Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:de_roode_bibliotheek._anarchisme_literatuur_en_commercie

De Roode Bibliotheek: anarchisme, literatuur en commercie

Door Jaap van der Laan

  • Verschenen: 1989
  • Bron: De Roode Bibliotheek: anarchisme literatuur en kommercie, De AS nr. 86, 1989.

De Roode Bibliotheek: anarchisme, literatuur en commercie

Het eerste boek van de Roode Bibliotheek (RB) dat ik eigens op een rommelmarkt aantrof was De sociale hel van Yves Guyot. Achter deze fascinerende titel, die mij onmiddellijk tot aankoop (twee gulden als ik het me goed herinner) deed besluiten, gaat een voor onze begrippen wel wat drakerige roman schuil, die ik echter geboeid heb gelezen.

Het boek beschrijft de afschuwelijke omstandigheden in een mijnwerkersdorp aan het eind van de vorige eeuw, de armoede, de uitbuiting óók de seksuele uitbuiting, een staking en hoe deze door provocateurs wordt gebroken. Blijkens de voorrede is het boek al in 1870 geschreven en de auteur noemt als zijn drijfveer voor publicatie “dat de volgende bladzijden nog lange tijd van eene allertreurigste werkelijkheid zullen zijn”. En verder: “het heeft zijn nut de sociale kwestieën ook nog elders te behandelen dan in didactische boeken. De roman, uitgaande van het abstracte denkbeeld om op boeiende wijze de dwalingen, de sociale ongerechtigheden, het vooroordeel, de vooringenomenheid, de wederzijdse misdrijven, al wat zich lijnrecht stelt tegen elke oplossing van het groote sociale vraagstuk in concreten vorm over te brengen, bereidt den weg voor het werk der wetenschap, want hij triomfeert over den grootsten hinderpaal van alle vooruitgang, de onwetendheid en onverschilligheid der meer gegoeden”. In een noot worden een aantal moeilijke woorden, zoals didactisch, abstract en concreet, verklaard. Later vond ik de oorspronkelijke Nederlandse uitgave, die in 1890 verscheen bij Faber en Co te Amsterdam, onder de titel De familie Pichot. De sociale hel. Mijn Roode Bibliotheek exemplaar dat in1925 verscheen bevat een letterlijke herdruk van dit boek echter zonder vermelding van de eerdere uitgave en zonder de datering van de voorrede van Yves Guyot (februari 1882).

In het voorwoord dat Ferdinand Domela Nieuwenhuis bij deze uitgave schreef staat dat de schrijver thans minister is, maar niets gedaan heeft om het lot dier arme mijnwerkers te verlichten. “De overheersing van het kapitaal vindt men overal en de arbeiders moeten nooit vergeten dat daaraan niet alleen de ellende van de mijnwerkers, maar van alle arbeiders is toe te schrijven.” (Vgl. de opvatting van Domela Nieuwenhuis met die van Guyot. De laatste ziet de meer gegoeden als grootste hinderpaal voor de vooruitgang terwijl Domela Nieuwenhuis zich richt tot de arbeiders zelf die bewust moeten worden. Misschien toch niet zo verbazend dat de minister Guyot niets deed.)

De aankoop van De sociale hel wekte mijn belangstelling voor de Roode Bibliotheek en al helemaal toen ook nog bleek dat het een anarchistische uitgeverij was. Klaarblijkelijk hadden romans in de beweging een belangrijke bewustmakende rol gespeeld. Kon je misschien spreken van een eigen anarchistische cultuur?

Regelmatig ontdekte ik weer nieuwe titels van de Roode Bibliotheek. De meeste RB uitgaven hebben een karakteristiek uiterlijk en hetzelfde formaat zodat je ze in een oogopslag herkent ineen rij boeken op de markt of op de plank bij een antiquariaat. Van vriendenkrijg je weer andere deeltjes als ze weten dat je er belangstelling voor hebt. Via Gé Nabrink kwam ik in contact met Joop de Roos die een lijst van uitgaven van de Roode Bibliotheek had gemaakt. Aan de hand van wat het Documentatiecentrum Vrij Socialisme en ikzelf verder nog hadden ontstond zo een vrij complete lijst van de Roode Bibliotheekuitgaven. Tenminste van de boeken, de brochures van RB waren veel moeilijker te vinden.

Bij het doorkijken van de vooroorlogse jaargangen van De Vrije Socialist werd al snel duidelijk dat Rijnders niet alles wat hij aankondigde ook uitgaf en dat van de aangekondigde volgorde van uitgaven nog minder klopte. Pas als je een boek of brochure in handen had wist je zeker dat het verschenen was en zo heb ik de publicatie van de lijst van uitgaven van de Roode Bibliotheek die bij het Documentatiecentrum Vrij Socialisme zal verschijnen steeds weer uitgesteld omdat nog zoveel brochures nagetrokken moeten worden. In zijn huidige vorm bevat de lijst 85 brochures, de in de oorlog verschenen Liberta-serie van 25 brochures en 271 titels van boeken.

De eerste uitgaven zijn brochures uit 1906, de laatste verschijnen in 1947. In de loop van 41 jaar heeft Rijnders dus tenminste 380 boeken en brochures het licht doen zien, waarbij herdrukken van brochures nog niet meegeteld zijn, omdat door het vrijwel ontbreken van bibliografische gegevens in de uitgaven nauwelijks is na te gaan wat het jaar van uitgave of de druk is van een brochure. De datering moet dus gegeven worden aan de hand van de eerste aankondiging in De Vrije Socialist, besprekingen in andere bladen en reclames voor de andere RB uitgaven in een brochure. Gerhard Rijnders, die overigens aan het begin van zijn anarchistische carrière gewoon Gerrit heette, was uitgever van De Vrije Socialist na de dood van Ferdinand Domela Nieuwenhuis, en tevens eigenaar van de Roode Bibliotheek. Zijn eerste boeken en brochures verschenen nog onder 'Bureau van Uitgave Gerhard Rijnders' met vermelding van zijn adres in Amsterdam.

Vanaf 1913 heet de uitgeverij De Roode Bibliotheek (RB) te Amsterdam. Als Gerhard Rijnders in april 1924 naar Zandvoort verhuist, wordt verder Zandvoort als plaats van uitgave genoemd. In 1913 verschijnt de eerste serie boeken in afleveringen bij de RB. Het eerste boek van deze uit zes boeken bestaande serie is De Eresabel of de stichting der Fransche Republiek. Rijnders vermeldt geen auteur, naar ik vermoed omdat hij geen rechten betaalde aan de oorspronkelijke Nederlandse uitgever van dit werk van Eugène Sue. Vanaf augustus 1916 verschijnen de series bij de RB onder de naam Bibliotheek voor Ontspanning en Ontwikkeling (BOO) met een serienummer in Romeinse cijfers en een afleveringsnummer in Arabische cijfers. Vanaf serie XIII (1928-1929) wordt De Roode Bibliotheek niet meer genoemd en wordt alleen nog Bibliotheek voor Ontspanningen Ontwikkeling vermeld. Naast de series geeft Rijnders nog brochures en boeken, prentbriefkaarten, wandspreuken, portretten van anarchistische 'heiligen' en jaarlijks antimilitaristische kalenders (deze verschijnen ook nog in 1940 en 1941 maar heten dan vredeskalenders) uit. Na 1932 wordt ook voor deze uitgaven als uitgever de BOO genoemd.

Wat boeit mij nu zo in die Roode Bibliotheek?

Allereerst de omvang. Er zullen niet veel anarchistische uitgeverijen zijn die zo lang bestaan en zoveel titels op de markt brengen. Deze omvang suggereert ook een groot publiek. Naast de vele boeken verschijnen vooral in de laatste twee jaren van de Eerste Wereldoorlog en vlak daarna een groot aantal brochures, vaak redevoeringen van Rijnders of van anderen. Een afspiegeling van een levendige en omvangrijke beweging met veel agitatie, vooral tegen de oorlog.

De series werden via agenten in het land verkocht. Je kon je abonneren voor een jaar en betaalde dan per week of maand. Daarvoor kreeg je tien of twaalf boeken. De RB telt in 1925 42 colporteurs verspreid over het hele land, in 1934 nog 29. De eerste serie, die verschijnt in1916-1917, telt tien delen en kost ƒ5,20. De laatste serie verschijnt nadat hij al in1935 aangekondigd is met veel vertraging uiteindelijk in de loop van 1936, omvat acht delen en kost ƒ9,60 voor de gehele serie. Aan de moeite die het klaarblijkelijk in de jaren dertig kost de boeken te laten verschijnen, is de achteruitgang van de belangstelling voor de uitgaven van Rijnders te zien. In 1935 gaat Rijnders failliet en hij laat daarna alle inkomsten via zijn vrouw lopen.

Oplagen

Het is niet zo makkelijk iets over de oplagecijfers van de BOO te weten te komen. In een advertentie in De Vrije Socialist in oktober 1918 zegt Rijnders al 100.000 boeken van de BOO geplaatst te hebben. Omgerekend over de dertig boeken van de BOO, die dan verschenen zijn of in serie III zullen verschijnen, kom je op een oplaag van 3000 tot 3500 per deel. Uit de aankondigingen voor de eerste serie van de BOO (1916-1917) kom ik op 1500 tot 2000 intekenaren, zodat bovenstaande schatting te hoog zal zijn. In 1929 zegt Rijnders in dertien jaar 200.000 boeken onder de mensen te hebben gebracht. Er zijn dan ca. 150 titels verschenen waardoor de oplagecijfers ongeveer 1500 zijn. Daarom denk ik dat je wel kunt stellen dat de oplage van de eerste series ongeveer 2000 exemplaren per deel bedragen hebben en dat de latere series in kleinere oplages over de huiskamertafels van de colporteurs gegaan zijn. Dit zijn voor anarchistische uitgeverijen fikse oplages. Voortdurend vind je in De Vrije Socialist aansporingen van Rijnders om in te tekenen op de BOO; geen wonder als je je realiseert dat Rijnders moest leven van de opbrengst van de krant en de BOO. Een tweede punt dat mijn belangstelling wekte is de bonte verzameling titels die onder de vlag van Ontspanning en Ontwikkeling uitkwam. Grofweg zijn drie categorieën te onderscheiden: ten eerste de politieke uitgaven (anarchistische, antimilitaristische en atheïstische teksten). Ten tweede de categorie ontspanning (dit zijn sociale romans, bundels met 'onze' liederen, sprookjes enz.). Een derde categorie kan worden samengevat onder de noemer ontwikkeling. Dit zijn boeken over het heelal, de evolutie, geneeskunde, land- en volkenkunde etc.

De uitgaven van de RB buiten de BOO series vallen meest in de eerste categorie. Ook in de BOO hebben veel boeken wel een meer of minder duidelijk anarchistisch karakter. Het ligt bijvoorbeeld voor de hand dat je er teksten van F. Domela Nieuwenhuis aantreft, het is tenslotte diens fakkel die Rijnders brandende tracht te houden. Zo'n dertig titels van de RB en BOO zijn van Domela Nieuwenhuis. Van Rijnders zelf verschijnen 36 titels, voornamelijk brochures, en dan ook meest bij de RB. De gehele Libertas-serie is eveneens van de hand van Rijnders. Ook andere bekende namen zijn in de lijst te vinden: Peter Kropotkin, Sebastien Faure, Jean Grave, Elie en Élisée Reclus, Leo Tolstoj, John Henry Mackay, Max Stirner en anderen. Opvallend hierbij is dat het vooral de klassieke teksten zijn die Rijnders uitgeeft. De ontwikkeling die het anarchistische denken onder invloed van bijvoorbeeld de Russische Revolutie ondergaat lijkt geheel aan de RB en BOO voorbij te zijn gegaan.

Geschiedenis van de Makhnobeweging van Peter Arshinov en Sociaal Anarchisme van Alexander Berkman verschijnen respectievelijk bij De Boemerang en bij de Vereniging Anarchistische Uitgeverij (VAU). Andere belangrijke teksten, zoals Max Nettlau's Der Volfrühling der Anarchie, worden al helemaal niet vertaald. Als Rijnders al nieuwe vertalingen uitgeeft zijn het teksten van Kropotkin, zoals De Franse Revolutie en Ethiek, of teksten uit de individueel anarchistische hoek, bijvoorbeeld van J.H. Mackay. Zo'n 40 procent van de BOO uitgaven zijn romans. Klassieke sociale romans, zoals het al genoemde De sociale hel en de herdruk van De groote werkstaking van Charles Malato, dat eerder bij L. de Boer in Amsterdam in de vertaling van R.A. van Renesse verscheen, maken hier een groot deel van uit. Maar wat te denken van Goud-Elsje door E. Marlitt of Het bordeel van Anna Marcovna door Alex Kouprine. In een aantal andere is de sociale kwestie nog wel terug te vinden, al zijn ze lang niet altijd meer goed te lezen. Wat de romans van Emile Zola nu zo populair maakt dat er zes, vaak nog in meerdere delen, in de BOO zijn verschenen is me niet erg duidelijk. Het naturalisme baseert zich dan wel op de exacte wetenschappen en past daardoor wel bij de andere uitgaven op het gebied van land- en volkenkunde maar dat het de mens als onvrij ziet, namelijk bepaald door natuur en erfelijkheid, kan ik niet zo libertair vinden. Misschien is het wel omdat Zola weinig blad voor de mond neemt in vergelijking met andere 19de eeuwse schrijvers.

Overigens is meer dan de helft van de sociale romans uit de BOO series roofdruk van eerder, vaak al aan het eind van de 19de eeuw verschenen boeken. Een klein aantal van de romans betreft nieuwe vertalingen, bijvoorbeeld de roman Alf van Bruno Vogel, die homoseksualiteit behandelt en de twee romans van Ben Traven die door Rijnders vertaald zijn. Op de kwaliteit van de vertalingen van Rijnders valt overigens nog wel het een en ander af te dingen.

De oorspronkelijke Nederlandse romans die voor het eerst bij de BOO verschijnen zijn op de vingers van één hand te tellen. Alleen De Autobandieten van Anton Constandse, Kikkerdorp en de Kikkerdorpers van A. van Emmenes en Het einde van een jongensoorlog van Joan A. Nieuwenhuis zijn ook nu nog leesbaar.

Onder de derde categorie valt een boek als Huwelijk en liefde in de glanstijdperken van Oostersche beschaving, zeer softe porno, vermomd als land- en volkenkunde. Het geslachtsleven van de man en Het geslachtsleven van de vrouw zijn duidelijk wel bedoeld als voorlichtingsboeken. Voor mij zijn de boeken van Elie Reclus over vergelijkende volkenkunde, die al in 1898 bij Sterringa verschenen zijn en die vijfentwintig jaar later herdrukt worden in de BOO, interessanter. De wetenschappelijke waarde ervan kan ik niet beoordelen, maar ze zijn nog steeds goed te lezen.

Het derde aspect wat mij zo in de RB en BOO boeide was de al eerder geformuleerde vraag: bestond er een anarchistisch te noemen cultuur op het gebied van de literatuur? In eerste instantie hoopte ik het antwoord op deze vraag inde RB en BOO te kunnen vinden. Naarmate ik meer van de uitgaven te weten kwam werd wel duidelijk dat de RB misschien in het tweede decennium van deze eeuw representatief voor de beweging was maar daarna beslist niet meer. Het Libertas-schandaal in 1923 moet al tot de conclusie leiden dat Gerhard Rijnders zich door zijn financiële wanbeleid en autocratische instelling van een deel van de beweging geïsoleerd had.

De BOO lijkt in haar uitgavenbeleid meer te teren op oude 'bestsellers' dan te vernieuwen en wat nog aan nieuwe teksten verscheen was van een dubieuze kwaliteit, qua vertaling. Ook in zijn herdrukken scheen Rijnders wel eens in de tekst te snijden als het geplande aantal katernen overschreden dreigde te worden. Een fatsoenlijke boekhandel verkocht daarom geen RB uitgaven (mond. mededeling).

Andere uitgeverijen, bijvoorbeeld De Fakkel van Henk Eikeboom en de Vereniging Anarchistische Uitgeverij (VAU) zijn wat vernieuwing betreft veel interessanter. Ook kwalitatief leveren ze betere teksten.

In de RB en BOO vind je overigens wel teksten die stellig belangrijk waren aan het eind van de 19de en begin 20ste eeuw. Het lijkt of Rijnders en met hemde intekenaren op de BOO in deze periode zijn blijven steken, totdat deze groep zover uitgedund was, dat rond1935 verdere uitgaven niet meer haalbaar waren.

Aan de hand van de RB en BOO uitgaven is dus de vraag of er een anarchistisch te noemen cultuur bestond niet te beantwoorden. Wel kunnen deze uitgaven, die nog betrekkelijk makkelijk te vinden zijn, een sleutel zijn bij het zoeken naar oudere uitgaven, uit een tijd dat de anarchistische beweging nog veel minder duidelijke uitgekristalliseerd was.

Voor het antwoord op bovengenoemde vraag moet dus naar andere bronnen worden omgezien.

Literatuur

  • Jong, Albert de, Het Libertas-schandaal, Amsterdam 1923
  • Nooy, Wouter de, Lektuur voor Anarchisten, een onderzoek naar de Roode Bibliotheek (Werkstuk Literatuursociologie KHT), Tilburg 1984
  • De Vrije Socialist, 1906-1940
namespace/de_roode_bibliotheek._anarchisme_literatuur_en_commercie.txt · Laatst gewijzigd: 26/09/20 06:39 door defiance