Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen

namespace:nestor_makhno

Nestor Makhno

Nestor Makhno

Nestor Makhno (26 october 26 (7 november) 1888 – 6 july 1934) werd geboren in een arme familie van boeren in Guljaj Polje (Oekraine) in het door Tsarisch Rusland bezet gebied Novorossiya. Hij was de jongste van de 5 kinderen van Ivan Makhno en Evdoki Perederi. Zij waren kleine, arme boeren die zich om financieel rond te komen verhuurden aan grootgrondbezitters.

Biografie

Kerkgegevens vermelden dat Makhno gedoopt werd op 8 november 1888. In een poging om de verplichte inlijving in het tsarische leger uit te stellen lieten zijn ouders zijn geboortedatum valselijk registreren alszijnde in 1889. Zijn vader stierf toen hij slechts 10 maanden oud was. Gedreven door de extreme armoede moest Nestor al vanaf zijn zevende aan de slag als herder. Toen hij 8 jaar oud was studeerde hij tijdens de winter aan de tweede Guljaj Polje basis school en werkte hij tijdens de zomer voor lokale grootgrondbezitters. Toen hij twaalf werd stopte hij z'n studies en ging gaan werken als boerderijknecht op de landgoeden van notabelen en op de boerderijen van rijke boeren die Kulaks werden genoemd. Bij deze laatste realiseerde hij zich het bestaan van sociale ongelijkheid: “Terwijl ik gekleed ging in vodden en naar paardenmest stonk, paradeerden zij mooi gekleed en lekker geparfumeerd rond”. Hij keerde terug naar Guljaj Polje toen hij 17 was en ging er eerst aan de slag als schildersknecht, daarna werkte hij in een lokale ijzergieterij. Tijdens deze periode geraakte hij geïnteresseerd in revolutionaire ideeën.

Zijn betrokkenheid in de revolutionaire politieke praktijk was gebaseerd op zijn eigen ervaringen van onrecht die heerste tegenover de onderdrukte werkende klasse en het aanschouwen als kind van de terreur die het Tsaristische regime uitoefende tijdens de revolutie van 1905.

In 1906 vervoegde Nestor Makhno de lokale anarchistische organisatie in Guljaj Polje. Hij werd datzelfde jaar gearresteerd, snel erop weer vrijgelaten om daarna een jaar later opnieuw gearresteerd te worden. Een tijd later kwam hij echter weer op vrije voeten. Hij werd voor de derde keer gearresteerd in 1909 toen een infiltrant een getuigenis aflegde tegen Makhno. De moord op de politieagent Lepetsjenko werd hem en zijn kameraden fataal. Zij werden gearresteerd, voorgeleid en in 1910 tot de strop veroordeeld. Makhno bracht enkele maanden door in de dodencel “waar men zich al gedeeltelijk in het graf voelt” en zag de ene kameraad na de andere opgehangen worden. Het restje hoop op leven dat hij nog had werd ingegeven door de voorspelling van Bondarenko, een geëxecuteerde kameraad. Deze voorspelde Makhno een toekomst waarin hij de zwarte banier van het anarchisme over de Oekraïne zou doen wapperen. Makhno beloofde Bondarenko die voorspelling waar te maken. Het lot was hem in ieder geval gunstig: in 1911 werd zijn doodvonnis, om niet bekende redenen, omgezet in levenslange dwangarbeid, en werd hij overgebracht naar de beruchte centrale gevangenis van Moskou: de Boetirki.

Daar kwam hij in contact met de Piotr Archinov die Makhno sterk beïnvloede met z'n anarchistische ideeën. Tengevolge van de februari revolutie van 1917 werd hij opnieuw vrijgelaten. Na nog enige dagen in Moskou doorgebracht te hebben keerde hij terug naar Goeljaj Polje waar hij meewerkte aan de oprichting van een boerenbond, enkele sovjets en een vrij vakverbond. Hij stimuleerde de boeren om landgoeden van de grootgrondbezitters te onteigenen en deze te verdelen onder de lokale boeren. In november van dat jaar riepen de Oekraïense nationalisten in Kiev de Democratische Oekraïense Republiek uit, met de Rada als regering. Een maand later vestigden de bolsjewieken hun regering in Kharkov.

In maart 1918 tekent de nieuwe bolsjewistische overheid het verdrag van Brest-litovsk waarmee de vrede met de centrale mogendheden bezegeld word. hierbij worden groter territoriale toegevingen (waaronder Oekraïne) gedaan. Na een coup (tegen de toegevingen van de Bolsjewieken aan de centrale mogendheden) door de voormalige tsarische generaal Pavlo Skoropadsky weigerden vele boeren om deze conservatieve ex-tsaristische regering te steunen. De Duitse en Oostenrijkse bezettingsmacht verleende ondertussen alle steun aan generaal Pavlo in de hoop de burgeroorlog in Rusland aan te wakkeren. Verschillende bendes van allerlei politieke strekkingen begonnen in deze periode de bezettingsmacht aan te vallen, later verenigden sommigen zich onder de vleugels van de zwakke conservatieve provinciale regering die streed tegen de coup van generaal Pavlov of onder de vleugels van de bolsjewieken. In vele gevallen veranderden ze om de haverklap van loyaliteit naargelang de opportuniteit. De grootste groep boeren die in opstand kwam volgde echter Makhno en zijn anarchistische ideeën.

In de Yekyerinoslav provincie nam de rebellie algauw een anarchistische toon aan. Makhno sloot zich aan bij één van de vele anarchistische groepen en werd uiteindelijk hun aanvoerder. Zijn indrukwekkende persoonlijkheid en charisma maakte zo'n indruk op de andere groepen dat ze zich algauw aangetrokken voelden tot de groep van Makhno. Als gevolg hiervan werden alle anarchistische groepen in Oekraïne bekend als Makhnovshchina (Makhnovisten). Ze vochten niet alleen tegen de witte reactionaire troepen maar ook tegen de Oekraïense nationalisten en verschillende onafhankelijke paramilitaire formaties die zich schuldig maakten aan antisemitische pogroms. In gebieden waar ze vijandelijke eenheden hadden verdreven organiseerden boeren en arbeiders zich in dorpsassemblees, communes en vrije raden Het kapitalisme en de aanwezige staatsstructuren werden afgeschaft en vervangen door zelfbeheer en collectiviteit. Het land en de fabrieken werden onteigend uit de handen van de fabrieksbazen en grootgrondbezitters en onder controle geplaatst van de boeren en arbeiders die ze in onder elkaar verdeelden.

In ballingschap

In 1926 sloot Makhno zich aan bij een groep van Russische bannelingen in Parijs. Deze groep kreeg de naam Группа Русских Анархистов Заграницей (letterlijk: groep van Russische anarchisten in het buitenland). Ze gaven maandelijks een krant uit onder de naam “Dielo Truda” (Дело Труда) waarin ze diepgaande artikels schreven over de anarchistische beweging en de teloorgang van de revolutie in Rusland en Oekraïne. De groep bestond uit vijf personen: Nestor Makhno, Ida Mett, Nicholas Lazarevitch, Grigori Petrovitch Maximoff en Piotr Andrejevitsj Arshinov.

In 1926 gaf deze groep een tekst uit waarin ze voorstellen deden rondom het organiseren van de anarchistische beweging. De tekst kreeg de naam “Organisatorisch platform van de revolutionaire anarchisten”, en lokte heel wat turbulente discussies uit in de anarchistische beweging. De Dielo Truda groep bracht in deze tekst ideeën naar voren over hoe zij dachten dat anarchisten zich moesten organiseren. Ze baseerden zich hiervoor op hun eigen ervaring in revolutionair Oekraïne en de nederlaag ervan tegen de Bolsjewieken. Direct na de publicatie ervan bekritiseerden Volin en Malatesta het platform voorstel als zijnde te rigide en hiërarchisch. De tekst veroorzaakte een breuk binnen de anarchistische beweging die zich tot op de dag van vandaag doet voelen.

Makhno, die steeds meer last kreeg van oude oorlogswonden en bovendien leed aan tuberculose en ondervoeding ten gevolge van extreme armoede, ging een tijdje aan de slag als vloerbekleder en arbeider in de Renaultfabriek totdat z'n gezondheid dit niet meer toeliet. Z'n laatste jaren van z'n leven werkte hij als podiumhulp bij de Parijse opera. Hij stierf in 1934 aan de gevolgen van tuberculose en ondervoeding. Hij werd drie dagen na z'n dood gecremeerd. Een vijfhonderdtal mensen woonden de plechtigheid op het kerkhof van Père Lachaise in Parijs bij. Z'n as werd bij die van de honderden opstandelingen van de Parijse Commune gevoegd die daar begraven liggen.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden Makhno's weduwe en dochter door de nazi’s gedeporteerd naar Duitsland om er dwangarbeid uit te voeren. Na het einde van de oorlog werden ze door de Russische NKVD (voorloper van de KGB) gearresteerd. Ze werden naar Kiev gebracht waar ze veroordeeld werden tot acht jaar dwangarbeid. Na hun invrijheidstelling in 1953 leefden ze beide tot hun dood in Kazachstan.

Teksten

namespace/nestor_makhno.txt · Laatst gewijzigd: 14/09/16 21:41 door defiance