Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:het_oude_en_nieuwe_van_het_anarchisme._een_antwoord_op_kameraad_malatesta

Het oude en nieuwe van het anarchisme: een antwoord op kameraad Malatesta

Door Peter Arshinov

  • Oorspronkelijke titel: старое и новое в анархизме
  • Verschenen: 1928
  • Bron: Dielo Truda nr. 30, mei 1928
  • Vertaling: Emma

Deze tekst is onderdeel van de discussie over het Organisatorisch Platform. De tekst is een reactie op de tekst van Errico Malatesta genaamd Over een project voor anarchistische organisatie (1927).


Het oude en nieuwe van het anarchisme: een antwoord op kameraad Malatesta

Kameraad Malatesta heeft in het anarchistische blad Le Reveil[1] uit Geneva een kritisch artikel gepubliceerd over het project van het Organisatorisch Platform, dat werd geschreven door de Groep van Russische anarchisten in het buitenland.

Dit artikel zorgde bij ons voor verwarring en teleurstelling. We hadden natuurlijk wel verwacht, en verwachten nog steeds, dat het idee van georganiseerd anarchisme zou stuiten op koppige weerstand onder de aanhangers van de chaos, die zo talrijk aanwezig zijn in anarchistische kringen. Dat idee verplicht immers alle anarchisten die deel uitmaken van de beweging, om hun verantwoordelijkheid op te nemen en poneert de noties van plicht en constantheid. Want toch noch toe is het favoriete principe waarmee de meeste anarchisten zijn geschoold, kan worden samengevat met het volgende axioma: ‘Ik doe wat ik wil, ik houd nergens rekening mee’. Het is vanzelfsprekend dat anarchisten van deze soort, doordrongen van zulke principes, sterk vijandig reageren op ieder idee omtrent georganiseerd anarchisme en collectieve verantwoordelijkheid.

Maar kameraard Malatesta behoort niet tot die soort, en daarom hadden we de eerdergenoemde reacties bij het lezen van zijn tekst. We zijn verward, omdat hij een veteraan is binnen het internationale anarchisme. Als hij de geest van de Platformtekst al niet begrijpt, het vitale en actuele karakter ervan dat voortvloeit uit de vereisten van ons revolutionaire tijdperk, … wie dan wel? We betreuren zijn reactie, omdat zijn trouw aan het dogma dat inherent is aan de cultus van de individualiteit, hem ertoe gebracht heeft om zich (hopelijk slechts tijdelijk) tegen het werk te keren, dat juist een onmisbare stap lijkt in het uitbouwen en de naar buiten gerichte ontwikkeling van de anarchistische beweging.

Meteen aan het begin van zijn artikel schrijft Malatesta dat hij een aantal van de stellingen van het Platform onderschrijft en hij ondersteunt enkele zelfs door zijn eigen ideeën daarover uit te werken. Hij zou het eens zijn met de observatie dat anarchisten geen invloed op sociale en politieke gebeurtenissen hebben en hadden omdat het hen aan serieuze en actieve organisatie ontbreekt.

De principes die Malatesta opwerpt, komen overeen met de belangrijkste principes van het Platform. Men zou verwachten dat hij een hoop andere principes die we in ons project ontwikkelden op eenzelfde manier zou onderzoeken, begrijpen en accepteren, aangezien alle principes van het Platform door een zekere coherentie en logica met elkaar verbonden zijn. Vervolgens legt hij echter op zeer polemische wijze zijn meningsverschillen met het Platform uit. Hij vraagt of de Algemene Anarchistische Bond die het Platform voorstelt, wel in staat is om het probleem van de volkspedagogie op te lossen. Zijn antwoord is negatief. Als reden geeft hij het zogenaamde autoritaire karakter van de Bond, die volgens hem het idee van onderwerping aan leidinggevenden en leiders zou ontwikkelen.

Waarop berust zo’n serieuze aantijging? Het is het idee van de collectieve verantwoordelijkheid, aanbevolen door het Platform, waarin hij de voornaamste reden ziet om deze beschuldiging te uiten. Hij keert zich tegen het principe dat de hele Bond verantwoordelijk zou zijn voor elk lid, en dat omgekeerd elk lid verantwoordelijk zou zijn voor de politieke lijn van de hele Bond. Dat wil zeggen dat Malatesta het niet bepaald eens is met het organisatieprincipe dat ons het essentieelst lijkt voor de blijvende ontwikkeling van de anarchistische beweging.

Tot nu toe heeft de anarchistische beweging nog nooit het stadium van een georganiseerde massabeweging bereikt.[2] De oorzaak hiervan ligt allerminst bij de objectieve omstandigheden, bijvoorbeeld dat de werkende massa het anarchisme niet begrijpt of er buiten revolutionaire periodes niet geïnteresseerd in zou zijn. Nee, de oorzaak van de zwakte van de anarchistische beweging ligt bij de anarchisten zelf. Ze hebben nog geen enkele keer geprobeerd om op een georganiseerde manier hun ideeën te propageren of op een praktischere wijze actief te zijn binnen de werkende massa.

Als dat bevreemdend overkomt op kameraad Malatesta, willen we met klem benadrukken dat de activiteiten van de meest actieve anarchisten – waaronder hijzelf – noodzakelijkerwijs individualistisch van aard zijn. Zelfs wanneer deze activiteit gekenmerkt wordt door grote persoonlijke verantwoordelijkheid, gaat het enkel om een individu en niet om een organisatie. In het verleden, toen onze beweging als nationale of internationale beweging nog maar net geboren was, kon dat niet anders. De eerste fundamenten van de anarchistische massabeweging moesten gelegd worden; de werkende massa moest worden uitgenodigd om zich aan te sluiten bij anarchistische strijdwijze. Dat was noodzakelijk, ook al was het enkel het werk van geïsoleerde individuen met beperkte middelen. Deze anarchistische militanten hebben hun taak volbracht; ze wisten de meest actieve arbeiders warm te maken voor anarchistische ideeën. Helaas was dat slechts de helft van het werk. Zodra er aanzienlijk meer anarchisten vanuit de werkende klasse bijkwamen, werd het onmogelijk om zich te blijven beperken tot geïsoleerde propaganda en praktijk op individuele basis of in kleine groepjes. Zo door blijven gaan zou niets anders zijn dan een pas op de plaats maken. We moeten daaraan voorbij om niet achter te blijven. Het algemene verval van de anarchistische beweging kan zo samengevat worden: we hebben de eerste stap gezet zonder de volgende te doen.

De tweede stap bestond en bestaat nog steeds uit het groeperen van de anarchistische elementen uit de werkende massa in, een actief collectief dat in staat is om de georganiseerde arbeidersstrijd te leiden, met als doel de anarchistische ideeën te realiseren.

De vraag aan anarchisten aller landen is de volgende: kan onze beweging genoegen nemen met een voortbestaan op basis van oude organisatievormen, van lokale groepen die geen organische verbinding hebben en die allen enkel in overeenstemming met hun eigen ideologie en praktijk ageren? Of, ik noem maar wat, moet onze beweging zijn toevlucht zoeken in nieuwe organisatievormen die zullen helpen om hem te ontwikkelen en te doen aarden in de bredere arbeidersmassa?

De ervaringen van de laatste twintig jaar, en in het bijzonder de twee Russische revoluties – 1905 en 1917-19 – lijken ons een beter in staat te stellen deze vraag te beantwoorden, dan welke ‘theoretische overwegingen’ dan ook.

Tijdens de Russische Revolutie was de arbeidersmassa voor de anarchistische ideeën gewonnen; niettemin kreeg het anarchisme als georganiseerde beweging een complete nederlaag te verduren. Terwijl we aan het begin van de strijd de meest vooruitstrevende posities innamen, bleken we vanaf het begin van de opbouwende fase daar onherstelbaar van te zijn gescheiden en als gevolg daarvan ook van de arbeidersmassa. Dit was geen toeval: zo’n houding was een onvermijdelijk gevolg van ons eigen onvermogen, zowel wat organisatie als onze ideologische verwarring betreft.

Deze nederlaag werd veroorzaakt door het feit dat anarchisten, in de loop van de revolutie, niet wisten hoe zij hun sociale en politieke programma moesten overbrengen en de massa’s enkel benaderden met fragmentarische en tegenstrijdige propaganda; we hadden geen stabiele organisatie. Onze beweging werd gekenmerkt door gelegenheidsverbanden, die nu eens hier, dan weer daar opdoken, maar die wat zij wilden niet op een solide manier nastreefden en meestal na korte tijd weer verdwenen zonder enig spoor achter te laten. Het zou wanhopig naïef en dom zijn om te geloven dat arbeiders. vanaf het moment van sociale strijd en communistische opbouw, zulke ‘organisaties’ zouden kunnen ondersteunen of hierbinnen actief zouden kunnen zijn.

We hebben er de gewoonte van gemaakt om de nederlaag van de anarchistische beweging in Rusland tussen 1917 en 1919 toe te schrijven aan de staatsrepressie van de bolsjewistische partij; dit is een grote fout. De bolsjewistische repressie belemmerde de uitbreiding van de anarchistische beweging tijdens de revolutie, maar dat was niet het enige obstakel. Het was eerder het interne onvermogen van de beweging zelf dat een van de belangrijkste oorzaken van deze nederlaag vormde; een onvermogen dat voortkwam uit de vaagheid en besluiteloosheid die kenmerkend was voor de verschillende politieke ideeën over organisatie en tactiek.

Anarchisme had geen duidelijk en concreet standpunt wat betreft de essentiële problemen van de sociale revolutie; een standpunt onontbeerlijk om een antwoord kunnen te bieden op de zoektocht van de massa die de revolutie creëerde. De anarchisten prezen het communistische principe ‘van ieder naar zijn vermogen, aan ieder naar zijn behoeften’, maar ze hielden zich nooit bezig met de toepassing van dit principe op de realiteit, terwijl ze bepaalde verdachte elementen de ruimte gaven om dit geweldige principe tot een karikatuur van anarchisme te maken. Men hoeft zich enkel te herinneren hoeveel oplichters zichzelf verrijkten door zich de middelen van het collectief toe te eigenen met het oog op persoonlijke gewin. De anarchisten spraken veel over de revolutionaire activiteit van de arbeiders, maar ze konden hen niet helpen, zelfs niet door in grote lijnen te schetsen welke vorm deze activiteit zou moeten aannemen; ze wisten niet hoe ze de wederzijdse relaties tussen de massa en hun eigen basis van ideologische inspiratie moesten vormgeven. Ze zetten de arbeiders ertoe aan om het juk van de Autoriteit van zich af te werpen, maar ze wezen niet op de middelen om de verworvenheden van de revolutie te behouden en verdedigen. Het ontbrak hen aan heldere en precieze begrippen, aan een programma voor de omgang met veel andere problemen. Dit was wat voor een afstand tussen hen van de activiteit van de massa zorgde en hen veroordeelde tot sociale en historische impotentie. Dit is waar we de fundamentele oorzaak van hun nederlaag in de Russische revolutie moeten zoeken.

En het lijdt wat ons betreft geen twijfel dat, als de revolutie zou uitbreken in enkele Europese landen, anarchisten dezelfde nederlaag zouden lijden, omdat ze minstens zo verdeeld zijn – als niet meer – over een plan voor hun ideeën en hun organisatie.

Het huidige tijdperk, waarin miljoenen arbeiders verwikkelt zijn in de sociale strijd, vraagt van de anarchisten om directe en precieze antwoorden over deze strijd en de communistische opbouw die erop moet volgen. Het vereist de collectieve verantwoordelijkheid van anarchisten omtrent deze antwoorden en anarchistische propaganda in het algemeen. Als ze hier niet geen antwoorden op bieden, hebben de anarchisten net zomin als ieder ander, het recht om op een inconsequente manier propaganda te bedrijven binnen de arbeidersbeweging, die in haar strijd grote offers heeft moeten maken en talloze slachtoffers geleden heeft.

Op dit niveau is het geen spel of een kwestie van experiment. Dit gaat er over dat we, als we geen Algemene Anarchistische Bond hebben, geen gemeenschappelijke antwoorden kunnen formuleren op al deze belangrijke vragen.

Aan het begin van zijn artikel lijkt kameraad Malatesta het idee van de oprichting van een enorme anarchistische organisatie te verwelkomen. Zijn categorische verwerping van de collectieve verantwoordelijkheid, maakt de realisatie van zo’n organisatie echter onmogelijk. Want dit is onmogelijk als er geen theoretische en organisatorische overeenstemming is, die kan fungeren als een gemeenschappelijk platform waar talloze militanten elkaar kunnen ontmoeten. In de mate waarin zij dit platform accepteren, zal die overeenstemming bovendien voor iedereen als bindend gelden. Diegenen die deze basisprincipes niet erkennen, kunnen geen lid worden van de organisatie, en zouden dat bovendien ook zelf niet willen.

Op deze manier zal deze organisatie de vereniging zijn van iedereen met een gedeeld begrip van de te realiseren theoretische, tactische en politieke lijn.

Bijgevolg zal de praktische activiteit van een lid van de organisatie van nature in volledige harmonie zijn met de algemene activiteit, en zal omgekeerd de activiteit van de gehele organisatie, als zij het programma waarop de organisatie gebaseerd is accepteren, niet weten hoe er een tegenstelling zou kunnen zijn met de opvattingen en de activiteit van elk van haar leden.

Dit is wat collectieve verantwoordelijkheid kenmerkt: de gehele Bond is verantwoordelijk voor de activiteit van elk lid, wetende dat zij hun politieke en revolutionaire werk zullen uitvoeren in de politieke geest van de Bond. Tegelijkertijd is elk lid volledig verantwoordelijk voor de gehele Bond. Dit door erop toe te zien dat diens activiteit niet in strijd zal zijn met die de wijze waarop die door al diens leden is uitgewerkt. Dit wijst geenszins op autoritarisme, zoals kameraad Malatesta ten onrechte stelt, maar is de uitdrukking van een gewetensvol en verantwoord begrip van militante strijd.

Wanneer we anarchisten oproepen om zich te organiseren op basis van een definitief programma, ontnemen we anarchisten met andere opvattingen niet het recht uiteraard om zich naar eigen inzicht te organiseren. We zijn er echter van overtuigd dat de leegheid en zwakte van de traditionele organisaties aan het licht zal komen, zodra anarchisten een belangwekkende organisatie creëren.

Kameraad Malatesta begrijpt het principe van verantwoordelijkheid in de zin van een morele verantwoordelijkheid van individuen en groepen. Daarom kent hij aan congressen en hun resoluties enkel de rol van een soort gesprek tussen vrienden toe, waarbij in feite enkel platonische wensen uitgesproken worden.

Deze traditionele manier om de rol van congressen te presenteren houdt in werkelijkheid geen stand. Wat zou een congres in het echte leven feitelijk waard zijn, als het enkel een ‘meningen’ heeft en zichzelf niet verantwoordelijk maakt om die te realiseren? Niets. In een grote beweging verliest een louter morele en niet-organisatorische verantwoordelijkheid alle waarde.

Laten we verdergaan met het vraagstuk van de meerderheid en minderheid. We denken dat discussie over dit onderwerp overbodig is. In de praktijk is deze discussie al lang beslecht. Praktische problemen werden altijd en overal onderling opgelost door een meerderheid van stemmen. Dat is volstrekt begrijpelijk, want er is geen andere manier om zulke problemen op te lossen binnen een organisatie die actie wil ondernemen.

Wat ontbreekt in alle bezwaren die tot nu toe over het Platform werden geuit, is een begrip van de belangrijkste stelling daaruit; een begrip van onze benadering van het probleem van de organisatie en de manier om deze op te lossen. Een begrip hiervan is in feite extreem belangrijk. Het is van doorslaggevend belang voor een nauwkeurige beoordeling van het Platform en alle organisatorische activiteiten van de Dielo Truda-groep.

De enige manier om de chaos achter ons te laten en de anarchistische beweging nieuw leven in te blazen, begint bij een theoretische en organisatorische verheldering door onze kringen. Die leidt dan tot een differentiatie en een selectie van de meest actieve kern van militanten op basis van een homogeen en praktisch programma. Dat is een van de belangrijkste doelstellingen van onze tekst.

Wat houdt onze verduidelijking in en waar moet die toe leiden? De afwezigheid van een homogeen algemeen programma is altijd een zeer tastbaar gebrek geweest binnen de anarchistische beweging. Het gebrek hieraan heeft de beweging vaak heel kwetsbaar gemaakt, aangezien haar propaganda nooit coherent en consistent is geweest met betrekking tot de beleden ideeën en de verdedigde praktische principes. Integendeel, het gebeurt vaak dat wat gepropageerd wordt door de ene groep, elders wordt afgeweze door een andere groep. En dat geldt niet alleen voor tactische toepassingen, maar ook voor fundamentele vraagstukken.

Sommige mensen verdedigen deze stand van zaken door te zeggen dat de verscheidenheid van anarchistische ideeën zich zo toont. Goed, laten we daar mee instemmen, maar welk belang dient deze verscheidenheid voor de arbeiders?

Zij strijden en lijden hier en nu, en hebben onmiddellijk nood aan een precies beeld van de revolutie dat hen direct kan helpen in hun emancipatie. Ze hebben geen abstracte concepties nodig, maar een levendige, echte, uitgewerkte visie die beantwoordt aan hun eisen. Anarchisten hebben in de praktijk vaak talloze tegenstrijdige ideeën, systemen en programma’s voorgesteld waarin het belangrijkste en het onbelangrijke dicht bij elkaar lagen of elkaar net zo goed ook tegenspraken. Het is in zo’n situatie niet zo moeilijk om in te zien dat het anarchisme niet in staat is om ooit door te dringen tot de massa, er deel van te worden en zo haar emancipatoire strijd kan inspireren.

De massa voelt de futiliteit van tegenstrijdige noties namelijk aan en vermijdt deze instinctief. Ondanks dat leeft en handelt ze in een revolutionaire periode op een libertaire manier.

Tot slot denkt kameraad Malatesta dat het succes van de Bolsjewisten in hun land bij de Russische anarchisten die het Platform geschreven hebben zorgt voor slapeloze nachten. De fout van Malatesta is dat hij geen rekening houdt met de ontzettend belangrijke omstandigheden waarvan het Platform het product is. Het gaat niet enkel om de Russische revolutie, maar ook om de anarchistische beweging in deze revolutie. Welnu, het is onmogelijk om geen rekening te houden met deze omstandigheid als men het probleem van anarchistische organisatie, de vorm en de theoretische basis daarvan, wilt aanpakken.

Het is onvermijdelijk te kijken naar de positie die het anarchisme bekleedde tijdens de grote sociale opstand van 1917. Wat was de houding van de opstandige massa tegenover anarchisme en de anarchisten? Wat waardeerden ze aan hen? Waarom ervoer het anarchisme niettemin een terugslag tijdens deze revolutie? Welke lessen moeten we trekken? Al deze vragen, en nog vele andere, moeten zich vroeg of laat opdringen aan degenen die aan de slag gaan met de vragen die gesteld worden in het Platform. Kameraad Malatesta heeft dit niet gedaan. Hij bij het huidige vraagstuk van de organisatie vervallen in dogmatische abstractie. Dit begrijpen wij niet helemaal, aangezien we gewend zijn hem niet als een ideoloog, maar als een beoefenaar van echt en actief anarchisme te beschouwen. Hij neemt er genoegen mee om te bestuderen in welke mate de ene of de andere stelling in het Platform al dan niet overeenstemt met traditionele visies op het anarchisme, om te concluderen dat die stellingen in strijd zijn met de oude concepties. Hij kan zichzelf er niet toe brengen om in te zien dat het tegenovergestelde wel eens het geval zou kunnen zijn; dat het juist die oude stellingen zijn die foutief zijn en dat de totstandkoming van het Platform daarom noodzakelijk was. De hele reeks van fouten en tegenstellingen die we hierboven vermeldden, kan zo verklaard worden.

Laten we zijn grote tekortkoming aanwijzen. Hij houdt zich totaal niet bezig met de theoretische basis van het Platform, noch met de opbouwende sectie ervan, maar enkel met het project der organisatie. Onze tekst heeft niet alleen het idee van de Synthese weerlegd, maar ook dat van het anarcho-syndicalisme als ontoepasbaar en failliet verklaard. Het heeft het project van een groep actieve anarchistische militanten voorgesteld op basis van een min of meer homogeen programma. Kameraad Malatesta had gedetailleerder bij deze methode moeten stilstaan. Hij is er echter in stilte overheen gegaan, evenals over het constructieve gedeelte, hoewel zijn conclusies kennelijk van toepassing zijn op het geheel van het Platform. Dit maakt zijn artikel tegenstrijdig en wankel.

Libertair communisme kan niet blijven steken in de impasses uit het verleden. Het moet daaraan voorbij gaan door diens fouten te bestrijden en te overstijgen. Het bijzondere kenmerk van het Platform en de Dielo Truda-groep is juist dat hen verouderde dogma’s en kant-en-klare ideeën vreemd zijn, en dat zij in hun streven om hun activiteiten voort te zetten actuele feitelijkheden als vertrekpunt nemen. Deze benadering vormt de eerste poging om het anarchisme te versmelten met het echte leven en om de anarchistische activiteit hierop te baseren. Alleen zo kan het libertair communisme zich ontworstelen aan een achterhaald dogma en de levende beweging van de massa kracht bijzetten.

Voetnoot

  • [1] De krant Le Reveil verscheen tweetalig in zowel het Frans als Italiaans. De Italiaanse versie heette Il Reveglio.
  • [2] Deze tekst uit 1927, de Spaanse Revolutie heeft dan nog niet plaatsgevonden.
namespace/het_oude_en_nieuwe_van_het_anarchisme._een_antwoord_op_kameraad_malatesta.txt · Laatst gewijzigd: 17/02/21 20:19 door defiance