Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


Action disabled: revisions
namespace:wat_is_een_anarchist

Wat is een anarchist?

Door Emile Armand


Wat is een anarchist?

I.

Een volslagen ongeordende massa mensen, handelingen en ideeën, een wanordelijke, verbitterde, genadeloze strijd, een permanente leugen, een rad dat blindelings ronddraait en iemand het ene moment naar de top voert om hem het volgende moment meedogenloos te vermorzelen, dat zijn allemaal beelden waarmee de huidige maatschappij beschreven zou kunnen worden, vooropgesteld dat het mogelijk is haar te beschrijven. De kwast van de allergrootste schilder en de pen van de allergrootste schrijver zouden breken als glas, als ze gebruikt zouden worden om zelfs maar een flauwe afspiegeling uit te beelden van het tumult en de wirwar die ontstaan als resultaat van het botsen van verlangens en aspiraties, van gevoelens van haat en gevoelens van toewijding waardoor de verschillende categorieën waarin de mensen onder te verdelen zijn, worden getroffen en met elkaar worden vermengd.

Wie zal ooit een exacte beschrijving geven van de nooit eindigende strijd tussen privébelangen en collectieve behoeften? Tussen de gevoelens van het individu en de ratio van de grootste gemene deler? Dat zijn allemaal aspecten van de huidige maatschappij, en ze zijn allemaal bij elkaar ontoereikend om deze te beschrijven. Een minderheid die beschikt over het vermogen om te laten produceren en consumeren, of over de mogelijkheid om een parasitair bestaan te leiden, iets dat allerlei uiteenlopende vormen kan aannemen: het bezit van onroerend of roerend goed, van kapitaal in de vorm van werktuigen en in de vorm van geld, van kapitaal in de vorm van onderwijs en in de vorm van opvoeding.

En daartegenover een onmetelijk grote meerderheid die niets anders bezit dan zijn spierkracht of zijn intelligentie, of andere productieve organen die zij verplicht is te verhuren, te verpachten of te prostitueren, niet alleen om zichzelf het voedsel te verschaffen dat nodig is om niet van honger om te komen, maar ook om een klein aantal personen dat de macht van het bezit en de macht van het bepalen van de handelswaarde in handen heeft, in de gelegenheid te stellen meer of minder royaal op haar kosten te leven. Een grote massa mensen die onderworpen zijn aan eeuwenoude, overgeërfde vooroordelen, de rijken omdat die in hun voordeel werken, en de armen omdat ze in totale onwetendheid verkeren of daar niet uit willen ontsnappen; de grote massa die het geld verheerlijkt en waarvoor de rijk geworden mens het ideaalbeeld is; de heerschappij van de middelmaat, die noch tot intens slechte, noch tot grootse, verheven daden in staat is; de meute lamlendigen, zowel uit de hoogste als uit de laagste klasse, die geen echte aspiraties hebben, die geen ander doel hebben dan het bereiken van een situatie waarin ze zich prettig voelen zonder er iets voor te hoeven doen, en die bereid zijn daarvoor desnoods hun vrienden van gisteren, die de verschoppelingen van vandaag zijn, te vermorzelen.

Al het tijdelijke dat voortdurend permanent dreigt te worden en al het permanente dat nooit iets anders dreigt te zijn dan tijdelijk. Levenswijzen die geheel in strijd zijn met overtuigingen die verkondigd worden, en overtuigingen die dienen als opstapje voor louche ambities. Vrijdenkers die nog klerikaler blijken te zijn dan de klerikalen, en vromen die zich platvloerse materialisten betonen. Oppervlakkigheid die wil doorgaan voor diepgang en diepgang die er niet in slaagt serieus genomen te worden. Je kunt steeds weer zeggen dat de maatschappij zo in elkaar zit, en niemand zal je tegenspreken; toch is het iedereen die tot nadenken in staat is duidelijk dat deze beschrijving de realiteit bij lange na niet dekt. Hoe komt dat? Omdat ieder gezicht schuilgaat achter een masker; omdat niemand zijn best doet om te ‘zijn’, omdat iedereen uitsluitend streeft naar ‘uiterlijke schijn’. ‘Uiterlijke schijn’, dat is het hoogste ideaal, en dat men uit alle macht probeert in goeden doen te raken of rijk te worden, komt doordat men als machtig gezien wil worden en alleen geld tegenwoordig de mogelijkheid biedt om belangrijk te zijn.

Van de allerrijksten tot de allerarmsten, van de meest ontwikkelde tot de analfabeet, iedereen is bezeten van deze obsessie, deze passie, dit vurige streven naar uiterlijke schijn, naar datgene wat ertoe kan leiden iets te betekenen in de ogen van anderen. De arbeider die kwaadspreekt van zijn ploegbaas, wil zelf ploegbaas worden; de zakenman die zijn handelseer van onschatbare waarde acht, ontziet zich niet uitermate louche zaakjes te doen; de kleine winkelier die lid is van patriottische en nationalistische kiescomités, gaat in allerijl zijn bestellingen plaatsen bij een buitenlandse fabrikant, zodra dat hem extra winst oplevert; het socialistische parlementslid, de voorvechter van het armoede lijdende proletariaat dat op elkaar gepakt leeft in de stinkende buurten van de stad, woont riant in een groot herenhuis buiten de stad of in een van de rijke wijken waar frisse lucht in overvloed is. De vrijdenker trouwt vaak nog in de kerk en laat er dikwijls zijn kinderen dopen; de gelovige durft zijn ideeën niet openlijk te verkondigen, omdat men nogal geneigd is het geloof belachelijk te maken. Waar vindt men nog eerlijkheid en oprechtheid? Alles is verrot. Dat zien we binnen het gezin, waar vader, moeder en kinderen elkaar vaak niet kunnen luchten of zien, en elkaar voor de gek houden door te zeggen dat ze van elkaar houden en vooral door te doen of ze aan elkaar gehecht zijn. We constateren het ook bij het echtpaar, waar de man en de vrouw - die niet bij elkaar passen - elkaar bedriegen zonder dat ze de keten die hen aan elkaar vastgeklonken houdt, durven te verbreken. Het is ook duidelijk binnen een groep, waarin iedereen ten koste van zijn buurman in een goed blaadje probeert te komen bij de voorzitter, de secretaris of de penningmeester, in de hoop hun plaats te kunnen overnemen, wanneer zij tot de conclusie komen dat hun positie hen geen voordeel meer oplevert. Het is in zeer hoge mate te zien in daden van zelfopoffering, in acties die veel opzien baren, in privégesprekken, in officiële redevoeringen. Beschouwd worden als! Beschouwd worden als! Beschouwd worden als!: als zuiver, belangeloos, edelmoedig - terwijl men zuiverheid, belangeloosheid en edelmoedigheid als loze kreten beschouwt - als ethisch, oprecht, deugdzaam - terwijl oprechtheid. deugdzaamheid en ethiek wel de allerlaatste zaken zijn waarom degenen die ze verkondigen, zich bekommeren.

Waar vind je nog iemand die niet aan deze verwording onderhevig is, die geen uiterlijke schijn nastreeft. We willen niet beweren dat we nog nooit zo iemand zijn tegengekomen. We constateren alleen dat oprechte, werkelijk totaal oprechte mensen zeldzaam zijn. We beweren dat het aantal menselijke wezens dat bij hun handelingen niet het eigenbelang in het oog houdt, uitermate beperkt is. Ik heb - terecht of onterecht - meer respect voor degene die heel cynisch erkent dat hij wil genieten van het leven door te profiteren van anderen, dan voor de liberale, filantropische bourgeois die galmend grootse en verheven woorden van zijn lippen laat rollen, maar wiens rijkdom gebaseerd is op het stiekem uitbuiten van arme sloebers.

We zullen als tegenwerping te horen krijgen dat we ons laten meeslepen door onze verontwaardiging; dat er om te beginnen geen enkel bewijs voor is dat onze woede en onze scheldkanonnade niet evenzeer een manier zijn om een bepaalde schijn te wekken. Maar u moet wel bedenken dat de woorden die u hierna gaat lezen opmerkingen zijn, meningen en stellingen, en dat het aan de lezer is te bepalen wat die waard zijn. De volgende pagina’s zijn niet voorzien van een keurmerk dat aangeeft dat ze absoluut juist en foutloos zijn. Het is in het geheel niet onze bedoeling ook maar iemand tot onze zienswijze te bekeren. Wij willen degenen die onze woorden tot zich nemen aan het denken zetten, met dien verstande dat zij datgene wat niet met hun eigen inzichten strookt kunnen accepteren of verwerpen.

Ook zal ons tegengeworpen worden dat we een en ander te afstandelijk behandelen, of vanuit een metafysisch standpunt, dat we uit deze hogere sferen moeten afdalen en ons bezig moeten houden met de concrete werkelijkheid; dat de werkelijkheid het volgende inhoudt: dat de huidige maatschappij het resultaat is van een langdurig historisch proces, misschien nog steeds in de beginfase verkeert, dat de mensheid, of de verschillende mensheden simpelweg alleen bezig zijn met het zoeken of voorbereiden van de te volgen route, dat ze op de tast voortgaan, struikelen, het spoor bijster raken, de weg weer terugvinden, vooruit gaan, achteruit gaan - dat ze soms tot in hun diepste diepte geschokt worden als gevolg van bepaalde crises, dat ze nu eens over de levensweg voortsnellen en daarna hun tempo weer vertragen of pas op de plaats maken — dat men maar een klein beetje hoeft te krabben aan het laklaagje, het vernis, de oppervlakte van de hedendaagse beschavingen, om te stuiten op de totale ongestructureerdheid, de kinderlijke onnozelheid en alle bijgelovigheden van de prehistorische mens.

Dat ontkent toch ook niemand? We zijn het er zelfs mee eens dat al deze dingen de kwestie van ‘het probleem mens’ uiterst ingewikkeld maken.

En tenslotte zal men als tegenwerping aanvoeren dat het waanzin is te trachten te ontdekken en vast te stellen waar de individuele verantwoordelijkheid begint, dat het individu volledig is ingebed in en opgaat in zijn omgeving, dat zijn denken en handelen een afspiegeling zijn van het denken en handelen van de mensen om hem heen - dat het ook niet anders kan zijn en dat het verschijnsel dat men op de maatschappelijke ladder van hoog tot laag streeft naar ‘uiterlijke schijn’ en niet naar werkelijk ‘zijn’, het gevolg is van het huidige stadium waarin de algemene evolutie zich bevindt en niet de schuld is van het individu, het lid van de gemeenschap, het minuscule deeltje dat teloorgaat in een ontzagwekkend groot geheel.

Als antwoord daarop zeggen we ronduit dat we ook niet het idee hebben dat we schrijven voor alle mensen die samen de maatschappij vormen. Men moet goed begrijpen dat we ons richten - we zeggen het nogmaals - tot degenen die nadenken of ‘op weg zijn tot nadenken te komen’ - tot degenen die er genoeg van hebben dat ze gedwongen zijn te wachten op de grote groep die niet kan of wil nadenken — tot degenen die geen genoegen nemen met uiterlijke schijn en die het huidige stadium van de algemene evolutie zeer onbevredigend vinden. Wij schrijven voor degenen die nieuwsgierig zijn, die denken en kritisch zijn — voor hen die zich niet willen neerleggen bij clichés waarover geen enkele discussie mogelijk is of bij oplossingen die niet meer zijn dan lapmiddelen. Het is of het een of het ander:

Ofwel we kunnen alleen maar de onverbiddelijke evolutie langzaam verder laten gaan, ons lafhartig neerleggen bij de omstandigheden, passief toezien hoe de gebeurtenissen aan ons voorbijtrekken en, in afwachting van betere tijden, zeggen dat alles goed is in de best mogelijke maatschappij. Voor degenen die deze zienswijze delen zullen onze stellingen en meningen volkomen oninteressant zijn.

Ofwel het is mogelijk - zonder meteen overdreven optimistisch te worden - van de grote weg af te gaan, zich even terug te trekken op een heuveltje, bij zichzelf te rade te gaan, in zichzelf te peilen waar de diepe wortels liggen van het eigen gevoel van onbehagen.

Wij richten ons tot degenen aan wie de huidige maatschappij geen bevrediging biedt - tot degenen die vurig verlangen naar een leven dat echt is, naar handelen dat werkelijk iets voorstelt, terwijl alles wat ze om zich heen zien gekunsteld en irreëel is. Er zijn mensen die smachten naar harmonie en zich afvragen waarom om hen heen alom wanorde heerst en naasten elkaar op leven en dood bestrijden. Zij zullen bij het lezen van deze pagina’s wellicht een antwoord vinden op hun bange vragen.

Samenvattend: Degene die nadenkt en mensen en dingen aandachtig in ogenschouw neemt, loopt in het geheel van feitelijkheden dat men aanduidt als ‘de maatschappij’ tegen een barrière aan die zo hoog is dat het vrijwel onmogelijk is te komen tot een echt, vrij, onafhankelijk, individueel leven. Dat is voor hem voldoende reden die barrière als slecht te kwalificeren en te willen dat deze verdwijnt.

II.

weinig mensen die een zo naieve en ver van de realiteit afstaande optimistische kijk op de wereld hebben dat ze verkondigen dat de maatschappij volmaakt is. Dat soort mensen is zo zeldzaam dat het aantal maatschappijhervormers, maatschappijverbeteraars en maatschap- pijveranderaars ontelbaar groot is. Het is niet waar dat alle mensen tevreden zijn met hun lot; in werkelijkheid klaagt iedereen over zijn lot, zelfs de best bedeelde. We willen hier niet ingaan op de vraag in hoeverre deze jammerklachten terecht zijn, maar dat ze bestaan is overduidelijk, en de algemene stelling is dat pijn en verdriet overal ter wereld heersen. Dat ze in hun meest extreme vorm enigszins afgenomen zijn is - zo kan men zeggen - te danken aan de paar personen die pijn en verdriet hebben ondergaan en daaraan uiting hebben gegeven op een intenser, indringender, aangrijpender manier dan hun lotgenoten. Een mens lijdt nu eenmaal minder doordat anderen erger hebben geleden. Men zal ons erop wijzen dat die paar mensen het lijden van alle mensen uit hun leefwereld hebben samengebald, geconcretiseerd, vorm gegeven - dat zij de woordvoerders, de vertegenwoordigers, als het ware de afgevaardigden zijn geweest van de zieltogende grote massa die wordt vermorzeld onder de last van pijn en verdriet en die haar wanhoop nooit anders kan uiten dan in verwarde, ongearticuleerde kreten. Wie zal het zeggen?

Ze hebben, zelfs terwijl ze gemarteld werden, verklaard en uitgeroepen dat ze de wanhopige snikken van de grote massa’s hebben gehoord. We kennen hun getuigenissen, en die verdienen beslist ons respect, maar we weten niet of ze niet hun eigen lijden hebben uitgeroepen tot ‘het lijden van allen’.

Ze maken ons deelgenoot van hun eigen gevoelens van angst en wanhoop, de weeklacht van de ellende van de hele wereld wordt gefilterd door hun persoonlijke waarneming en dikwijls door hun eigen genereuze gevoelens. In werkelijkheid is het grootste struikelblok voor hun bevrijdingswerk altijd precies die grote massa geweest die ze wilden bevrijden. De gehele geschiedenis levert daarvan het bewijs: op elke bladzijde wordt verteld over hoogstaande mensen, met een heel groot hart en een heel groot verstand, die zich hebben ingezet en opgeofferd voor de grote meerderheid, die hen zodra het moment van handelen was aangebroken of zodra het gevaarlijk begon te worden, verraadde of in de steek liet.

Als men dat in aanmerking neemt, wordt het van ondergeschikt belang zich het hoofd te breken over de vraag of zij uiting gaven aan de verlangens van de mensen die hen op het beslissende moment aan hun lot overlieten. Als wij in staat zouden zijn de lichtstraal van een sterke lantaarn tot in hun diepste innerlijk te laten doordringen, dan zouden we naar alle waarschijnlijkheid zien dat zij, terwijl ze wegteerden in kerkers, de treden van het schavot of de brandstapel opgingen, het bittere, intense genot smaakten dat iedereen voelt die lijdt omdat hij zijn concrete leven en zijn innerlijke meningen en overtuigingen met elkaar in overeenstemming heeft gebracht.

Ik kom nog even terug op de ‘maatschappijhervormers’.

Wanneer men goed bekijkt wat zij voorstellen, valt al heel gauw op dat er iets aan hun plannen schort: religieuze hervormers zien de individuele mens uitsluitend als het middel waarmee de godheid zijn bedoelingen openbaar kan maken, wethervormers zien hem als een volledig van de wet afhankelijke factor en socialisten beschouwen hem als een werktuig, een soort productie- en consumptieapparaat; zij hebben het steeds over de verantwoordelijkheid van de mens ten opzichte van respectievelijk god, de wet en de maatschappij, maar nooit over zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van zichzelf; zij willen een kneedbaar werktuig van hem maken, dat nuttig is voor hun doeleinden, zij negeren hem volledig als op zichzelf staand wezen.

En die lacune wordt opgevuld door het anarchisme.

Er is veel geredetwist en gediscussieerd over de rol, de waarde, de werkelijke betekenis van het anarchisme als stroming. Men heeft er allerlei etiketten op geplakt. Men heeft het gelijkgesteld aan terrorisme en nihilisme, men heeft het ingedeeld bij het socialisme en het bestempeld als de partizanenafdeling daarvan, men heeft er een onderdeel van het revolutionair syndicalisme van gemaakt. Men heeft het laten ontstaan uit de ideeën van Babeuf, van Saint-Simon, van Fourier, uit het boeddhisme, de Internationale, het oorspronkelijke christendom. Men heeft het overgoten met alle mogelijke sausjes.

Wij zullen trachten enige duidelijkheid te scheppen in deze warboel, die door sommigen opzettelijk in stand wordt gehouden en door velen tot hun eigen voordeel wordt misbruikt. Het is niet onze bedoeling een volkomen vastliggende leerstelling te presenteren of de bouwstenen aan te dragen voor een anarchistisch reglement: als we dat zouden doen, zou niemand daarin met ons meegaan, en dat is maar goed ook: en verder gaan we te werk volgens een methode die het onmogelijk maakt dat het idee postvat dat er sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid: we poneren onze meningen en stellingen en trekken daaruit conclusies die heel eenvoudig te verifiëren, te accepteren of te verwerpen zijn.

Het woord ‘anarchie’ is samengesteld uit twee Griekse woorden die samen zo ongeveer de betekenis hebben van ‘het afwijzen of de afwezigheid van overheid, gezag, bevelstructuur’. Soms wordt het gebruikt als synoniem van ‘ordeloosheid’, maar die betekenis interesseert ons niet. Bij uitbreiding is het woord ‘anarchie’ de aanduiding voor een bepaalde filosofische opvatting over de maatschappij of het leven van de individuele mens, dat elk idee van overheid of gezag uitsluit:

  • een anarchist is iemand die ideeën of handelingen die het gevolg zijn van of resulteren in anarchie, voorstaat of in praktijk brengt;
  • anarchisme is het theorievormende, praktische of beschrijvende onderzoek van het geheel van ideeën of handelingen die voortkomen uit of leiden tot anarchie.

Praktisch gezien kan volgens ons voor de term ‘anarchist’ de volgende omschrijving gehanteerd worden: ieder wezen dat op basis van serieus nadenken en afwegen komt tot het afwijzen, het loochenen van ieder extern gezag of van buitenaf opgelegde dwang, ongeacht of dat gezag van politieke, geestelijke of economische aard is. Deze omschrijving kan op verschillende manieren nader worden uitgewerkt: men kan zeggen dat een anarchist iemand is die welbewust de overheersing van de ene mens door de andere afwijst, alsook het economische uitvloeisel daarvan: de uitbuiting van de ene mens door de andere; of men kan zeggen dat een anarchist iemand is die de maatschappij ziet als een samenstel van in vrijheid gesloten persoonlijke verbintenissen. Het is moeilijk vast te stellen waar de historische oorsprong van het anarchisme als stroming ligt. De eerste anarchist was ontegenzeglijk de eerste mens die bewust in actie kwam tegen de onderdrukking door één persoon of door een groep; dat zou ons in de tijd terugvoeren tot voorbij prehistorische tijden. In legenden en historische verhalen worden namen van anarchisten genoemd: Prometheus, Satan, Socrates, Epictetos, Diogenes, Robin Hood kunnen in verschillende opzichten als anarchisten worden aangemerkt.

In filosofisch opzicht lijkt het begin van de huidige anarchistische beweging te liggen in de Renaissance, in de Reformatie om precies te zijn, want deze deed in het denken de ideeën ontstaan van vrij wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de bijbel en ging als gevolg daarvan verder dan degenen die de Reformatie op gang brachten voor ogen stond, want dat leidde tot de algemene verbreiding van kritisch denken op alle gebieden. Het vrije denken als geesteshouding was ontstaan, maar in plaats van zich verder te ontwikkelen en ook te komen tot een rationeel-kritisch onderzoek van menselijke instituties en conventies, is het niet meer dan een willoos werktuig in de handen van een politieke groepering; het is niet verder gekomen dan het ontrafelen van de kinderlijke fabeltjes waarop orthodoxe christenen hun geloofsovertuigingen baseren. Daarin is deze beweging blijven steken en zij is niet in de voetsporen getreden van de meest onverschrokken voormannen ervan.

Toen kwam de anarchistische beweging die het werk van het vrije denken verder voerde en voltooide door handvesten en wetten, onderwijsdoelen en -programma’s, alle voorkomende vormen van economische omstandigheden en maatschappelijke betrekkingen te onderwerpen aan een analyse door het individu; de anarchie is de gevaarlijkste oppositiebeweging waarmee regeringstirannieën ooit te maken hebben gekregen. Het gevolg daarvan was dat anarchisten op een onvoorstelbare manier werden vervolgd, vooral ook omdat zij de daad bij het woord voegden en tot het uiterste gingen in hun aanvallen en hun verzet: ze werden uit de beschaafde maatschappij verbannen, opgejaagd als wilde dieren, dikwijls alleen maar omdat ze zich in woord of geschrift in felle bewoordingen hadden geuit.

Historisch gezien wordt de anarchie gewoonlijk beschouwd als een onderdeel van de arbeidersbeweging, die onder de naam Internationale tot ontwikkeling kwam tegen het einde van het bewind van Napoleon III. Dat is niet juist. De haat en het gescheld die Karl Marx, de grote profeet van het wetenschappelijk socialisme, uitstortte over Michael Bakoenin, kwamen niet voort uit diepgaande ideële of ethische verschillen. Bakoenin en zijn vrienden werden uit de Internationale gezet omdat zij voorstanders waren van federatieve verbanden, decentralisatie en opstand, en daarom tegenstanders waren van de etatistische kant - het veroveren van zetels in het parlement - die de socialisten begonnen op te gaan. De vrienden van Bakoenin, de federalisten, verklaarden uitdrukkelijk dat zij collectivistisch waren, en een aantal van hen verwijt heden ten dage het socialisme dat het zich die kwalificatie heeft toegeëigend; het waren federalisten die in het Middellandse Zeegebied Het Kapitaal, het hoofdwerk van Marx, vertaalden en verspreidden. Zeker, Bakoenins ideeën neigden - dikwijls in uiterst felle en soms op heel diepzinnige wijze, sterk naar het anarchisme, veel meer dan die van degenen die zijn werk voortzetten, maar als men de Jura Federatie nauwkeurig bestudeert (en het komt absoluut niet bij ons op geringschattend te doen over het werk dat deze in haar tijd deed) dan komt men daarin allerlei aspecten tegen die terugverwijzen naar het socialisme van vroeger: het geloof in gelijkheid, broederschap tussen alle mensen; ideeën over universele solidariteit en liefde, over hoe men in de toekomst zal samenleven, over de revolutie die de menselijke soort zal redden en op slag zal veranderen - allemaal opvattingen die het anarchisme, net als alle andere onderwerpen, onderwerpt aan onderzoek door het individu, en die in geen enkel opzicht specifiek anarchistisch zijn. In werkelijkheid is het zo dat de federalisten binnen de Internationale naar het anarchisme neigden wat betreft hun opvatting over de tactiek en de organisatie van de socialistische beweging. Verder verschilden zij in geen enkel opzicht van de socialisten-revolutionairen van toen.

Anarchisten, die niet meedoen, die partijloos zijn, een soort verdoolde kinderen, de levende antithese van het socialisme, gaan in alle opzichten volledig in tegen de maatschappij waarin zij leven. De hedendaagse mens wordt gekenmerkt door de behoefte, het verlangen, de zucht naar ‘uiterlijke schijn’, de anarchist onderscheidt zich daarvan door zijn vurig verlangen om te ‘zijn’; vooral en bovenal geldt dat de anarchist ‘is’ of onderweg is om te komen tot ‘zijn’.

Omdat het anarchisme zichzelf situeert buiten de algemeen geldende regels en de gezagsinstanties die daarover zeggenschap hebben, is het niet uitsluitend een theorie, een houding, maar is het een manier van leven. Het is niet een stelsel, een verzameling voorschriften, een steriele filosofie, nee, het is iets dat constant wordt toegepast, iets dat elke dag weer wordt verwezenlijkt en in praktijk gebracht! Dat de anarchist de wet loochent, in opstand komt tegen het gezag van de vertegenwoordigers ervan, komt doordat hij zegt zelf zijn eigen wet te kunnen zijn en in zichzelf de kracht te kunnen vinden die nodig is om te bestaan en te handelen, zonder ingrijpen van buitenaf en ook zonder geschipper en gemarchandeer. Zoals reeds gezegd, ziet hij leefgemeenschappen uitsluitend als associaties van kameraden die verenigd worden door gezamenlijk gemaakte afspraken en vrijwillige arbeid. De wereld waarin hij opgroeit, moet om zichzelf in stand te houden en te blijven voortbestaan een beroep doen op talloze vormen van gezag: het gezag van god, dat van wetgevers, van rijkdom, van aanzien en eerbiedwaardigheid, van voorouders, van allerlei soorten programmatische structuren. De anarchist gaat alleen bij zichzelf te rade; hij onderzoekt en overweegt alles, en accepteert of verwerpt al naar gelang de geponeerde of uiteengezette ideeën wel of niet in overeenstemming zijn met zijn levensopvatting en met wat hij persoonlijk nastreeft. Alle mensen accepteren dat ze worden gevormd door hun leefomgeving; de anarchist daarentegen doet zijn best - uiteraard rekening houdend met de onvermijdelijke beperkingen van fysieke aard — om in de eerste plaats zelf te bepalen wie en wat hij is en vervolgens een rol te vervullen in het vorm geven aan de leefomgeving.

Samenvattend: de anarchisten stellen zich:

a) een menselijk ideaal: de anarchist, de individuele mens die opgelegd gezag afwijst, alsook de economische tegenhanger daarvan, uitbuiting; het wezen waarvan het leven bestaat uit een onafgebroken tegenactie tegen een leefomgeving die niet in staat en niet bereid is hem te begrijpen of het met hem eens te zijn, aangezien de personen die gezamenlijk deze leefomgeving vormen de slaven zijn van onwetendheid, apathie, gebreken die van voorouders zijn overgeërfd en respect voor gevestigde zaken.

b) Een geestelijk ideaal: het bewust levende individu dat toewerkt naar zijn volledige bevrijding, dat streeft naar de totstandkoming van de nieuwe mens, dat wil zeggen de mens zonder góden of meesters, zonder geloof en zonder wetten, de mens die geen enkele behoefte heeft aan regulering of dwang van buitenaf, omdat hij voldoende geestelijke kracht bezit om te bepalen wat hij als individu nodig heeft, om de grote drang van zijn gevoelens aan te wenden om zich verder en breder te ontwikkelen, zijn leefervaring te verveelvoudigen en zijn persoonlijk evenwicht te bewaren.

c) Een maatschappelijk ideaal: de anarchistische leefwereld, een maatschappij waarin mensen - alleen of in gemeenschap levend - in intellectueel, ethisch en economisch opzicht - hun eigen individuele leven bepalen door een overeenkomst die in vrijheid wordt gesloten en nageleefd, die gebaseerd is op ‘wederkerigheid’, daar deze rekening houdt met de vrijheid van allen, zonder de vrijheid van de enkeling in te perken.

III.

Het overzicht in vogelvlucht dat we hiervoor hebben gegeven, verklaart de houding die de anarchist inneemt tegenover maatschappijhervormers. In alle stelsels van vernieuwing of verbetering die naar voren worden gebracht, wordt het individu, dat de cel is waaruit het organisme is opgebouwd, naar de achtergrond geschoven en om die reden rest de anarchist toch niets anders dan een houding van onverschilligheid of vijandigheid? Zijn kijk op wezens en dingen is van geheel andere aard.

Tevergeefs zullen religieuze hervormers of vernieuwers in een uiterste poging komen vertellen dat de wil van God, de hoogste doelstelling van de alomvattende goddelijke wijsheid, eruit bestaat op aarde begrip tussen de mensen tot stand te brengen, een eind te maken aan de ongelijkheid op het gebied van bezit en onderwijs; tevergeefs zullen ze zeggen dat de stadia vol leed en verdriet waaruit de opmars van de mensheid naar dit ‘duizendjarig rijk’ bestaat, noodzakelijk en onmisbaar zijn om de collectieve vervolmaking te bereiken; tevergeefs zullen christen-revolutionairen hun onwrikbare geloof verkondigen in de komst van wat zij aanduiden als ‘het rijk Gods’, waarmee ze bedoelen dat er harmonie, rechtvaardigheid en broederschap heerst: de anarchist zal vragen met behulp van welke concrete aanwijzingen deze god die een en al liefde is,

hen laat weten wat hij denkt, welke bewijsbare ideeën zij hebben over zijn bestaan, over welke macht hij beschikt en hoe hij deze aanwendt.

In het nauw gedreven zullen de laatste vertegenwoordigers van het religieuze mysticisme misschien stamelen dat God een gevoel is in het innerlijk van het individu, een ideaalbeeld, een algemeen grondidee van het ideaal, dat hij zich nog niet volledig heeft geopenbaard, dat hij ‘in wording’ is, en meer van dat soort wazige uitspraken die wellicht bevredigend zijn voor gelovigen die niet echt streng in de leer, maar nog wel gelovig zijn, maar waarmee iemand wiens geest bevrijd is, geen genoegen kan nemen. De anarchist zal simpelweg antwoorden dat er geen ideaalbeeld bestaat dat niet tot stand gekomen is door de menselijke wil. Zeggen dat God een aspect is van het innerlijke leven, een uiting van het persoonlijke denken, betekent dat hij niet buiten de mens bestaat; en waartoe zou het dienen een persoonlijk streven ‘God’ te noemen?

De legalisten zullen tevergeefs verklaren dat het doel van de wet niet is het individu te onderdrukken, maar in overeenstemming met wat wordt aangeduid als het ‘maatschappelijk contract’ te waarborgen dat hij kan beschikken over de mogelijkheden om binnen de maatschappij te leven, mogelijkheden die de wet in feite vastlegt en systematiseert door te bepalen welke rechten en plichten ieder individu heeft ten opzichte van de maatschappij en vice versa. De anarchist zal vragen van wie dat zogenaamde maatschappelijke contract afkomstig is en zal al heel gauw, met voorbeelden uit de geschiedenis erbij, hebben aangetoond dat het altijd aan de successieve gemeenschappen is opgelegd door een sterke of slimme minderheid, priesters of magiërs, militairen die geluk hadden of veroveringen maakten, families van naam, machtige kapitalisten. Nooit is, waar dan ook, ook maar één enkel contract in alle vrijheid voorgesteld, vrijwillig geaccepteerd, uit eigen vrije wil nageleefd. Wat we allemaal kennen van de maatschappij is haar stelsel van dwang- en strafmaatregelen, de instanties die zorgen voor de uitvoeringen instandhouding ervan, politieagenten, militairen, het justitiële apparaat, de huizen van bewaring en de rechtbanken. En verder het zogenaamde openbare onderwijs, dat in werkelijkheid even dogmatisch, even onderdrukkend, even intolerant is als het door de kerk gegeven onderwijs.

Voor de anarchist is de staat de seculiere vorm van de kerk, zoals de kerk de religieuze vorm was van de staat, het zijn twee vijanden die altijd tot een vergelijk komen op het gebied van de overheersing: wie vroeger de goddelijkheid van Jezus, de Drie-eenheid of het mysterie van de transsubstantiatie geloochend zou hebben, zou veroordeeld zijn tot de dood op de brandstapel. Als men tegenwoordig met enige felheid, maar uitsluitend in woord of geschrift, het dogma van het ‘bezit’ of dat van het ‘vaderland’ attaqueert, of een van de vele andere dogma’s waarop civiele instituties van de 20e eeuw zijn gegrondvest, dan moet u eens kijken - er zijn voorbeelden te over - of de andersdenkende die schuldig is aan een dergelijk misdrijf niet voor straf in de gevangenis belandt.

Maatschappelijk contract, laat me niet lachen!

Achterhaalde normen en waarden, lachwekkende vooroordelen die volkomen onecht klinken gezien de huidige stand van kennis en wetenschap, en waarvoor op school nog steeds respect wordt bijgebracht; dat is wat het maatschappelijk contract in feite is.

Tegen de socialisten, de communisten en de syndicalisten, die beweren dat de mensheid tot in de kleinste onderdelen wordt bepaald door het economische aspect, zal de anarchist tegenwerpen dat dat louter een speculatie is, want men kan niet zeggen dat de economische factor de enige oorzaak is - zonder ook maar één moment het grote belang daarvan uit het oog te verliezen, aangezien het er voor de mens primair om draait dat hij zich in leven moet weten te houden — van alles wat in de geschiedenis heeft plaatsgevonden; al naar gelang de omstandigheden hebben gebeurtenissen de ene keer een politieke oorzaak, de andere keer een religieuze en zijn er weer een andere keer economische redenen vooraan te wijzen - en dan laten we klimatologische invloeden nog helemaal buiten beschouwing. Het is lange tijd de gewoonte geweest alle historische gebeurtenissen toe te schrijven aan politieke oorzaken; zoals ze daarvoor werden gezien als Gods ingrijpen in menselijke zaken, zo zou de socialistisch-communistische metafysica de hele geschiedenis willen ophangen aan het economische aspect ervan. Het gaat toch echt veel te ver te beweren dat filosofie, kunst en literatuur permanent hebben afgehangen van economische gebeurtenissen, terwijl in bepaalde perioden daarvan - om slechts één voorbeeld te noemen - heel duidelijk een religieuze invloed te herkennen is.

Na kritisch onderzoek van de kwestie van productie en consumptie voert de anarchist aan dat het gezien de huidige maatschappelijke situatie apert onjuist is de mensen in te delen naar het beroep of het vak dat ze uitoefenen, dat dat in een systeem van overproductie en kapitalistische uitbuiting een arbitraire, gevaarlijke, en zelfs schadelijke indeling is. Is het niet zo dat degene die tarwe of andere graangewassen verbouwt - een van de nuttigste producenten - allerlei soorten van tussenpersonen en tussenhandelaren aan de kost helpt, ten koste van zichzelf en de consumenten? Degene die produceert op een voetstuk zetten is in de huidige situatie louter een drogreden. In zeer veel gevallen produceert hij nutteloze voorwerpen of goederen, of verricht hij arbeid die geen enkele betekenis heeft voor hem als individu of voor de maatschappij. Metaalarbeiders die werken in munitiefabrieken, in wapenfabrieken, in kanonnengieterijen, doen die nuttig werk? Gevangenbewaarders, douanebeambten, pennenlikkers van overheidsinstanties of belastinginners, verrichten die nuttige arbeid? Arbeiders die alleen maar bezig zijn met het fabriceren van sterke drank, aperitiefjes, bittertjes, alle mogelijke ‘alcoholische rotzooi’, zijn die zinvol bezig? Spoorwegfunctionarissen die zich bezighouden met het vervoer van al die overbodige luxeartikelen, met het laden en lossen van waren waarmee geknoeid is, met het transporteren van soldaten naar de plaats waar ze afgeslacht zullen worden, vervullen die een functie die enig nut heeft? Het heeft geen zin dat metselaars die gevangenissen, kazernes of kerken bouwen, zich verenigen in revolutionaire vakbonden; het heeft geen zin dat degenen die in de wapenfabrieken van Lebel of Vetterti mitrailleurs en geweren in elkaar zetten en degenen die uniformen naaien, zich aansluiten bij de Bourses du Travail.[1] Zowel daarvoor als daarna leveren ze zinloze productie.

Wel is het zo dat een groot deel van degenen die produceren leven ten koste van de consumenten, aangezien een groot deel van de consumptie de bevrediging van kunstmatig gecreëerde behoeften betreft; ook is het zo dat een groot aantal consumenten door middel van hun kunstmatig gecreëerde behoeften een hele massa producenten van zinloze goederen in stand houden.

Mystici, legalisten, socialistisch-communisten praten lang en breed over een of andere solidariteit die alle mensen zou samenbinden; de ene groep baseert zich daarbij op de loze kreet dat ‘God’ de vader is van de menselijke soort, de andere groep vindt dat de wet de band is die de mensen met elkaar verbindt, omdat die het hen mogelijk maakt een samenleving te vormen, de derde groep stelt dat productie en consumptie zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn dat producent en consument niet zonder elkaar kunnen. Of er nu sprake is van ‘God’, de wet of de economische realiteit, de mens moet altijd buigen en gehoorzamen.

De anarchist buigt niet en onderwerpt dat ontzagwekkende argument heel koel, heel getrouw aan een kritisch onderzoek. ‘Afgedwongen solidariteit’, zo zegt hij, ‘staat gelijk aan in het geheel geen solidariteit: ‘Ik ben absoluut niet solidair met degene die bijdraagt aan de instandhouding van zowel overheersing als uitbuiting, dat is één; en ik ben evenmin solidair met iedereen die meewerkt aan het blijven voortbestaan van omstandigheden die persoonlijke ontwikkeling tegenhouden, dat is twee; ik ben niet solidair met degenen die zich schuldig maken aan onnodige consumptie of zinloze productie: ik ben er op dit moment uitsluitend solidair mee, omdat ik daartoe gedwongen ben, en iedere kans die ik zie om aan die dwang te ontkomen, grijp ik met beide handen aan. De enige solidariteit die ik ken, is de solidariteit die ik heb geaccepteerd, overwogen, goedgekeurd, na deze eerst nauwkeurig onder de loep genomen te hebben. Ik ben alleen solidair met degenen die dezelfde opvatting over solidariteit hebben als ik.’ En geconfronteerd met deze reactie komt aan licht wat de ‘universele solidariteit’ in feite is: een drogbeeld.

Bij alles lijkt de tendens te zijn dat dingen in het begin vaag, samengesteld, gegroepeerd zijn en zich ontwikkelen in de richting van het enkelvoudige, het unieke. Het samengestelde geheel heeft de neiging uiteen te vallen in enkelvoudige delen, dat valt met onmiskenbare duidelijkheid af te lezen aan onze sterrenhemel. Vroeger dacht en handelde de mens niet individueel; de stam of de clan dacht en handelde voor hem; daarna waren het de leiders van groeperingen - matriarchen, patriarchen, familiehoofden - die dachten en handelden voor degenen die tot hun groep behoorden, hun kinderen, hun cliënten (cliens)[2]. Met andere woorden, helemaal in het begin was het individu slechts een cel, een bouwsteen van het organisme van leefgemeenschap of gezin; deze cel heeft echter ondanks alles de neiging zich te willen bevrijden van alle soorten ‘archieën’ en ‘cratieën’, om zich een zelfstandige entiteit te voelen, over zijn eigen leven te kunnen beschikken en zich te kunnen verenigen met degenen tot wie hij zich aangetrokken voelt. Vooruitlopend op het moment dat het zover is, en voor eigen rekening en risico, zouden de anarchisten kunnen stellen dat zij ‘wetenschappelijk’ handelen, als zij het niet veel belangrijker vonden om als vrije mensen te handelen.

IV.

Bekritiseren of afbreken, helemaal vanaf het nulpunt opvoeden of alle ballast overboord gooien, nooit eens iets positiefs: Volslagen negatief bezig zijn? ‘Hebben jullie als anarchisten', zo zal een lezer ons voor de voeten werpen, ‘dan geen enkele voorstelling, al is het maar in de verre toekomst, van een ‘anarchistische samenleving’, van een wereld die gebaseerd is op het niet bestaan van overheersing, speculatie, uitbuiting, van een toekomstige maatschappij?’

Persoonlijk voelen wij er helemaal niets voor om het te hebben over een toekomstige maatschappij. Niet alleen is dat een idee waarvan al eerder misbruik is gemaakt en dat kan zorgen dat de verkondiger ervan er goed van kan leven, net zoals de priester goed kan leven door de mensen aan het lijntje te houden met het paradijs, maar ook heeft zo’n toekomstige maatschappij in zoverre wel wat weg van het paradijs, dat de beschrijving van alle wonderbaarlijke pracht ervan degene die deze aanhoort in slaap sust en een voldaan gevoel geeft, wat ertoe leidt dat de op dit moment bestaande onderdrukking, tirannie en onderworpenheid worden vergeten, dat de energie om er iets aan te doen verzwakt, dat alle kracht om iets te ondernemen wordt weggenomen.

Bij wijze van strikt persoonlijke hypothese zullen wij echter een poging wagen nader te omschrijven hoe volgens ons zo’n hypothetische ‘anarchistische samenleving’ eruit zou kunnen zien. Maar nogmaals, wie kan aantonen dat die visie ooit in overeenstemming zal zijn met de algemene opvatting, het algemene streven ten aanzien daarvan? Om realiteit te worden, zouden zedenleren, religies, vooroordelen, leidinggevende groepen, geleide groepen, de aarde van hun aanwezigheid bevrijd moeten hebben. En dat is iets waarvan thans alleen gezegd kan worden dat het in beginsel mogelijk zou zijn. Maar aangezien anarchisten eisen dat zij hun leven hier en nu kunnen leiden, vinden wij niet dat wij het recht hebben hen te laten wegsoezen op de klanken van een lieflijke melodie, of hen te sturen in de richting van een precies omschreven idee van een anarchistische samenleving. Als het eenmaal zover is zullen de grondslagen voor de nieuwe leefwijze bepaald worden door de dan bestaande werkelijkheid en mentaliteit.

Toch lijkt het erop dat de droom die wij hier op papier zetten - hoe hypothetisch hij ook is en blijft, hoezeer hij ook een hersenspinsel lijkt te zijn, hoezeer ook wijzelf hem beschouwen als een visioen dat gehuld is in de nevel van wat komen zal - het doel te zijn waarheen de meest verheven breinen en de meest gevoelige harten op weg zijn, en als ooit het Rijk van Vrijheid en Harmonie tot stand komt, dan zal de mens zover gekomen zijn dank zij alle richtingaanwijzers die de anarchistische propaganda langs de route heeft geplaatst.

Laten we dus veronderstellen, lezer, dat de dageraad haar stralen laat schijnen over de ‘anarchistische samenleving’ en dat u — uiteraard ‘vervuld van verwondering en verrukking’ - een schouwspel ontwaart, waarop u niet uitgekeken raakt. U moet nu niet het idee krijgen dat u onbeschaafde wilden te zien krijgt, gekleed in dierenvellen, met verwarde en samengeklitte haren, die zich met pijn en moeite in leven houden met wat hier en daar uitgegraven wortels. U zult vrije en goede mensen voor u zien die sterk en gezond zijn, die er goed uitzien en kunnen beschikken over alles wat het menselijk vernuft heeft kunnen bedenken op het gebied van nut, gemak, genoegen en vermaak. Geen wetboeken, grondwetten, parlementen, gevangenissen of kazernes meer, maar een sfeer van weergaloze vrijheid en zelfstandigheid!

Ook zult u niet te maken krijgen met mensen die er de kantjes van aflopen of parasiteren, want normaal gesproken is een mens alleen lui als het werk een straf is. Om nog maar eens een prachtige uitspraak van Fourier te gebruiken: werken zal iets leuks, iets plezierigs, een ontspanning geworden zijn. Mensen zullen niet meer de druk voelen van overbelasting, of de dreiging van door de heerser of de baas gestelde eisen, ze zullen de meest vervolmaakte werktuigen tot hun beschikking hebben, en daarom zullen ze hun werk graag, serieus en met liefde verrichten. Ze zullen in overeenstemming met wat ze goed kunnen en wat ze graag willen, ingedeeld zijn bij de verschillende soorten menselijke arbeid, en daarom zullen ze voortdurend op zoek zijn naar nieuwe vindingen, nieuwe werkwijzen, met het doel de verbetering van kwaliteit en aanblik, verhoging van de waarde van de producten die van hun machines rollen of uit hun handen komen. Ze zullen in de eerste plaats in de weer zijn omdat ze dat zelf prettig vinden, en tegelijkertijd om gemeenschappelijke behoeften te bevredigen.

‘Zonder vorm van organisatie?’

Zonder dat iedereen zomaar langs elkaar heen werkt, met de minimale organisatiegraad die in overeenstemming is met de vrije ontwikkeling van het leven van elk individu afzonderlijk en van allen tezamen. Voor bepaalde vormen van menselijke arbeid zal verder gaande organisatie nodig zijn dan voor andere: degenen die in die branches werkzaam zijn, zullen zelf bepalen op welke wijze hun arbeid verricht moet worden. Een planning maken, voorkomen dat er overbodig werk wordt gedaan, wil niet zeggen dat er centralisatie moet plaatsvinden, impliceert niet dat er sprake moet zijn van leiding van bovenaf of van hiërarchische verhoudingen. Elke groep zal, volgens afspraak met andere en na beoordeling van de algemene situatie, zelf bepalen wat haar aandeel zal zijn in de productie die het algemene nut dient, maar die afspraak zal gemaakt worden door de productie-eenheid zelf, en het is beslist niet zo dat er een leidinggevend centrum is dat besluiten neemt en die dwingend oplegt. Het kan niet anders dan dat men zal kiezen voor de meest praktische en de snelste werkwijze, zodat men die materiële zaken zo snel mogelijk heeft afgewerkt; wanneer dat in een paar uur is gebeurd, zal iedereen weer gauw naar de groep toe gaan waar hij zich in geestelijk of ethisch opzicht thuis voelt en waar zijn leven zich breder kan ontplooien. Ach, nieuwsgierige lezer, wat een enorme hoeveelheid studie- en werkgroepen zou u zien: natuurkundige, filosofische, artistieke, literaire, affectieve!

Op de ene plaats zal men trachten de grenzen van de biologische kennis te verleggen, elders zullen onderzoekers proberen de diepste geheimen van het ontstaan van de aarde te ontraadselen. De ene groep zal zich bezighouden met etnologisch of literair onderzoek, een andere zal de onmetelijke diepten van het heelal doorvorsen en proberen in contact te komen met bewoners van andere planeten; weer een andere zal zich toeleggen op het drukken of uitgeven van gedurfde stellingen die ten doel hebben heel vurige discussies op gang te brengen. Weer een andere zal helemaal opgaan in het voorbereiden, het zo afwisselend mogelijk maken en het verfijnen van allerlei vormen van ontspanning: voordrachten, toneel, kunst, dans, heerlijke festijnen die een feest zijn voor de zinnen. Er zullen groepen zijn die zo dicht mogelijk bij de natuur willen blijven en die, gekleed in onbewerkte dierenvellen, druk in de weer zullen zijn met het omspitten van hun akkers, die de Atlantische Oceaan per se in een zeilschip willen oversteken en per muilezel willen reizen; en niemand zal ze daarvan weerhouden. En niemand zal degene die apart leeft dwingen zich aan te sluiten bij een groep, als hij in afzondering wil werken en tot inzicht komen.

Er zullen talloze groepen zijn, de totale afwezigheid van concurrentie tussen associaties zal gewaarborgd zijn; eenzelfde individu zal deel uitmaken van meerdere groeperingen; hij zal eruit stappen, er weer lid van worden, zelf nieuwe groepen oprichten. Op de ene plaats zal pluralisme in de liefde en de meest totale seksuele vrijheid in praktijk worden gebracht, alle mannen zullen toebehoren aan alle vrouwen en alle vrouwen zullen zich geven aan alle mannen. Elders zal polyandrie en weer ergens anders polygamie in alle vrijheid en op basis van totale vrijwilligheid worden gepraktiseerd; weer ergens anders zal sprake zijn van één-op-één relaties. Zowel permanente behoeften en verlangens als die van voorbijgaande aard zullen bevredigd worden. Dank zij een weldoordachte geboortebeperking zullen kinderen vanaf de wieg een overvloed aan mogelijkheden hebben zich te ontwikkelen en hun eigen identiteit te vinden; in materieel opzicht zal het hen nooit ergens aan ontbreken, en de moeders, die de natuurlijke opvoedsters van hun kinderen zijn, zullen zich in alle rust — zonder daardoor improductief te worden - kunnen wijden aan de eerste stadia van de ontwikkeling van hun bewust gewilde en overigens weinig talrijke nageslacht.

Dieven zullen er niet meer zijn, aangezien voor iedereen gewaarborgd is dat hij kan beschikken over zijn productiemiddelen. Niemand zal meer uitbuiten of uitgebuit worden, aangezien producent en consument in één persoon verenigd zijn en deze naar eigen believen kan beschikken over het resultaat van zijn eigen arbeid. Niemand meer die onwetend is, aangezien iedereen toegang heeft tot alle kennis. Niemand meer die jaloers is, aangezien er op affectief gebied geen schaarste meer bestaat. Geen onderdrukking of geweld meer, aangezien de vrijheid en de integriteit van de ander in alle opzichten worden gerespecteerd.

Ziekten zullen grotendeels verdwenen zijn, tegelijk met het verdwijnen van veel te dicht op elkaar gepakt leven, gebrek, slechte hygiënische omstandigheden. Geestelijk lijden zal plaatsgemaakt hebben voor het geluk dat voortkomt uit het nastreven van en de overvloed aan gelijktijdige en steeds weer nieuwe ervaringen. Wij benijden u, lezer, want als u het genot van deze aanblik zou kunnen smaken, dan zouden uw ogen aanschouwd hebben wat zoveel profeten, zoveel martelaren, zoveel mensen die aanzetten hebben gegeven, zo graag zouden hebben willen aanschouwen, terwijl ze er genoegen mee moesten nemen het, in talloze vormen, te verkondigen, voorspellen en voorzien — het einddoel van alle wegbereiders op het gebied van ideeën, een wereld waaruit al het vermijdbare lijden is verdwenen. En dat is wat anarchisten, door in volledige vrijheid ‘kameraadschap’ te betrachten, nu vandaag al in eigen kring willen realiseren, zonder te wachten tot de ‘nieuwe mensheid’ is ontstaan.

Voetnoten

  • [1] Arbeidersorganisaties ter bevordering van onderlinge hulp. (Noot van de Vertaler, NvdV)
  • [2] Bij de Romeinen iemand die de bescherming genoot van een patriciër. (NvdV)
namespace/wat_is_een_anarchist.txt · Laatst gewijzigd: 24/11/21 13:27 door defiance