de plak vaak mis in wat ze doen. En ja, lang niet alle anarchisten steken in dit type bewegingsopbouw energie. Er zijn andere manieren van strijd denk- en doe-baar. Maar dat anarchisten geen idee hebben hoe je beweging opbouwt, is een idee dat nogal weerlegbaar is. Het geldt alleen als je een zeer bepaald concept van ‘beweging’ hanteer, een concept waar het anarchisme dan niet aan blijkt te voldoen. Welk concept mag dat dan wel wezen?

Dan wijst de auteur op een noodzaak tot organisatie, alsof anarchisten die noodzaak zouden ontkennen. “Het kapitalisme is een systeem van klassenonderdrukking en de bevrijding daarvan moet geleid worden door die onderdrukte klassen.” De redenering klopt goeddeels: de onderdrukten dienen vooraan te staan in de bevrijdingsstrijd tegen datgene wat hen onderdrukt: het kapitalisme, de staat, het patriarchaat, de witte overheersing. Ik vind “geleid worden door” daarvoor geen goede formulering, maar dat laat ik hier nu liggen. Maar dan! “Die klassen moeten dus georganiseerd en gemobiliseerd worden.” Door wie? Staat er buiten de klassen een groep klaar om aan het mobiliseren en organiseren te slaan? Zijn die klassen lijdend, eventueel meewerkend, voorwerp (object) en staat het onderwerp, het subject, degene die organiseert/ mobiliseert, ergens buiten die klassen? Dan kun je er donder op zeggen dat na succesvolle mobilisatie en organisatie van die klassen – door anderen dus – die anderen, en niet die onderdrukte klassen de touwtjes in handen hebben. Hetzelfde geldt ook als het subject binnen die klassen staat, en impliciet dus er boven, doordat het zichzelf de rol toedicht die klassen te organiseren en mobiliseren. In beide gevallen zijn het niet die klassen die zichzelf bevrijden, maar een speciale groep die de hoofdrol speelt, als voorhoede nu en als machthebber straks. Een levensgevaarlijk concept dat ons de ene éénpartijstaat na de andere heeft opgeleverd.

Dat we op de vraag die de auteur stelt: “hoe doe je dat?” inderdaad “geen antwoord (…) hebben”, zoals de auteur stelt, is dan ook nogal wiedes. De hele vraag is al verkeerd. Anarchisten is het er om te doen dat mensen in een onderdrukte positie, de leden van die “onderdrukte klassen” zichzelf organiseren en elkaar daarbij helpen, elkaar aanmoedigen – ‘mobiliseren’, overigens een nogal militaristisch woord dat ik graag vermijd – om in beweging te komen. Organisatie en mobilisatie gebeurt in en vanuit de onderdrukte klassen, het is niet iets dat ‘wij’ anarchisten, of tot welke stroming ons we dan ook bekennen, met ‘hun’ moeten gaan doen. Precies die wij-zij-dichotomie is dodelijk. Stromingen die zichzelf wel de rol aanmeten dat zij als subject mensen als object gaan organiseren, verdienen het ten zeerste te worden gewantrouwd, want die vertegenwoordigen de machthebbers van morgen, ook als dat niet hun bewuste ambitie is.

Willen we mensen helpen en aanmoedigen zichzelf te organiseren? Ja. Willen we mensen organiseren? Nee. Dat doen ze in iedere revolutie die bevrijdend werkt gewoon zelf. Als anarchisten helpen we bij die zelforganisatie en zelfbevrijding graag een handje mee, want van ook wij zijn van al die onderworpen mensen een deel.

Voetnoten

namespace/compliment_en_lachspiegel_-_over_de_zoveelste_weerlegging_van_het_anarchisme_deel_1.txt · Laatst gewijzigd: 13/02/18 01:26 door autonomia